Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP5346

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
24-000929-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onttrekking van haar twee minderjarige kinderen aan het wettig gezag. Ter zitting is gebleken dat verdachte en haar ex-partner inmiddels weer met elkaar communiceren en weer uitvoering hebben gegeven aan de co-ouderschapsregeling. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000929-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-885058-09

Arrest van 22 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 31 maart 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. J. Pieters, advocaat te Sneek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en haar ter zake zal veroordelen tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij in of omstreeks de periode van 19 september 2008 tot en met 3 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], althans in Nederland, opzettelijk (een) minderjarige,(n) te weten [kind 1] en/of [kind 2], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte daar toen [kind 1] en/of [kind 2] (telkens) niet naar school gebracht en/of die [kind 1] en/of [kind 2] ondergebracht op een voor [vader] onbekend adres, zodat die [vader] die [kind 1] en/of die [kind 2] niet kon meenemen/ophalen en/of heeft verdachte zich (telkens) niet aan de vastgestelde co-ouderschapsregeling gehouden.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat de gedraging van verdachte (te weten het niet nakomen van een ruime omgangsregeling) niet valt aan te merken als een onttrekking aan het wettig gezag.

Aan de orde is de vraag of het niet afgeven van een kind door een met het wettig gezag beklede ouder aan de andere, eveneens met wettig gezag beklede ouder, in weerwil van een door de rechter opgelegde omgangsregeling (in casu een co-ouderschapsregeling), valt onder 'onttrekken' in de zin van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht.

Uit de jurisprudentie volgt dat degene die (mede) het gezag over het minderjarige kind uitoefent, dit kind kan onttrekken aan het wettelijk over hem of haar gestelde gezag door zich niet te houden aan de bij rechterlijke beslissing vastgestelde omgangsregeling (HR 15 februari 2005, NJ 2005,218). Daaraan doet de wijze waarop de omgangsregeling is ingevuld niet af.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

zij in de periode van 19 september 2008 tot en met 3 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk minderjarigen te weten [kind 1] en [kind 2], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte daar toen [kind 1] en/of [kind 2] (telkens) niet naar school gebracht en/of die [kind 1] en/of [kind 2] ondergebracht op een voor [vader] onbekend adres, zodat die [vader] die [kind 1] en die [kind 2] niet kon meenemen/ophalen en heeft verdachte zich (telkens) niet aan de vastgestelde co-ouderschapsregeling gehouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit psychische overmacht. De uitvoering van de omgangsregeling verliep niet vlekkeloos, de financiële afspraken werden niet nagekomen en verdachte vreesde dat haar ex-man de kinderen zou meenemen naar Frankrijk, waar hij het merendeel van de tijd verbleef.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Op grond van de feiten en omstandigheden zoals deze uit het dossier blijken en ter zitting van het hof naar voren zijn gekomen is niet aannemelijk geworden dat verdachte in de ten laste gelegde periode heeft gehandeld onder invloed van een zodanige psychische dwang, dat zij daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden. Verdachte heeft er bewust voor gekozen haar kinderen niet af te geven, terwijl zij daar op grond van de rechterlijke beslissing wel verplicht toe was. Verdachte had anders moeten en kunnen handelen dan zij heeft gedaan. Het hof verwerpt het beroep op psychische overmacht.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onttrekking van haar twee minderjarige kinderen aan het wettig gezag. Verdachte en haar ex-man zijn gescheiden en hebben sinds 23 april 2008 een door de rechtbank vastgestelde co-ouderschapsregeling over beide kinderen. Verdachte heeft die regeling in de periode van 19 september 2008 tot en met 3 november 2008 niet nageleefd. Daarmee heeft zij de kinderen bij hun vader weggehouden en de vader tijdelijk het recht ontnomen om in het leven van de kinderen een rol te kunnen spelen.

Ter zitting van het hof is gebleken dat verdachte en haar ex-man inmiddels weer met elkaar communiceren en er weer uitvoering is gegeven aan de co-ouderschapsregeling. Verdachte is dicht bij haar ex-man gaan wonen om aan deze regeling gezamenlijke uitvoering te kunnen geven.

Het hof heeft rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2010. Daaruit is gebleken dat verdachte niet eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur. Deze straf heeft (mede) ten doel om verdachte ervan bewust te maken dat dergelijke eigenrichting niet getolereerd wordt en haar ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.