Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6026

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
24-001852-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft is depressieve toestand de gaskraan van zijn woning opengedraaid om te sterven aan een pijnloze zekere dood. Het hof spreekt de verdachte vrij ter zake van poging opzettelijk ontploffing teweegbrengen, waarbij gevaar voor goederen en/of personen te duchten was. Het hof acht aannemelijk geworden dat verdachte zich niet bewust is geweest van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en niet willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat als gevolg van zijn gedragingen een ontploffing zou plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001852-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880098-08

Arrest van 25 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 3 juli 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 4 maart 2008 te [plaats], (in elk geval) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk (in een woning/pand, gelegen aan of bij de [adres] aldaar) een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd(e) woning/pand en/of de zich in voornoemd(e) woning/ pand bevindende goederen en/of voor een of meer belendende percelen/woningen (en de daarin aanwezige goederen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een/de zich in voornoemd(e) woning/ pand en/of in d(i)e belendende percelen/woningen bevindend(e) perso(o)n(en), in elk geval voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet een (zich in die woning/dat pand bevindende) gaskraan/-leiding (volledig) heeft opengedraaid/opengezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof is met de raadsman van verdachte van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte opzet op het veroorzaken van een ontploffing heeft gehad.

Verdachte was voornemens zich op 4 maart 2008 van het leven te beroven en heeft daartoe een grote hoeveelheid slaapmedicatie tot zich genomen en heeft de gaskraan in zijn woning opengedraaid. Vervolgens is verdachte op een matras in de keuken gaan liggen en is binnen korte tijd buiten bewustzijn geraakt. Op het moment dat de gealarmeerde brandweer in de woning kwam was het percentage gas zo hoog dat het vonken van een elektrisch apparaat voldoende zou zijn geweest om een ontploffing te weeg te brengen met gevaar voor personen en goederen in de naaste omgeving.

Voor het aan verdachte ten laste gelegde is vereist dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Hierbij dient - om tot een bewezenverklaring te kunnen komen - het (voorwaardelijk) opzet gericht te zijn op het teweegbrengen van een ontploffing.

De vraag is dan of verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door zijn handelen in de woning een ontploffing te weeg zou worden gebracht.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn handelen enkel en alleen gericht was op een pijnloze zekere dood. Hij heeft geen moment stilgestaan bij de risico's en eventuele gevolgen van zijn handelen voor anderen.

Op grond van de inhoud van het dossier alsmede de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte acht het hof aannemelijk geworden dat verdachte zich niet bewust is geweest van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en niet willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat als gevolg van zijn gedragingen een ontploffing zou plaatsvinden.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier.