Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6961

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
07-03-2011
Zaaknummer
24-002409-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van twee autodiefstallen en diefstal van brandstof, alle in vereniging gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf van 110 uren en de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002409-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-606169-07

Arrest van 4 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 27 juni 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft daarbij een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 110 uren. Zij heeft bij deze eis rekening gehouden met een onredelijke vertraging in de procedure in hoger beroep.

Voorts heeft zij gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] zal toewijzen tot een bedrag van 360 euro, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode 07 februari 2007 tot en met 08 februari 2007 te [ plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij te [ plaats], gemeente [gemeente], in of omstreeks de periode 07 februari 2007 tot en met 08 februari 2007, tezamen en vereniging met ander, althans alleen, opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (personenauto), toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, Hoofdkanaal WZ, in elk geval op een weg;

2.

hij in of omstreeks de periode 19 februari 2007 tot en met 20 februari 2007 te [ plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij te [ plaats], gemeente [gemeente], op of omstreeks de periode 19 februari 2007 tot en met 20februari 2007, tezamen en vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, (personenauto), toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder heeft gebruikt op de weg, het [straat 1], in elk geval op een weg;

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] (gelegen aan de [straat 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

1. primair

hij in de periode 07 februari 2007 tot en met 08 februari 2007 te [ plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

2. primair

hij in de periode 19 februari 2007 tot en met 20 februari 2007 te [ plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid benzine, toebehorende aan [bedrijf] (gelegen aan de [straat 2]).

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feiten 1 primair en 2 primair telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met een ander tweemaal schuldig gemaakt aan diefstal van een auto. Daarnaast hebben zij brandstof getankt zonder deze te betalen. Door hun handelen hebben zij inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de eigenaren van de goederen.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 december 2010. Daaruit is gebleken dat verdachte eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) delicten.

Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de door de politierechter opgelegde werkstraf voor de duur van 120 uren een passende straf is, maar zal wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure in hoger beroep de straf - conform de vordering van de advocaat-generaal - matigen tot 110 uren werkstraf, subsidiair 55 dagen vervangende hechtenis.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is ten aanzien van de hoogte ervan, van de zijde van verdachte niet weersproken. Daarom kan deze worden toegewezen zoals na te melden, een en ander zodanig, dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van het slachtoffer, met dien verstande dat indien dit bedrag door de mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfenvijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderdzestig euro;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderdzestig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. E. de Witt, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.