Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4470

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
24-001165-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens bedreiging met zware mishandeling tot een geldboete van € 600,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001165-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-754639-09

Arrest van 14 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 10 mei 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een geldboete en heeft beslist omtrent het in beslag genomen mes, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

verdachte op of omstreeks 27 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden,

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een opengeklapt mes op korte afstand van of voor voornoemde [slachtoffer] één of meer stekende en/of zwaaiende bewegingen gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

verdachte op 27 april 2009 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een opengeklapt mes op korte afstand voor voornoemde [slachtoffer] stekende en zwaaiende bewegingen gemaakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met zware mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte werd op 27 april 2009 in [plaats] door een uitsmijter uit een café gezet en heeft daarna, uit frustratie, een mes van het merk 'Leatherman' opengeklapt en hiermee zwaaiende en stekende bewegingen gemaakt voor aangever. Door aldus te handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht bij aangever.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 december 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden het bewezen verklaarde feit te begaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een geldboete van € 600,-, een passende en noodzakelijke bestraffing is. Het hof zal bepalen dat de geldboete, gezien verdachtes financiële draagkracht, in zes maandelijkse termijnen van € 100,- mag worden voldaan.

Verbeurdverklaring

Het hof zal het in beslag genomen mes verbeurd verklaren, nu het bewezen verklaarde feit met behulp van dit mes is begaan en uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit mes aan verdachte toebehoort.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24a, 24c, 33, 33a en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van zeshonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twaalf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in zes opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderd euro;

verklaart verbeurd:

- een mes.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.