Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6634

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-03-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
24-001581-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van twee mishandelingen, telkens begaan tegen zijn echtgenote, telkens met toepassing van de recidiveregeling van artikel 43a Sr, en ter zake van wederspannigheid veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De last tot tenuitvoerlegging van drie maanden gevangenisstraf wordt omgezet in een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001581-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880211-09 en 17-840064-07 (tul)

Arrest van 3 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 19 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur 6 weken, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Voorts heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gelast van 3 maanden gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 21 mei 2008, in dier voege dat deze straf wordt omgezet in een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenoot of levensgezel, althans een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet terwijl die [slachtoffer] (voorover gebogen) zat of lag met kracht in/tegen de (rechter)zij en/of de rug en/of buik heeft getrapt of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot of levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] (voorover gebogen) zat of lag (met kracht) in/tegen de (rechter)zij en/of de rug en/of buik heeft getrapt of geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot of levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], (met kracht) (meermalen) op/tegen de rug heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij op of omstreeks 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn

bediening, heeft verzet door (meermalen) te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of door een dreigende houding aan te nemen.

Het hof leest het woord "echtgenoot" respectievelijk het woord "levensgezel" in het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde telkens verbeterd in respectievelijk "echtgenote" en "levensgezellin". Hier is telkens sprake van een kennelijke misslag. Door de verbeterde lezing wordt verdachte telkens niet in zijn belangen geschaad.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1 subsidiair:

hij op 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn echtgenote, te weten [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] voorover gebogen zat in de rechterzij of de buik heeft getrapt, waardoor deze pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn echtgenote, te weten [slachtoffer], met kracht op de rug heeft gestompt of geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij op 13 mei 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door meermalen te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 subsidiair en 2 telkens:

mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 3:

wederspannigheid.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 13 maart 2009 huiselijk geweld gepleegd door zijn echtgenote in hun woning tweemaal te mishandelen. Zij heeft daarvan telkens pijn ondervonden. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten telkens de lichamelijke integriteit van zijn echtgenote geschonden. Bovendien is verdachte eerder veroordeeld voor het mishandelen van zijn echtgenote (vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 21 mei 2008). Daarbij is aan verdachte opgelegd (onder meer) 3 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De bewezen feiten zijn binnen de proeftijd gepleegd.

Voorts heeft verdachte zich op 13 mei 2009 schuldig gemaakt aan wederspannigheid door zich met geweld te verzetten toen hij door twee politieambtenaren werd aangehouden ter zake van (onder meer) genoemde mishandelingen. Verdachte heeft hierdoor politieambtenaren belemmerd in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.

Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, is het hof van oordeel, dat niet (meer) kan worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De straf die het hof zal opleggen is van gelijke duur als door de politierechter bepaald en door de advocaat-generaal gevorderd. Deze straf heeft verdachte reeds in voorarrest ondergaan.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 21 mei 2008 is verdachte veroordeeld tot (onder meer) gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Gebleken is dat voormeld vonnis op 5 juni 2008 onherroepelijk is geworden en dat op diezelfde datum de proeftijd is ingegaan.

De officier van justitie heeft bij zijn op 9 juni 2009 ingediende vordering gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer

17-880211-09 (de thans bewezen verklaarde feiten).

Gebleken is dat verdachte de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van voormelde proeftijd. Het hof is dan ook van oordeel, dat de door de officier van justitie gevorderde tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf in beginsel kan worden gelast.

Het hof acht echter - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - termen aanwezig om in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf, een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, te gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 43a, 43b, 57, 180, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes weken;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 21 mei 2008) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtachtig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Hielkema, voorzitter, mr. Koolschijn en mr. Van Veen, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.