Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6030

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
24-002781-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte wordt terzake van poging tot zware mishandeling, bedreiging en brandstichting veroordeeld tot 147 dagen jeugddetentie, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar , met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht, een taakstraf bestaande uit een werkstraf van primair 150 uren, subsidiair 75 dagen jeugddetentie en een leerstraf, het volgen van een Agressie Regulatie Training voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie.

De vordering benadeelde partij wordt voor € 99,43 toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002781-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-640345-09

Arrest van 25 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 30 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. P.Th. Pluijter, advocaat te Groningen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot straffen, heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij en daarbij een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2010, 9 december 2010 en 11 februari 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het onder

1 primair ten laste gelegde zal vrijspreken en hem ter zake het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot 147 dagen jeugddetentie, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met aftrek, met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal stellen onder toezicht van de jeugdreclassering. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een combinatie van een werkstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen jeugddetentie, en een leerstraf, te weten de Agressieregulatietraining voor de duur van 30 uren, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze zal toewijzen tot een bedrag van € 3.500,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 65 dagen vervangende jeugddetentie.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 22 op 23 mei 2009 in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en, al dan niet met voorbedachten rade, [benadeelde] van het leven te beroven, (telkens) met dat opzet en, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- een vlindermes bij zich heeft gestoken,

- dat vlindermes heeft opengeklapt,

- naar [benadeelde] is toegelopen,

- die [benadeelde] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak je dood, dan ben ik overal vanaf." en "Het liefst zou ik nu zo je keel doorsnijden." en "Ik zal je neersteken", althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

- daarbij meermalen, althans eenmaal, met dat mes een snijdende beweging langs de hals van die [benadeelde] klein heeft gemaakt,

- meermalen, althans eenmaal, met dat mes een stekende beweging in de richting van de hals en/of schouder van die [benadeelde] heeft gemaakt,

- meermalen, althans eenmaal, met dat mes in de hals van die [benadeelde] heeft gesneden/geraakt,

- in de arm van die [benadeelde] heeft gestoken/gesneden/geraakt,

- de punt van dat mes in/tegen de keel van die [benadeelde] gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de nacht van 22 op 23 mei 2009 in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet

- met een opengeklapt (vlinder)mes naar die [benadeelde] is toegelopen,

- die [benadeelde] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak je dood, dan ben ik overal vanaf." en "Het liefst zou ik nu zo je keel doorsnijden." en "Ik zal je neersteken", althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

- daarbij meermalen, althans eenmaal, met dat mes een snijdende beweging langs de hals van die [benadeelde] klein heeft gemaakt,

- meermalen, althans eenmaal, met dat mes een stekende beweging in de richting van de hals en/of schouder van die [benadeelde] heeft gemaakt,

- meermalen, althans eenmaal, met dat mes in de hals van die [benadeelde] heeft gesneden/geraakt,

- in de arm van die [benadeelde] heeft gestoken/gesneden/geraakt,

- de punt van dat mes in/tegen de keel van die [benadeelde] gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 22 op 23 mei 2009 in de gemeente [gemeente], [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd (telkens) met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

- zich met een opengeklapt vlindermes in de richting van die [benadeelde] begeven en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van die [benadeelde] gemaakt en/of

- dat mes in/tegen de keel/hals van die [benadeelde] gedrukt en/of

- een of meer snijdende bewegingen langs de keel/hals van die [benadeelde] gemaakt, en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood, dan ben ik overal vanaf." en "Het liefst zou ik nu zo je keel doorsnijden." en "Ik zal je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 25 april 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk brand heeft gesticht aan een luifel/markies bevestigd aan het restaurant [horecagelegenheid] gevestigd aan of nabij de [straat], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die luifel/markies, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die luifel/markies geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het perceel waarin het restaurant is gevestigd en alle zich daarin bevindende goederen en/of het boven het restaurant zich bevindende woonhuis en zich daarin bevindende huisraad, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was.

Partiële vrijspraak

Het hof is ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Vaststelling feiten

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof uit van de navolgende vastgestelde feiten.

In de nacht van 22 op 23 mei 2009 bevinden verdachte, [benadeelde], [getuige 1] en andere jongeren, zich in het café [horecagelegenheid] te [plaats]. [getuige 1] en [benadeelde] vertrekken samen tussen 23.30 en 24.00 uur uit het café om samen richting huis te lopen. Op een kruising komt verdachte naar de beide meisjes toegelopen. Hij uit zich boos tegen [benadeelde], omdat zij over hem zou hebben geroddeld. Hij bedreigt [benadeelde] met de dood. Hij bezigt daarbij een mes. Daarna gaat verdachte weg. [benadeelde] vertrekt in dezelfde richting. [getuige 1] gaat een ander kant op en heeft geen zich meer op de andere twee. [benadeelde] belt later aan bij een huis aan de [adres], waarna ze naar huis wordt gebracht. Daar ontdekt ze, dat ze gewond is aan haar linkerarm. Verder heeft ze schrammen in haar hals. Zij doet aangifte tegen verdachte ter zake van bedreiging en het toebrengen van de verwondingen met een mes. Verdachte verklaart zich niets te herinneren van wat er gebeurd zou zijn.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde

De verdachte en diens raadsman hebben betoogd, dat wel bewezen kan worden dat er sprake is geweest van bedreiging, maar dan in een mildere vorm als onder 2 ten laste gelegd. Daarnaast zou vrijspraak moeten volgen, niet alleen van het onder 1 primair ten laste gelegde, maar ook van het subsidiair ten laste gelegde. Op grond van de verklaring van [getuige 1] ter terechtzitting van 9 december 2010 moet ervan worden uitgegaan, dat verdachte geen mes tegen [benadeelde] heeft aangehouden en dat het mes ook niet opengeklapt was. Voorts heeft ter terechtzitting [getuige 2] verklaard, dat [benadeelde] haar had verteld dat zij zelf krassen in haar hals had gemaakt, terwijl de zelfmutilatie wordt bevestigd door een schriftelijke verklaring van [getuige 3], die dat eveneens van [benadeelde] zou hebben gehoord. Bovendien is de verklaring van [benadeelde] ter terechtzitting van 9 december 2010 zo afwijkend van haar aangifte, dat die verklaring als onbetrouwbaar terzijde dient te worden gesteld. daarmee ontbreekt elk bewijs, dat verdachte degene is die de verwondingen haar heeft toegebracht.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Juist is dat de verklaring van het slachtoffer [benadeelde] ter terechtzitting afwijkt van haar verklaring afgelegd bij de politie, met name ten aanzien van de wijze waarop verdachte het mes hanteerde en de wijze waarop zij zich daartegen heeft geweerd. Tegenover de verklaring dat hij meerdere malen stekende bewegingen zou hebben gemaakt die zij afweerde met haar armen en haar brommerhelm, staat de verklaring ter terechtzitting afgelegd, waarin zij verklaart dat zij zich niet kan herinneren dat hij gestoken heeft, wel dat hij een paar keer heeft gezwaaid met het mes en dat ze toen geraakt kan zijn. Ze verklaart dat ze haar helm niet heeft gebruikt om hem af te weren. Deze discrepantie heeft er dan ook toe geleid, dat het hof van het onder 1 primair ten laste gelegde geheel zal vrijspreken.

Ten aanzien van de vraag hoe en door wie de verwondingen zijn toegebracht is [benadeelde] echter consistent in haar verklaring. Het hof gaat ervan uit dat er sprake is geweest van een opengeklapt mes en dat het mes door verdachte bij de bedreiging op de keel van het slachtoffer is gezet. Dat [getuige 1] in haar verklaring ter terechtzitting daarover anders verklaart is juist, maar als zij wordt geconfronteerd met haar verklaring die zij bij de politie heeft afgelegd, geeft zij aan dat zij toen de waarheid heeft verklaard. Dat er sprake zou zijn dat [benadeelde] de verwondingen zichzelf zou hebben toegebracht acht het hof onwaarschijnlijk. [getuige 2], heeft ter terechtzitting van 11 februari 2011 verklaard dat [benadeelde] haar zou hebben verteld dat zij zelf krassen in haar hals zou hebben toegebracht en dat zij dat later weer heeft ontkend. De schriftelijke verklaring van [getuige 3] heeft het karakter van een dialoog tussen haar en [benadeelde]. Het hof acht die verklaringen onvoldoende betrouwbaar om op grond daarvan aannemelijk te achten dat [benadeelde] zelf de verwondingen zou hebben aangebracht. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat uit de foto's in het dossier de wond aan de achterzijde van de arm in de linkerarm van [benadeelde] is te duiden als een steekwond.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 subsidiair.

hij in de nacht van 22 op 23 mei 2009 in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- met een opengeklapt vlindermes naar die [benadeelde] is toegelopen,

- in de arm van die [benadeelde] heeft gestoken/gesneden/geraakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de nacht van 22 op 23 mei 2009 in de gemeente [gemeente], [benadeelde] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend

- zich met een opengeklapt vlindermes in de richting van die [benadeelde] begeven en

- vervolgens meermalen zwaaiende en stekende bewegingen in de richting van die [benadeelde] gemaakt en

- daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood, dan ben ik overal vanaf." en "Het liefst zou ik nu zo je keel doorsnijden." en "Ik zal je neersteken.";

3.

hij op 25 april 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk brand heeft gesticht aan een luifel/markies bevestigd aan het restaurant [horecagelegenheid] gevestigd aan de [straat], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met die luifel/markies, ten gevolge waarvan die luifel/markies gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het perceel waarin het restaurant is gevestigd en alle zich daarin bevindende goederen en het boven het restaurant zich bevindende woonhuis en zich daarin bevindende huisraad, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1 subsidiair.

poging tot zware mishandeling;

2.

bedreiging;

3.

brandstichting.

Strafbaarheid

Door psycholoog U. Terpstra is op 20 juli 2009 omtrent verdachte een rapportage Pro Justitia uitgebracht, welk rapport - zakelijk weergegeven - als conclusie inhoudt dat bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis. Wel is er sprake van een gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling en is er sprake van stemmingsstoornissen, van depressieve buien en plotselinge agressiviteit. Zijn soms excessieve drankgebruik wordt mede in verband met zijn gebrek aan zelfvertrouwen gebracht. Betrokkene maakt een moeilijke puberteit door, mede door het gemis aan mannelijke identificatiemogelijkheid en vanwege een symbiotische relatie met zijn moeder en hij kan, gevoed door alcohol, erg moeilijk en niet op een geëigende manier met spanning omgaan, wat tot explosief gedrag kan leiden. Betrokkene was ten tijde van het plegen van de feiten sterk onder invloed van alcohol. Gezien de problematische pubertijd met spanningen rond de relatie met zijn vader en de moeilijke situatie thuis, wordt betrokkene ten aanzien van het aan hem onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde, licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Hij kan daarom niet geheel verantwoordelijk voor zijn gedrag worden gesteld. De gebrekkige identiteitsontwikkeling, het slecht kunnen omgaan met spanningen, een soms negatief gevoel voor eigenwaarde, gevoed door alcohol maken kans op een recidive, wanneer geen hulp wordt gerealiseerd, groot. Hij heeft hulp nodig voor het ontwikkelen van grotere zelfstandigheid en het zich losmaken van zijn moeder, naast hulp vanuit de verslavingszorg vanwege zijn alcoholgebruik.

Op grond van deze rapportage is het hof van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde aan verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate. Gelet hierop en voorts in aanmerking nemende dat ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de nacht van 22 op 23 mei 2009 schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [benadeelde] door in haar arm te steken. Dergelijk gewelddadig optreden van verdachte moet voor de toen 14-jarige [benadeelde] erg bedreigend zijn geweest. Verdachte heeft hierdoor een ernstige inbreuk gepleegd op de lichamelijke integriteit van dit meisje.

Voorts heeft hij zich diezelfde nacht schuldig gemaakt aan bedreiging van [benadeelde] door haar een opengeklapt vlindermes te tonen, daarmee stekende bewegingen te maken en haar verbaal ernstig te bedreigen.

Daarnaast heeft verdachte zich op 12 mei 2009 schuldig gemaakt aan opzettelijke brandstichting hetgeen tot brandschade heeft geleid en daarvan gemeen gevaar voor andere goederen te duchten is geweest. Verdachte heeft aldus vanwege het groot gevaarzettende karakter van de brandstichting bijgedragen aan een gevoel van onveiligheid in de samenleving, schade en hinder veroorzaakt en inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de eigenaren.

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is verder gebleken dat verdachte zich nog schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vlindermes. Dit ad informandum gevoegde feit, dat ter terechtzitting door de verdachte is erkend als door hem te zijn begaan, zal het hof betrekken in de afdoening van deze zaak.

Het hof houdt eveneens rekening met het verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 30 september 2010 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is ter zake strafbare feiten.

Voorts houdt het hof bij de strafoplegging rekening met de omtrent verdachte uitgebrachte rapportages, waaronder de reeds aangehaalde rapportage psycholoog

Terpstra, waaruit voortvloeit dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit als licht verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen. Daarnaast is voor de strafoplegging van belang dat in deze rapportage het recidivegevaar zonder begeleiding en behandeling als zeer groot wordt ingeschat. Het hof onderschrijft deze inschatting,

Alle omstandigheden in aanmerking nemende, is het hof van oordeel dat de door de advocaat generaal in hoger beroep gevorderde straf gelet op de ernst van de feiten een passende en geboden afdoening is. Het hof ziet voor oplegging van een andere, lichtere strafmodaliteit - gelet op de ernst van de feiten - geen ruimte.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van deze benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige is afgewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Blijkens het voegingsformulier benadeelde partijen in het strafproces vordert de benadeelde partij met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezen verklaarde vergoeding van materiële en immateriële schade tot bedrag van € 4.136,43, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof is op basis van redelijkheid en billijkheid komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde] door het onder 1 en 2 bewezen verklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 99,43 (betreft de posten 2 vest en 3 medicijnen). Derhalve kan de vordering, die onvoldoende van de zijde van de verdachte is weersproken en het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, tot dat bedrag worden toegewezen.

Ten aanzien van het deel van de vordering dat ziet op de schade aan de helm, de eigen bijdrage aan de psycholoog en de immateriële schade is het hof van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat dit betrekking heeft op schade die rechtstreeks is toegebracht aan de benadeelde partij door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten. Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling dat de benadeelde partij haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet hierop dient de benadeelde partij, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157, 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van honderdzevenenveertig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van deze straf, groot honderd dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Jeugdreclassering en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

veroordeelt verdachte [verdachte] tevens tot een taakstraf, bestaande uit een combinatie van:

een werkstraf, voor de duur van honderdvijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie voor de duur van vijfenzeventig dagen zal worden toegepast;

een leerstraf, te weten een Agressieregulatietraining voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van negenennegentig euro en drieënveertig eurocent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenennegentig euro en drieënveertig cent ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende jeugddetentie voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.H. Bosch, voorzitter, mr. A. Dijkstra en mr. H.J. Deuring, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Leij als griffier, zijnde mr. Dijkstra buiten staat dit arrest te ondertekenen.