Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3451

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
24-002879-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ten laste is gelegd dat verdachte zich - kort gezegd - schuldig heeft gemaakt aan uitkeringsfraude. Zij heeft de gemeente, die haar een uitkering verstrekte op grond van de Wet werk en bijstand, doorgegeven dat de samenwoning met haar partner beëindigd was, terwijl dat feitelijk niet het geval zou zijn. Het hof stelt vast dat de bewezenverklaring in eerste aanleg, welke bewezenverklaring is gevolgd door de advocaat-generaal, nagenoeg volledig is gebaseerd op een tweetal verklaringen, die het hof niet zonder meer betrouwbaar acht. Voorts acht het hof de door verdachte opgegeven reden voor het regelmatige verblijf van haar gewezen partner in haar woning niet onbegrijpelijk. Niet gebleken is dat daarbij sprake was van het zorg dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins. Aldus deden er zich geen omstandigheden voor die van invloed waren op het recht van verdachte op een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002879-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-613067-08

Arrest van 4 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 9 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. A.S. Bodha, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op een of meer tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 10 april 2007 tot en met 01 augustus 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een WWB-uitkering via de ISD (Intergemeentelijke sociale dienst van de gemeenten [gemeente 1], [gemeente 2] en [gemeente 3]) te [plaats], dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij, verdachte, aan voornoemde ISD, (telkens) opzettelijk in het geheel niet gemeld dat zij in voornoemde periode met [partner] een gezamenlijke huishouding - als bedoeld in artikel 3 van de Wet Werken Bijstand - heeft gevoerd, zulks terwijl dat toen (telkens) wel het geval was;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat:

zij op of omstreeks 13 april 2007, in de gemeente [gemeente 1], althans in Nederland, een geschrift - een Mutatieformulier ISD - [gemeente 2], [gemeente 1] en [gemeente 3] -, door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de ISD (Intergemeentelijke sociale dienst van de gemeenten [gemeente 1], [gemeente 2] en [gemeente 3]) te [plaats] van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of van het bedrag van die uitkering over het tijdvak waarop die opgave betrekking had, welk geschrift bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door in dat geschrift de daarin voorkomende mogelijkheid om een wijziging door te geven met betrekking tot haar gezinssituatie, aan te geven dat haar partner per 10 april 2007 is (terug)verhuisd (naar Amsterdam), althans dat haar partner niet (meer) in de door haar bewoonde woning zijn hoofdverblijf heeft, zulks terwijl in werkelijkheid haar partner niet is verhuisd/vertrokken en/of zijn hoofdverblijf in de door haar, verdachte, bewoonde woning heeft behouden.

Vrijspraak

Aan verdachte is - kort gezegd - in een tweetal varianten ten laste gelegd dat zij aan de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten [gemeente 1], [gemeente 2] en [gemeente 3], van welke instantie zij een uitkering ontving krachtens de Wet werk en bijstand, heeft doorgegeven dat de samenwoning met haar partner beëindigd was, zulks terwijl dat feitelijk niet het geval was.

Het hof stelt vast dat de politierechter de bewezenverklaring nagenoeg volledig heeft gebaseerd op de verklaring van de schoonzus van verdachte alsmede op de verklaring van verdachtes vader, zoals hij die ten overstaan van verbalisanten heeft afgelegd.

Gelet op de kennelijk uiterst gecompliceerde familieverhoudingen acht het hof - anders dan de advocaat-generaal - deze verklaringen niet zonder meer betrouwbaar. Het hof stelt voorts vast dat er geen verder onderzoek heeft plaatsgevonden naar de verweten gedraging.

Tegenover de hiervoor bedoelde belastende verklaringen staat de verklaring van verdachte, inhoudende dat de relatie met de betreffende partner, [partner], na een gezamenlijke huishouding gedurende een drietal maanden, op 10 april 2007 werd beëindigd wegens - zo begrijpt het hof - voortdurende disharmonie. [partner] bleef zich in de periode daarna echter verantwoordelijk voelen voor het zoontje van verdachte, dat in de ten laste gelegde periode (zeer) ernstig ziek was en ten aanzien van wie [partner] een vaderrol vervulde. De gezondheidstoestand van dit kind vormde een zodanige belasting, zowel in psychisch als in fysiek opzicht, voor de destijds 21-jarige verdachte, dat zij de steun van [partner] nodig had. [partner] verbleef derhalve regelmatig in de woning van verdachte, indien de situatie van het kind daarom vroeg. Volgens de verklaring van verdachte had [partner] (wellicht) in sommige weken zijn hoofdverblijf bij haar. Wat hier ook van zij, naar het oordeel van het hof is in ieder geval niet gebleken dat er sprake was van het zorgdragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins. Aldus deden er zich geen omstandigheden voor die van invloed waren op het recht van verdachte op een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand.

Het hof acht niet onaannemelijk dat de door verdachte geschetste situatie overeenkomt met de werkelijkheid zoals die destijds gold, temeer daar haar verklaringen consistent en gedetailleerd zijn en slechts worden weersproken door de - vermoedelijk gekleurde - verklaringen van haar schoonzus en (deels) die van haar vader.

Op grond van het vorenstaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. E. de Witt en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier.