Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4611

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
24-000016-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte ter zake van het opzettelijk nalaten een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000016-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-653079-08, 17-885193-06 (tul)

Arrest van 15 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 10 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. K.B. Spoelstra, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1. en 2. ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand, aan de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 22 december 2006, ten uitvoer te leggen, met dien verstande dat die straf dient te worden omgezet in een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 8 juli 2008 te [plaats], in ieder geval in de gemeente [gemeente], een persoon, te weten [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Wat wil je nou, kom maar mee naar buiten, dan maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

feit 2:

hij op of omstreeks 8 juli 2008 te [plaats], in ieder geval in de gemeente [gemeente], een persoon, te weten [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik zweer op mijn moeder dat ik je zal afmaken" en/of "Ik schiet drie kogels door je kop" en/of "Ik schiet zes kogels door je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

feit 1:

hij op 8 juli 2008 te [plaats], een persoon, te weten [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte, meermalen, telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Wat wil je nou, kom maar mee naar buiten, dan maak ik je dood";

feit 2:

hij op 8 juli 2008 te [plaats], een persoon, te weten [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik zweer op mijn moeder dat ik je zal afmaken" en "Ik schiet drie kogels door je kop" en "Ik schiet zes kogels door je kop".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 8 juli 2008 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging. Verdachte heeft, nadat hij door een medewerker van de Albert Heijn werd aangesproken vanwege een vermeende diefstal, twee medewerkers van de Albert Heijn bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Door zijn handelen heeft verdachte bij aangevers een gevoel van angst en onveiligheid teweeg gebracht

Het hof heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 1 december 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Met instemming van de verdachte houdt het hof bij de strafoplegging voorts rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde strafbare feit met het parketnummer 653079-08. Dit feit is hiermee afgedaan.

Het hof heeft daarnaast in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Zo heeft verdachte aangevoerd dat hij zijn leven inmiddels weer deels op orde heeft gebracht. Verdachte heeft aangegeven dat hij thans een woning heeft en dat hij met behulp van de Geestelijke gezondheidszorg leert om te gaan met nare ervaringen uit het verleden. Verdachte heeft aangegeven erg veel spijt te hebben van zijn handelen en dat hij erg gemotiveerd is thans iets van zijn leven te maken. Om die reden heeft verdachte verzocht de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand om te zetten in een werkstraf.

Gelet op de bovenvermelde persoonlijke omstandigheden acht het hof de vordering van de advocaat-generaal, te weten een geldboete en omzetting van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, passend en geboden. Het hof zal die straf aan verdachte opleggen, zodat de positieve wending in het leven van verdachte niet te zeer wordt doorkruist.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 22 december 2006 (parketnummer 17/885193-06), is verdachte veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 6 januari 2007. De officier van justitie heeft op 17 februari 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen, met dien verstand dat het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze straf te geven, een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis zal gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 23, 24, 24a, 24c, 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in tien opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot vijftig euro;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 22 december 2006 van de politierechter in het arrondissement Leeuwarden) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. J.F. Aalders, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Aalders voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.