Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7881

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
24-001887-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van belediging van een ambtenaar en wederspannigheid veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001887-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-048348-10

Arrest van 22 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 27 juli 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. B. van der Veen, advocaat te Drachten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

zij op of omstreeks 2 juli 2009 te Drachten, (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], brigadier van de politie en/of [verbalisant 2], hoofdagent van de politie en/of [verbalisant 3], hoofdagent van de politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Blijf van mij af smerige kankerhoer, vies kankerwijf, vuile slet, vieze hoer, teringwijf" en/of "Jullie politiemannen zijn vieze vuile hoerenlopers, jullie hebben thuis niets te vertellen, mongolen zijn nog beter dan jullie", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.

zij op of omstreeks 2 juli 2009 te Drachten, (althans) in de gemeente [gemeente], toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], brigadier van de politie en/of [verbalisant 2], hoofdagent van de politie en/of [verbalisant 3], hoofdagent van de politie, (allen) belast met de tenuitvoerlegging van een vonnis, uitgesproken door de politierechter te Leeuwarden op 24 juni 2009, verdachte had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde haar ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en haar daartoe over te brengen naar het politiebureau te Drachten, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde ambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner/zijner/harer bediening, door opzettelijk gewelddadig te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die verdachte trachtte te geleiden en/of (met kracht) een trappende beweging in de richting van voornoemde hoofdagent van de politie [verbalisant 3] en/of hoofdagent van de politie [verbalisant 2] te maken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij op 2 juli 2009 te Drachten, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van de politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Blijf van mij af smerige kankerhoer, vies kankerwijf, vuile slet, vieze hoer, teringwijf";

2.

zij op 2 juli 2009 te Drachten, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], brigadier van de politie en [verbalisant 2], hoofdagent van de politie, allen belast met de tenuitvoerlegging van een vonnis, uitgesproken door de politierechter te Leeuwarden op 24 juni 2009, verdachte hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde haar ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en haar daartoe over te brengen naar het politiebureau te Drachten, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde ambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin zij verdachte trachtten te geleiden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

2.

wederspannigheid.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 2 juli 2009 schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar en heeft zich die dag tegen haar aanhouding verzet, hetgeen getuigt van een gebrek aan respect ten opzichte van politieambtenaren die niets anders dan hun werk deden.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 22 december 2010, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. De straffen die haar in dat kader zijn opgelegd, hebben haar er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter terechtzitting van het hof aan de orde zijn gekomen. Verdachte heeft aangegeven haar leven thans veel beter op orde te hebben, dan ten tijde van het delict het geval was. Zo heeft zij momenteel (weer) een eigen woning, en beschikt zij over een zinvolle dagbesteding. Verdachte - die een WIA-uitkering ontvangt - heeft in dit kader verklaard dat zij voor andere mensen een aantal huisdieren verzorgt, en dat zij op zaterdagen vrijwilligerswerk op een stoeterij verricht. Sinds zij gebruik maakt van medicatie, is zij psychisch gezien ook een stuk stabieler.

Om verdachte de kans te geven deze positieve ontwikkelingen voort te zetten, zal het hof verdachte - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - een werkstraf van na te melden duur opleggen. Deze straf is noodzakelijk, en doet voldoende recht aan de ernst van de feiten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeldonder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier.