Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4621

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
24-001839-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolging wegens 1) smaadschrift en 2) verduistering in dienstbetrekking.

Vrijspraak van de verduistering in dienstbetrekking omdat er geen bewijs is voor het oogmerk van wederrechtelijke toeëgening.

Volgt veroordeling wegens smaadschrift tot een voorwaardelijke geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001839-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-621154-08

Arrest van 15 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 3 juli 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van feit 2, en dat het hof verdachte wegens feit 1 zal veroordelen tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1:

Verdachte op of omstreeks de periode van 6 augustus 2008 tot en met 18 augustus 2008 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen, althans in Nederland opzettelijk de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] en/of taxibedrijf [bedrijf] heeft aangerand door de telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel - zakelijk weergegeven - de tekst: "[bedrijf] LICHT JE OP WAAR JE BIJ STAAT. IK HEB HET MEEGEMAAKT" laten vermelden in de krant Emmen Nu en/of op een of meer websites geplaatst/laten plaatsen;

2:

verdachte op of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 6 september 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een werkboekje, toebehorende aan taxibedrijf [bedrijf], althans aan een ander of anderen dan verdachte, welk werkboekje hij, verdachte bij genoemde rechthebbende als (ex-)werknemer/taxichauffeur in dienstbetrekking van deze ontvangen had en welke verdachte aldus, in elk geval in gemelde dienstbetrekking, anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat, ten aanzien van hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd, niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van toe-eigening, zodat hij van dat feit moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1:

verdachte in de periode van 6 augustus 2008 tot en met 18 augustus 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk de goede naam van taxibedrijf [bedrijf] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel - zakelijk weergegeven - de tekst: "[bedrijf] LICHT JE OP WAAR JE BIJ STAAT. IK HEB HET MEEGEMAAKT" laten vermelden in de krant Emmen.Nu.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

1:

smaadschrift.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smaadschrift. Hij heeft in een lokale krant beschuldigingen geuit aan het adres van aangever en hem daardoor in zijn eer en goede naam aangerand. De informatie wordt onder (een groot) publiek verspreid en het slachtoffer kan zich hiertegen niet of nauwelijks verdedigen. Verdachte voerde in zijn optiek een gerechtvaardigde strijd, maar hij heeft zich van een niet gerechtvaardigd middel bediend.

Verder heeft het hof gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister

d.d. 24 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving is het hof van oordeel dat oplegging van een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 261 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeldonder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

beveelt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. M.E.L. Fikkers, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.