Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3530

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
24-001503-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals deze ter zitting zijn gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001503-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-620285-09

Arrest van 4 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 15 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.C.N. Brens-Cats, advocaat te Emmen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

verdachte op of omstreeks 23 maart 2009, te en in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een schoolgebouw ([school]) gelegen aan/nabij de [straat], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptoptas en/of laptop en/of kandelaar, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of die mededader(s), waarbij verdachte en/of die mededader(s) zich de toegang tot die plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of voormeld(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

verdachte op 23 maart 2009, te en in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, uit een schoolgebouw ([school]) gelegen aan de [straat], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptoptas en een laptop en een kandelaar, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte zich de toegang tot die plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan diefstal uit een schoolgebouw. Verdachte heeft daarbij de deur van het schoolgebouw opengebroken met behulp van een breekijzer. Verdachte en zijn mededader hebben bij deze diefstal een laptop, een laptoptas en een kandelaar buitgemaakt. Verdachte en zijn mededader hebben door hun handelen een inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de eigenaar van de gestolen goederen. Voorts hebben zij schade veroorzaakt en overlast bezorgd.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 december 2010, waaruit blijkt dat verdachte meermalen wegens (soortgelijke) strafbare feiten is veroordeeld.

Ter zitting is gebleken dat verdachte sinds 4 januari 2011 in een ambulant kader therapie volgt bij het AFPN in Assen. Verdachte heeft voorts ter zitting van het hof verklaard dat hij in het kader van een andere strafzaak reclasseringscontact heeft.

Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij, mede gelet op het voorgaande, liever geen gevangenisstraf zou ondergaan omdat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf de hulpverlening zou doorkruisen. Hij heeft aangegeven dat hij een werkstraf wil verrichten. Deze werkstraf kan in het kader van zijn begeleiding worden ingepland.

De argumenten die verdachte heeft aangevoerd zijn voor de advocaat-generaal aanleiding geweest om een werkstraf te vorderen.

Ook het hof ziet gelet op de door verdachte geschetste persoonlijke situatie aanleiding om aan verdachte een werkstraf van na te melden duur op te leggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeventig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.