Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4912

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
17-02-2011
Zaaknummer
200.057.486/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nu de man zijn financiële positie in het geheel niet inzichtelijk heeft gemaakt en onweersproken is gebleven dat hij inmiddels een woning heeft gekocht met een hypotheek van € 155.000,-- en is gaan samenwonen, in staat moet worden geacht de kinderalimentatie te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 3 februari 2011

Zaaknummer 200.057.486

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

1. [naam],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vrouw,

2. [naam kind 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [kind 1],

appellanten,

advocaat mr. T.H.G. Schuringa,

kantoorhoudende te Groningen,

tegen

[naam],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 17 november 2009 heeft de rechtbank Groningen de verzoeken van de man en de vrouw tot wijziging van de beschikking van 28 mei 2008 van diezelfde rechtbank afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 15 februari 2010, hebben de vrouw en [kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], verzocht de beschikking van 17 november 2009 te vernietigen en opnieuw beslissende dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zal worden vastgesteld op € 150,- per maand en de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [kind 1] zal worden vastgesteld op € 150,- per maand, een en ander met ingang van de datum van indiening van het initiële verzoek tot wijziging van de vastgestelde bijdrage; kosten rechtens.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de man geen verweerschrift ingediend.

Ter zitting van 19 oktober 2010 is de zaak behandeld. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Schuringa. De man is niet verschenen. [kind 1] is op 12 mei 2009 (jong-)meerderjarig geworden. Hij heeft de vrouw op 12 februari 2010 schriftelijk gemachtigd zijn belangen in hoger beroep te behartigen.

De beoordeling

De feiten

1. [kind 1] en [kind 2] zijn geboren uit het op 15 mei 1987 tussen partijen gesloten huwelijk. Bij beschikking van 24 juli 2007 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 9 augustus 2007 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand waardoor het huwelijk van partijen is ontbonden.

2. Partijen hebben een echtscheidingsconvenant gesloten, door de man ondertekend in januari 2008 en door de vrouw op 29 april 2008. Artikel 3 lid 1 daarvan houdt in dat de man met ingang van 1 juni 2007 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] € 131,- per maand aan de vrouw dient te betalen en dat hij onvoldoende draagkracht heeft om daarnaast ook nog een bijdrage voor [kind 1] te voldoen.

3. Bij beschikking van 20 mei 2008 heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - bepaald dat partijen met betrekking tot de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] en [kind 1] zijn overeengekomen als in het echtscheidingsconvenant staat vermeld.

4. De vrouw heeft zich op 22 april 2009 tot de rechtbank gewend met het verzoek te bepalen dat de man € 300,- per maand aan haar dient te betalen ten behoeve van [kind 2] en [kind 1] tezamen. De man heeft zich hiertegen verweerd en op zijn beurt (zelfstandig) verzocht de kinderalimentatie met ingang van 30 juni 2009 op nihil te stellen.

5. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank beslist als hiervoor vermeld onder "Het geding in eerste aanleg". Tegen deze beslissing is het appel van de vrouw en [kind 1] gericht.

De geschilpunten

6. De geschilpunten tussen partijen betreffen:

- de toepassing van artikel 1:401 BW;

- de draagkracht van de man en wel op de volgende punten:

- het inkomen;

- de woonlasten.

De toepassing van artikel 1:401 BW

7. Op grond van artikel 1:401 lid 5 BW kan een overeenkomst betreffende levensonderhoud worden gewijzigd, indien zij is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.

8. De vrouw heeft niet gesteld en onderbouwd dat het tussen partijen opgemaakte echtscheidingsconvenant voor wat betreft de kinderalimentatie is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. De enkele stelling van de vrouw dat de kinderalimentatie van de aanvang af niet heeft voldaan aan de wettelijke maatstaven is onvoldoende om deze (op die grond) te wijzigen.

9. De vrouw heeft voorts aangevoerd dat zich sinds het opmaken van het echtscheidingsconvenant een wijziging van omstandigheden in de zin van art. 1:401 lid 1 BW heeft voorgedaan die een hernieuwde beoordeling van de draagkracht rechtvaardigt. Door die stelling is de vrouw ontvankelijk in haar verzoek.

10. Als gesteld en niet weersproken staat vast dat de man na 29 april 2008 een huis heeft gekocht met een hypothecaire lening van € 155.000,- en dat hij is gaan samenwonen met zijn nieuwe partner. Op grond daarvan is het hof van oordeel dat zich een relevante wijziging van omstandigheden in voormelde zin heeft voorgedaan die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigt.

De draagkracht van de man

11. De vrouw heeft onbetwist gesteld dat partijen er bij het opmaken van het echtscheidingsconvenant vanuit zijn gegaan dat de man geen inkomen uit arbeid had. Gebleken is dat de man ná 29 april 2008 in loondienst heeft gewerkt en in staat is geweest een woning aan te schaffen met een hypothecaire lening van

€ 155.000,-.

12. De man heeft in zijn verweerschrift in eerste aanleg weliswaar gesteld dat zijn inkomen bij [werkgever] op de tocht staat, waardoor hij op korte termijn afhankelijk zou worden van een werkloosheidsuitkering, maar hij heeft daarvan geen concrete en/of recente gegevens overgelegd. Ook is hij niet verschenen ter zitting om een en ander mondeling toe te lichten.

13. Nu de man zijn financiële positie in het geheel niet inzichtelijk heeft gemaakt, moet hij, gelet op de onweersproken stellingen van de vrouw, in staat worden geacht het verzochte bedrag van € 150,- per kind per maand te voldoen.

De ingangsdatum

14. In zaken waarin wijziging wordt verzocht van een vastgestelde alimentatiebijdrage is het gebruikelijk dat deze wijziging eerst ingaat op de datum waarop het inleidend verzoek ter griffie van de rechtbank is ingediend. In de onderhavige zaak is dit op 22 april 2009 geschied.

15. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die aanleiding geven af te wijken van hetgeen gebruikelijk is.

16. De thans door het hof met terugwerkende kracht gewijzigde bijdrage in de kosten van (toentertijd) verzorging en opvoeding van [kind 1] is op grond van artikel 1:395b lid 1 BW met ingang van 12 mei 2009 van rechtswege omgezet in een bijdrage in diens kosten van levensonderhoud en studie.

Slotsom

17. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

wijzigt de beslissing van de rechtbank Groningen van 28 mei 2008 en het daaraan ten grondslag liggende echtscheidingsconvenant van partijen en bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de (destijds) minderjarigen [naam kind 1], geboren op [geboortedatum], en [naam kind 2], geboren op [geboortedatum], met ingang van 22 april 2009 op € 150,- per kind per maand;

bepaalt dat deze bijdrage, voor zover de termijnen niet zijn verstreken, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw dient te worden voldaan;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, B.J.J. Melssen en

R. Feunekes, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 3 februari 2011 in het bijzijn van de griffier.