Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3718

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
24-002628-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002628-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-650799-09

Arrest van 8 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 12 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

op 4 mei 2010 wel maar op 25 januari 2011 niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 26 uren, subsidiair 13 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: hij op of omstreeks 20 augustus 2008 te [plaats], in de eetgelegenheid [bedrijf] gelegen aan de [adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer])

- meermalen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of gestompt in het gezicht en

- aan de haren heeft getrokken en

- heeft geduwd,

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich op 20 augustus 2008 schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van aangeefster [slachtoffer].

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De ten laste gelegde pleegdatum correspondeert niet met de feitelijke pleegdatum, zijnde 31 augustus 2008. Daargelaten de vraag of het hof deze misslag verbeterd zou kunnen lezen, komt het hof op grond van het onderstaande tot een vrijspraak.

Uit het dossier komt de volgende gang van zaken naar voren.

Op zondag 31 augustus 2008 omstreeks 06.00 uur zat een groepje van vier personen te eten in de shoarmazaak '[bedrijf]' gelegen aan de [straat] te [plaats]. Dit luidruchtige viertal is door verdachte meermalen (tevergeefs) aangesproken op hun gedrag. Op een gegeven ogenblik is er een vechtpartij ontstaan tussen het viertal en het personeel van '[bedrijf]'. Verdachte (een werknemer) zou hierbij aangeefster [slachtoffer] hebben mishandeld.

Uit de aangifte volgt - onder meer - dat een man aangeefster [slachtoffer] een stoot in haar gezicht heeft gegeven, waardoor ze is gevallen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij weer is opgestaan en zag dat iedereen aan het duwen en trekken was. Verder heeft ze verklaard dat ze met een stoel tegen het hoofd van een man heeft geslagen.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2010 is komen vast te staan dat verdachte moeilijk te verstaan is en de communicatie in de Nederlandse taal moeizaam verloopt. Aangezien verdachte zijn (bekennende) verklaringen bij de politie zonder tolk en in de Nederlandse taal heeft afgelegd, zal het hof terughoudendheid betrachten bij het gebruik van deze verklaringen van verdachte.

Voorts heeft getuige [getuige 2], een collega van verdachte, verklaard dat hij een meisje een klap in haar gezicht heeft gegeven, waardoor het meisje is gevallen. Hij zag dat het meisje meteen weer opstond. Verder heeft hij verklaard dat er - nadat hij het meisje had geslagen - een stoel in de richting van verdachte en hem werd gegooid, maar dat hij niet heeft gezien wie deze stoel heeft gegooid. De stoel raakte hen beiden in het gezicht. Bovendien heeft [getuige 2] verdachte niet zien slaan.

Het hof is van oordeel dat, ondanks de bekennende verklaring van verdachte, op grond van de aangifte en de overige bewijsmiddelen het daderschap van verdachte niet overtuigend kan worden bewezen. Op grond van het vorenstaande sluit het hof niet uit dat aangeefster door een ander dan verdachte is mishandeld. Het hof acht derhalve niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.