Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3603

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
24-001092-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van gekwalificeerde diefstallen, dan wel pogingen daartoe, en zaaksbeschadiging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001092-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-880412-09

Arrest van 8 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 21 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. U. van Ophoven,

advocaat te Leek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van de

onder 1 t/m 4 tenlastegelegde feiten zal veroordelen tot een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te of bij [gemeente 1], (in elk geval) in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeecontainer, aan of bij de [straat 1], aldaar, weg te nemen goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [motorclub], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die zeecontainer te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen zich, opzettelijk naar die zeecontainer heeft begeven en/of (vervolgens) het hangslot, althans de sluiting, van die zeecontainer heeft opengeknipt en/of (vervolgens) de deur van die zeecontainer heeft geopend en/of (vervolgens) die zeecontainer is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te of bij [plaats 2], (in elk geval) in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeecontainer, aan of bij de [straat 2], aldaar, heeft weggenomen een koevoet en/of een betonschaar, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te of bij [plaats 3], (in elk geval) in de gemeente [gemeente 3], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeecontainer, aan of bij de [straat 3], aldaar, weg te nemen goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die zeecontainer te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich opzettelijk naar die zeecontainer heeft begeven en/of (vervolgens) het hangslot, althans de sluiting, van die zeecontainer (met een betonschaar) heeft opengeknipt en/of (vervolgens) die zeecontainer is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te of bij [plaats 3], (in elk geval) in de gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer grondkabel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] services BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeecontainer aan de [straat 1], aldaar, weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan [motorclub], en zich daarbij de toegang tot die zeecontainer te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader zich opzettelijk naar die zeecontainer heeft begeven en vervolgens het hangslot van die zeecontainer heeft opengeknipt en vervolgens de deur van die zeecontainer heeft geopend en vervolgens die zeecontainer is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeecontainer, aan de [straat 2], aldaar, heeft weggenomen een koevoet en een betonschaar, toebehorende aan [bedrijf 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te [plaats 3], in de gemeente [gemeente 3], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeecontainer, bij de [straat 3], aldaar, weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan [bedrijf 2], en zich daarbij de toegang tot die zeecontainer te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader zich opzettelijk naar die zeecontainer heeft begeven en vervolgens het hangslot van die zeecontainer met een betonschaar heeft opengeknipt en vervolgens die zeecontainer is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 te [plaats 3], in de gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk grondkabels, toebehorende aan [bedrijf 2], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4. medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een reeks gekwalificeerde diefstallen, dan wel pogingen daartoe. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan beschadiging van grondkabels. Door het plegen van die feiten heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d.

15 november 2010 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder ook een veroordeling voor een soortgelijk feit als de onderhavige feiten.

Het hof heeft eveneens gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit het dossier blijken en ter terechtzitting van het hof door verdachte naar voren zijn gebracht.

Gelet op het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - acht het hof de thans door de advocaat-generaal gevorderde en in eerste aanleg door de rechtbank opgelegde straf passend en geboden.

Verbeurdverklaring

De door het hof verbeurd te verklaren goederen (te weten: drie betonscharen en twee breekijzers) zijn daarvoor vatbaar, nu die aan de verdachte toebehorende goederen door middel van de bewezenverklaarde feiten zijn verkregen of deze feiten met behulp van deze goederen zijn begaan.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 45, 47, 57, 63,

311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde

van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van honderd dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

verklaart verbeurd:

- Gereedschap (voorwerp 1246207), te weten drie betonscharen

(één rood, één zwart en één blauw)

- Gereedschap (voorwerp 1246208), te weten twee breekijzers

(één blauw en één oranje).

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. M. Zandbergen en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper als griffier, zijnde mr. M. Zandbergen buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.