Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-02-2011
Datum publicatie
14-02-2011
Zaaknummer
24-001943-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van flessentrekkerij veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001943-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-754666-09

Arrest van 10 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 augustus 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1982] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte

mr. C. Niens, advocaat te Joure.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2008 tot en met 11 september 2008, op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op of omstreeks 22 augustus 2008, te [plaats], (in elk geval) in de gemeente [gemeente], bij

het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische materialen, in elk geval een hoeveelheid

goederen, en/of

- op of omstreeks 29 augustus 2008, te [plaats] (in elk geval) in de gemeente [gemeente], bij

het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische materialen, in elk geval een hoeveelheid

goederen, en/of

- op of omstreeks 11 september 2008, te [plaats] (in elk geval) in de gemeente [gemeente], bij

het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische materialen, in elk geval een hoeveelheid

goederen

en/of

- op of omstreeks 28 juli 2008, te Leeuwarden, (in elk geval) in de gemeente

Leeuwarden, bij het bedrijf [bedrijf], elektrotechnische goederen, in

elk geval een hoeveelheid goederen.

Het hof leest de pleegperiode "22 augustus 2008 tot en met 11 september 2008" in de kop van het ten laste gelegde verbeterd in "28 juli 2008 tot en met 11 september 2008". Hier is, gelet op de pleegdatum genoemd bij het laatste gedachtestreepje (28 juli 2008), sprake van een kennelijke misslag. Door de verbeterde lezing kan verdachte in zijn door de dagvaarding beschermde belangen niet zijn geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij in de periode van 28 juli 2008 tot en met 11 september 2008, op na te noemen plaatsen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op 22 augustus 2008, te [plaats], bij het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische

materialen en

- op 29 augustus 2008, te [plaats], bij het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische

materialen en

- op 11 september 2008, te [plaats], bij het bedrijf [benadeelde], elektrotechnische

materialen en

- op 28 juli 2008, te Leeuwarden, bij het bedrijf [bedrijf],

elektrotechnische goederen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

een beroep of een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van 28 juli 2008 tot en met 11 september 2008 schuldig gemaakt aan flessentrekkerij. Hij had zich kort tevoren laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en bestelde vervolgens onder de naam [verdachte] handelsonderneming goederen. Die goederen betaalde hij niet, maar verkocht hij door aan anderen. De opbrengst stak hij in eigen zak. Verdachte heeft op deze wijze een breed scala aan elektrotechnische goederen buit gemaakt. Door aldus te handelen heeft verdachte een tweetal bedrijven aanzienlijke financiële schade toegebracht en heeft hij misbuik gemaakt van het vertrouwen dat in het handelsverkeer tussen zakenpartners noodzakelijk en gebruikelijk is.

Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 december 2010 blijkt, dat verdachte vóór het plegen van het bewezen verklaarde feit meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten tot straffen, waaronder werkstraffen en gevangenisstraffen, is veroordeeld. Al deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te plegen.

Op grond van het vorenstaande is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel, dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur noodzakelijk is. Een andere, mindere strafmodaliteit komt, gelet op verdachtes strafrechtelijk verleden, niet meer in aanmerking.

Benadeelde partij [benadeelde]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door het bewezen verklaarde feit door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De benadeelde partij heeft een vergoeding voor materiële schade gevorderd ten bedrage van totaal € 3.265,30.

Deze onbetwiste vordering, die het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, kan worden toegewezen. Het hof zal voormeld bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 63 en 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van drieduizend tweehonderdvijfenzestig euro en dertig cent;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieduizend tweehonderdvijfenzestig euro en dertig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tweeënveertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Heins, voorzitter, mr. Koolschijn en mr. Toeter, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Toeter buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.