Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4609

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
24-000847-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte ter zake van het opzettelijk aanwezig hebben van 1782 hennepplanten veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000847-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-652075-09

Arrest van 15 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 25 maart 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte

mr. M.R.M. Schaap, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 1782 hennepplanten tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 11 maart 2009 te [plaats], opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] en/of in een auto voorzien van kenteken [kenteken], een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 20 moederplanten en 1762 hennepstekjes, althans een groot aantal hennepplanten en/of hennepstekjes en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu niet bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk de hennepplanten aanwezig heeft gehad.

Het hof overweegt als volgt.

Op 11 maart 2009 wordt er binnengetreden in een garagebox gevestigd aan het [adres] te [plaats]. Wanneer de agenten deze garagebox betreden, treffen ze verdachte aan op de bovenverdieping van deze garagebox. Verdachte verklaart dat hij aldaar, in opdracht van huurder van deze garagebox, schoonmaakwerkzaamheden verricht. Desgevraagd deelt verdachte mede dat hij al langer op de hoogte is van het feit dat er in de garagebox hennep wordt geteeld. Tevens verklaart verdachte dat hij enkele dozen met hennepstekjes in de kofferbak van zijn auto - die in deze garagebox geparkeerd stond - heeft gezet teneinde de vloer te kunnen vegen.

Het hof is van oordeel dat nu verdachte al langere tijd op de hoogte was van het feit dat er in de garagebox hennep werd geteeld, hij desondanks is doorgegaan met het verrichten van werkzaamheden in die garagebox, hij in alle ruimtes van deze garagebox kwam - dus ook de ruimtes waar daadwerkelijk geteeld werd - en het feit dat hij ook feitelijk handelingen heeft verricht met dozen hennepstekjes (te weten het in zijn auto zetten van deze dozen) bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk 1782 hennepplanten aanwezig heeft gehad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 11 maart 2009 te [plaats], opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres]-7 en in een auto voorzien van kenteken [kenteken] een hoeveelheid van in totaal 20 moederplanten en 1762 hennepstekjes, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 1782 hennepplanten in een garagebox te [plaats]. Het is een feit van algemene bekendheid dat hennep een stof is die, éénmaal in het verkeer gebracht, schadelijk kan zijn en risico's meebrengt voor de gezondheid van gebruikers en mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving veroorzaakt.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 1 december 2010, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld ter zake van Opiumdelicten.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de politierechter opgelegde en de door de advocaat-generaal gevorderde straf, te weten een werkstraf voor de duur van 150 uren een passende bestraffing is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c en 22d, van het wetboek van strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdvijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfenzeventig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. J.F. Aalders, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Aalders voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.