Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4649

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
24-002156-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolging wegens openlijke geweldpleging.

Verdachte heeft, samen met een ander, na het uitgaan iemand meermalen geslagen.

Het hof veroordeelt verdachte wegens openlijke geweldpleging tot een geldboete van vijfhonderd euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002156-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-753424-09 en 17-842041-07 (TUL)

Arrest van 15 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 31 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. R.A. Schütz, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof met betrekking tot de gevorderde tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf de proeftijd zal verlengen met een jaar.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 20 november 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit geven van een kopstoot tegen het (voor)hoofd en/of (vervolgens) meermalen, althans éénmaal slaan tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 20 november 2008 te [plaats], met een ander, op de openbare weg, de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen slaan tegen het hoofd, althans het lichaam.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer. Hij zou door [slachtoffer] zijn aangevallen, waarna hij met de rug tegen een muur kwam te staan en waardoor hij, omdat [slachtoffer] vlak voor hem stond, geen kant meer op kon.

Het hof stelt vast dat verdachte zowel tegenover de politie, als ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard dat hij tussen [slachtoffer] en zijn vriend - mededader [medeverdachte] - in is gaan staan, dat hij een duw kreeg van [slachtoffer] en dat hij in een reactie daarop [slachtoffer] een snelle duw of klap heeft gegeven. Dat hij, zoals de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep stelt, geen kant meer op kon heeft verdachte niet verklaard.

Reeds hierom, maar ook omdat het verdachte was die uit eigener beweging tussen de toen nog slechts 'bekvechtende' [slachtoffer] en Hofstra is gaan staan en zodoende een mogelijk fysieke confrontatie zelf opzocht, verwerpt het hof het verweer. Het hof acht volstrekt niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer] jegens verdachte, waartegen een verdediging door verdachte was geboden.

Het beroep op noodweerexces verwerpt het hof omdat dit beroep in het geheel niet is onderbouwd.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden ook overigens niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader op 20 november 2008 op straat geweld gepleegd tegen [slachtoffer], door hem tegen diens hoofd en/of bovenlichaam te slaan. Als gevolg van dit handelen heeft [slachtoffer] letsel bekomen aan zijn hoofd en heeft hij pijn ondervonden. Door het plegen van dit feit is de lichamelijk integriteit van die De mari geschonden en is de openbare orde verstoord.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 november 2010 blijkt, dat verdachte ten tijde van het onderhavige delict nog niet terzake van soortgelijke strafbare feiten was veroordeeld.

Op grond van het vorenstaande acht het hof oplegging van een geldboete passend en geboden.

Tenuitvoerlegging

Het hof zal de vordering van de officier van justitie d.d. 11 juni 2009 tot tenuitvoerlegging van de twintig uren werkstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 26 mei 2008, afwijzen.

Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 november 2010 blijkt dat de politierechter in de rechtbank Leeuwarden op 16 juli 2010 in de strafzaak onder parketnummer 17-755187-09 de tenuitvoerlegging van die werkstraf heeft gelast. In de omstandigheid dat het onderhavige feit is gepleegd voor het einde van de proeftijd, terwijl uit dit uittreksel blijkt dat het vonnis van 16 juli 2010 nog niet onherroepelijk is, ziet het hof aanleiding om de proeftijd met een jaar te verlengen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 23, 24, 24c, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de werkstraf, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 26 mei 2008;

verlengt de bij dit vonnis gestelde proeftijd met één jaar.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. M.E.L. Fikkers, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.