Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7246

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
24-001508-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens poging tot doodslag, diefstal en het aanwezig hebben van 65 gram amfetamine veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren waarvan twee jaren voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001508-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-880058-10

Arrest van 10 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 10 juni 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Zwolle PPC te Zwolle,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. B. Klunder, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank - voor zover voor hoger beroep vatbaar - zal bevestigen. Dit vonnis houdt in veroordeling van verdachte ten aanzien van feit 1 primair onder A en B en feit 3 tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep.

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover voor hoger beroep vatbaar, voor wat betreft de tenlastelegging, de bewijsvoering, de bewezenverklaring, de kwalificatie, de strafbaarheid en de toepassing van wetsartikelen en zal dat vonnis in zoverre bevestigen.

Ten aanzien van de strafoplegging zal het vonnis worden vernietigd, om hierna te noemen redenen.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op zijn kennis [slachtoffer]. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van een mobiele telefoon en een zogenoemde smartcard, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer]. Verdachte was op een avond bij [slachtoffer] langsgegaan en verdachte was op de bank blijven slapen. De volgende ochtend kregen zij ruzie toen [slachtoffer] merkte dat verdachte zijn telefoon en de smartcard wilde meenemen. Tijdens de ruzie heeft verdachte [slachtoffer] met een aardappelschilmes in de zij, de arm en het gezicht gestoken of gesneden. Toen verdachte later werd aangehouden bleek hij bovendien 65 gram amfetamine bij zich te hebben.

Verdachte heeft door zijn manier van handelen de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] ernstig aangetast. Door het steken in de zij van [slachtoffer] had deze het leven kunnen verliezen. Ook heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van zijn kennis en heeft hij het vertrouwen dat [slachtoffer] in hem had gesteld door verdachte in zijn woning toe te laten en hem op de bank te laten slapen in ernstige mate beschaamd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 februari 2011 - vele malen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten, onder meer tot gevangenisstraf. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden wederom de fout in te gaan.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de eerste rechter en gevorderd door de advocaat-generaal (vier jaren) in beginsel een passende bestraffing is.

Hier staat het volgende tegenover.

Ter zitting van het hof heeft de verdediging verzocht om - bij een bewezenverklaring - een lagere gevangenisstraf op te leggen. Verdachte heeft jarenlang drugs gebruikt maar heeft betoogd dat hij al een tijdje clean is en gemotiveerd is om af te kicken. Hij lijkt het roer in zijn leven te willen omgooien. Het hof heeft ook gelet op de brief van B. Plokker van VNN d.d. 13 juli 2010. De inhoud van deze brief is in lijn met wat door de verdediging is aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het hof wil deze positieve ontwikkeling in het leven van verdachte niet geheel doorkruisen en zal aan verdachte daarom een aanzienlijk deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Het hof beoogt hiermee tevens verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van onder 2 tenlastegelegde;

bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover voor hoger beroep vatbaar, met uitzondering van de strafoplegging;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover voor hoger beroep vatbaar, voor wat betreft de strafoplegging, en in zoverre opnieuw recht doende:

veroordeelt verdachte tot

gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twee jaren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.