Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6286

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-02-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
24-002450-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2008:BF3959, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte was ter zake van het onder 2 ten laste gelegde in eerste aanleg vrijgesproken. De officier van justitie is in hoger beroep gegaan, maar van de zijde van het openbaar ministerie zijn geen grieven ingediend. Het hof verklaart de officier van justitie op grond van het bepaalde in artikel 416, derde lid Sv niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de vrijspraak van feit 2.

Feit 1 behelst vervolging wegens poging tot zware mishandeling, dan wel mishandeling door verdachte van zijn (jonge) stiefdochter. Omdat het hof niet bewezen acht dat verdachte het bij het meisje geconstateerde letsel heeft veroorzaakt spreekt het hof verdachte vrij van feit 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002450-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-830087-08

Arrest van 24 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 23 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Van de zijde van het openbaar ministerie is geen schriftuur houdende grieven, als bedoeld in artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen het vonnis voor zover verdachte bij dat vonnis is vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat onder die omstandigheid toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in artikel 416, derde lid, Sv. Het hof zal de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door de hem ingestelde hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. De advocaat-generaal heeft daarbij aangegeven dat zij, indien geen sprake zou zijn geweest van overschrijding van de redelijke termijn, een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden zou hebben geëist.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis - voor zover vatbaar voor hoger beroep - vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover hier van belang - ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet [slachtoffer], meermalen, met kracht, tegen het oor en/of tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en/of aan het oor heeft vast gepakt en/of (vervolgens) getrokken en/of in het oor heeft geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, met kracht,

- tegen het oor en/of tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en/of aan het oor heeft vast gepakt en/of (vervolgens) getrokken en/of in het oor heeft geknepen en/of

- in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of

- tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt en/of

- in het gezicht en/of in de keel en/of in het lichaam heeft geknepen en/of

- aan het lichaam heeft getrokken,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof volgt uit de stukken in het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet het wettig en overtuigend bewijs, dat verdachte het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel heeft veroorzaakt. Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het hem onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover vatbaar voor hoger beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mrs. Koolschijn en Heins voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.