Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4975

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
17-02-2011
Zaaknummer
24-002547-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens opzetheling. Verdachte heeft door niet te vragen waar de goederen vandaan kwamen ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002547-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-880118-10

Arrest van 17 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 22 juli 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2010 tot en met 25 maart 2010, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een grond/motorstamper (merk: Wacker) en/of (een) TV('s) en/of (een) DVD-speler(s) en/of een sterrekijker en/of (een) fiets(en) en/of (een) GSM('s) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die grond/motorstamper en/of die TV('s) en/of die DVD-speler(s) en/of die sterrekijker en/of die fiets(en) en/of die GSM('s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof stelt vast dat uit verschillende in het dossier aanwezige aangiftes blijkt dat op camping [camping] te [plaats 2] is ingebroken in diverse stacaravans en chalets, waarbij diverse goederen zijn weggenomen. Het hof heeft in de zaken van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geconcludeerd dat zij samen met [medeverdachte 3] deze inbraken gepleegd hebben in de nacht van 18 op 19 maart 2010. Deze conclusie berust mede op een proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2010. Uit dit proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op vrijdag 19 maart 2010 omstreeks 01:42 uur op [camping] te [plaats 2] een busje van het merk Citroën, type Jumper, kleur wit, voorzien van het kenteken [kenteken], hebben gezien. Genoemd busje viel verbalisanten op omdat er in de nachtelijke uren buiten het hoogseizoen niet vaak auto's staan geparkeerd op de plek waar zij het voertuig aantroffen. Het busje bleek op naam te staan van verdachte.

Op 25 maart 2010 zijn verbalisanten naar de woning van verdachte gegaan. In de woonkamer van de woning van verdachte zagen verbalisanten een sterrenkijker staan, die van hetzelfde merk bleek te zijn als een bij de inbraken in [plaats 2] op 19 maart 2010 weggenomen sterrenkijker. In de woning van verdachte worden nog andere goederen aangetroffen die bij de inbraken in [plaats 2] blijken te zijn weggenomen, zoals blijkt uit het op 13 mei 2010 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen.

Verdachte heeft op 25 maart 2010 bij de politie verklaard dat de witte Citroën Jumper zijn auto is, maar dat hij er nog geen 2 kilometer in heeft gereden. De al enige tijd in zijn woning verblijvende [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] reden altijd en elke dag in zijn auto. De sterrenkijker stond op een gegeven moment in zijn woonkamer en verdachte weet niet wie de kijker in de woning heeft gezet. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij niet heeft gevraagd waar de kijker vandaan kwam: "Dat is beter van niet, anders krijg ik problemen." Ook heeft verdachte verklaard dat de flatscreen televisies op een gegeven moment op zijn slaapkamer stonden, volgens verdachte op dat moment een week. Hij heeft de drie mannen niet gevraagd waar de televisies vandaan kwamen en heeft ook niet gevraagd of ze gestolen waren. "Ik heb dit misschien wel in de gaten maar ik heb hun niets gevraagd."

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gehoord dat zij deze goederen van een Turk hebben gekocht. Deze verklaring acht het hof onaannemelijk, niet alleen omdat verdachte pas ter terechtzitting van het hof met deze verklaring komt, maar ook omdat de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] uiteenlopen over datgene wat gekocht zou zijn, de prijs die ervoor betaald zou zijn, het tijdstip van de koop en de taal waarin de onderhandelingen zijn gevoerd.

Uit de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Aldus heeft hij zich schuldig gemaakt aan de hem ten laste gelegde opzetheling.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij in de periode van 5 maart 2010 tot en met 25 maart 2010, te [plaats 1], in de gemeente [gemeente], TV's en een sterrekijker voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die TV's en die sterrekijker wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzetheling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in maart 2010 schuldig gemaakt aan opzetheling van een sterrenkijker en televisies. Verdachte heeft hierdoor bijgedragen aan het in stand houden van de afzetmarkt voor gestolen goederen, hetgeen het plegen van strafbare feiten bevordert.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, en mede in aanmerking genomen het feit dat het hof komt tot een beperktere bewezenverklaring dan de rechtbank, acht het hof in plaats van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden zoals door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een werkstraf van na te melden duur een passende bestraffing.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, in tegenwoordigheid van mr. W. Landstra als griffier, zijnde mr. Laméris - Tebbenhoff Rijnenberg voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.