Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3300

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
24-001701-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in een periode van ruim twee jaren schuldig gemaakt aan oplichting en afpersingen, gepleegd met een ander of anderen. De strafwaardigheid van deze delicten vindt vooral een grondslag in het feit dat de slachtoffers, die zich mogelijk in een kwetsbare positie bevonden, zich hiertegen niet of nauwelijks konden verdedigen en geen andere uitweg zagen dan te betalen. Daarnaast heeft verdachte tot twee keer toe getracht een ander, door te dreigen met geweld, geld afhandig te maken. Voorts heeft verdachte zich in die periode schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van personen.

Verdachte wordt daarnaast ter zake van een aantal in de tenlastelegging weergegeven delicten vrijgesproken.

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. De ernst van de feiten, in samenhang met de recidive, laat oplegging van een lichtere straf niet toe.

De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001701-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-630285-08

Arrest van 4 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 22 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle,

Verdachte is ter gelegenheid van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, ter terechtzitting van 7 januari 2011, verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht.

Ter terechtzitting van 21 januari 2011, alwaar het onderzoek gesloten is, zijn verdachte en zijn raadsman niet verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en daarbij maatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1 tot en met 13 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren.

De advocaat-generaal heeft voorts de hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 50.000,- en [benadeelde 2] tot een bedrag van € 59.948,- gevorderd, met daarbij telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal, reeds hierom omdat de vermelding van de bewijsmiddelen in het vonnis niet adequaat is en een aanvulling op de voet van het bepaalde in artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering ontbreekt, het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

De eerste rechter heeft de tenlastelegging in overeenstemming met de vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep de tenlastelegging voor wat betreft feit 2 gewijzigd in overeenstemming met de vordering van de advocaat-generaal.

Het hof heeft ten behoeve van de leesbaarheid en begrijpelijkheid van het arrest bij de onder 2, 4, 5 en 10 ten laste gelegde feiten de letters 'A', 'B' en/of 'C' in de tenlastelegging aangebracht.

Het hof beschouwt de in feit 1 bij het achtste gedachtestreepje vermelde naam '[verdachte]' als een kennelijke misslag en leest dit verbeterd als '[medeverdachte 1]'. Hierdoor wordt verdachte niet in enig belang geschaad.

Gelet op de opbouw en de inhoud van het onder 5B ten laste gelegde gaat het hof ervan uit dat de steller van de tenlastelegging heeft beoogd de constructie van medeplegen in de tenlastelegging op te nemen. Het hof zal, nu verdachte hierdoor, blijkens het verhandelde ter terechtzittingen, niet in zijn belangen wordt geschaad, de tenlastelegging verbeterd lezen door na 'Nederland' de woorden '(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen' toe te voegen.

Aan de verdachte is, met inachtneming van het hiervoor vermelde, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 1 augustus 2008 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van 125.000 euro, althans één of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een bonafide partij, te weten medewerker(s)/specialist(en) van een incassoburo, die tegen een aanbetaling van een bedrag van 1500 euro zou(den) gaan regelen dat de vordering op de ex-vriendin van die [benadeelde 1] ter hoogte van 70.000 euro zou worden geïnd en/of

- die [benadeelde 1] een incassodienst op papier laten zetten en/of

- (meermalen) die [benadeelde 1] meegedeeld dat de zaak bijna was opgelost en/of

- die [benadeelde 1] (meermalen) meegedeeld dat ze zijn ex en haar nieuwe vriend in de gaten hielden en/of dat ze hen bijna zover hadden dat ze gingen betalen en/of

- (meermalen) geldbedragen geïnd (contant en/of via Western Union) bij die [benadeelde 1] teneinde (volgens mededeling van verdachte en/of zijn mededader(s)) gemaakte kosten ten behoeve van de incassowerkzaamheden te betalen en/of

- als die [benadeelde 1] aangaf niet meer te willen betalen meegedeeld "Als je nu niet meer betaalt, dan houden we ermee op en ben je het geld wat je hebt betaald kwijt" en/of "Ik heb er zelf ook geld ingestoken, je moet nu niet stoppen, want de zaak is bijna opgelost". en/of (vervolgens)

- tegen die [benadeelde 1] gezegd dat hij (verdachte en/of zijn medeverdachte) direkt terug zou gaan naar Turkije als die [benadeelde 1] niet zou betalen en/of dat als die [benadeelde 1] niet zou betalen, hij, [benadeelde 1], het zelf maar moest regelen. en/of

- die [benadeelde 1] een schuldbekentenis op papier laten zetten waarin werd gesteld dat verdachte en [medeverdachte 1] een bedrag van 70.000 euro aan die [benadeelde 1] zouden betalen en/of genoemde schuldbekentenis ondertekend en/of

- die [benadeelde 1] meegedeeld dat hij het bedrag van 70.000 euro vermeerderd met rente terug zou krijgen indien hij een bedrag van 7.500 euro zou betalen en een incasso-opdracht zou ondertekenen en/of dat teneinde genoemd bedrag te innen mensen uit Roemenië zouden worden ingezet waardoor die [benadeelde 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2A.

hij op of omstreeks 22 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro en/of een geldbedrag van 100.000 euro, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk,

- [slachtoffer 1] onder het voorwendsel dat hij, verdachte zijn geldschuld aan [slachtoffer 1] wilde aflossen, heeft gevraagd om naar café [bedrijf 2] te komen, en/of (vervolgens)

- bij binnenkomst van [slachtoffer 1] in het café, de (voor)deur op slot heeft gedaan, en/of

- (al schreeuwend en scheldend) van [slachtoffer 1] een bedrag van 10.000 euro heeft geëist, en/of

- [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondertekenen van een schuldbekentenis, en/of

- (vervolgens) van [slachtoffer 1] een bedrag van 100.000 euro heeft geëist en/of

- heeft gedreigd de vrouw en kinderen van [slachtoffer 1] aan te pakken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

2B.

hij op of omstreeks 22 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- [slachtoffer 1] onder het voorwendsel dat hij, verdachte, zijn geldschuld aan [slachtoffer 1] af wilde lossen, gevraagd om naar café [bedrijf 2] te komen, en/of (vervolgens)

- bij binnenkomst van [slachtoffer 1] in het café, de (voor)deur op slot gedaan, en/of

- (al schreeuwend en scheldend) van [slachtoffer 1] een bedrag van 10.000 euro geëist, en/of

- [slachtoffer 1] gedwongen tot het ondertekenen van een schuldbekentenis, en/of

- (vervolgens) van [slachtoffer 1] een bedrag van 100.000 euro geëist en/of

- [slachtoffer 1] bedreigd en/of

- gedreigd de vrouw en kinderen van [slachtoffer 1] aan te pakken;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007 tot 1 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een man, genaamd [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro en/of een geldbedrag van 2000 euro, althans een of meerdere geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk (met een in de tijd steeds groter wordende druk en dreiging),

- die [slachtoffer 3] gedurende 24 uur per dag heeft/hebben gebombardeerd met talloze sms-jes en/of telefoontjes waarin verdachte op een voor die [slachtoffer 3] zeer bedreigende en intimiderende wijze liet(en) merken op de hoogte te zijn van diverse persoonlijke dingen uit het leven van [slachtoffer 3] zoals bijvoorbeeld adresgegevens van hemzelf en van zijn ouders en gegevens van personeelsleden van het bedrijf van [slachtoffer 3], en/of

- die [slachtoffer 3] (talloze) sms-jes heeft/hebben gestuurd met bewoordingen zoals "je hebt nu vijf minuten de tijd om te reageren, anders komen we bij je op de koffie om de zaak af te breken, we slopen je auto, we bezoeken je ouders", en/of

- die [slachtoffer 3] ernstig heeft/hebben geïntimideerd door hem met de auto te volgen en/of met de auto zeer langzaam te rijden langs de diverse locaties waar [slachtoffer 3] zich op dat moment bevond zoals zijn woning of zijn werk en die [slachtoffer 3] daarbij strak aan te kijken, en/of

- die [slachtoffer 3] tijdens een ontmoeting in een hotel heeft/hebben bevolen dat hij, verdachte, 10.000 euro moest hebben en dat hij, verdachte, als die 10.000 euro niet binnen een bepaalde tijd betaald zou zijn, een seintje zou geven aan een zich aan de overkant van het hotel bevindende groep Turken om die [slachtoffer 3] te vermoorden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4A.

hij op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 5 juli 2008 tot en met 21 juli 2008, in de gemeente [gemeente 1], en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 9100 euro, althans één of meer geldbedrag(en), immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) listig, bedriegelijk en/of in strijd met de waarheid,

- zich voorgedaan bij die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] als een bonafide partij die tegen betaling van een bedrag van in totaal 3000 euro (1500 euro vooraf en 1500 euro achteraf) kon en zou regelen dat (een deel van) de bij een inbraak in de woning van die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] weggenomen goederen (waaronder twee kostbare horloges) bij die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] zouden worden terugbezorgd, en/of

- kort na het eerste contact met die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] aan hem/hen laten weten dat hij had achterhaald wie het brein achter de inbraak was en dat de zaak binnen 24 uur geregeld zou zijn, en/of

- vervolgens aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] laten weten dat er een hele organisatie achter de inbraak zat die onder meer de bedoeling had gehad om die [slachtoffer 5] te gijzelen, en/of

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] medegedeeld dat hij, verdachte en of verdachtes mededader(s), [naam 1] in gijzeling had en dat [naam 1] alles had opgebiecht en/of

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] verteld dat een man genaamd [naam] inmiddels met de gestolen horloges naar Turkije was vertrokken en/of dat hij, verdachte en/of verdachtes mededaders, een extra geldbedrag van 6000 euro nodig had(den) om mensen naar Turkije te kunnen sturen teneinde de horloges terug te halen, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gewezen op een man die in hun omgeving stond met de mededeling dat deze man hen in de gaten hield en/of aldus aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de indruk gegeven dat zij werden beveiligd en/of dat hij, verdachte, zijn taak serieus nam, en/of

- vervolgens naar die [slachtoffer 4] gebeld met de mededeling dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), van die [slachtoffer 4] 100 euro teveel had ontvangen waardoor bij die [slachtoffer 4] de indruk werd versterkt dat hij, verdachte, een eerlijke man was, en/of

- vervolgens wederom naar die [slachtoffer 4] gebeld met de mededeling dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), een bedrag van 2000 euro extra nodig had omdat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), de gestolen spullen persoonlijk uit Turkije op moest gaan halen en/of - na ontvangst van een extra betaling door [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] van 1500 euro tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gezegd dat alles goed zou komen,

waardoor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

4B.

hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 22 juli 2008 tot en met 6 augustus 2008, in de gemeente [gemeente 1], en/of elders in Nederland, en/of Frankrijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte een geldbedrag van 25.000 euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk (met een in de tijd steeds groter wordende druk en dreiging),

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft opgebeld met de mededeling dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), vanuit Turkije belde(n) en/of dat die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] voor 5 augustus 2008 25.000 euro moesten betalen aan een PKK leider omdat diens zoon per ongeluk van een rif was gegooid, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd "Maak je geen zorgen, ik regel dit. Maar wees op je hoede. Dit is geen kleine organisatie", en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] wederom heeft opgebeld met de mededeling dat ze zouden worden doodgeschoten als ze niet met geld over de brug zouden komen, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] vervolgens heeft opgebeld met de mededeling dat hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), zich nu weer in Nederland bevond(en) en dat ze allemaal opgeblazen zouden worden als er geen geld kwam, en/of

- bij die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op bezoek is geweest in gezelschap van een Turkse man, welke man door hem, verdachte, werd voorgesteld als de grote leider van de PKK uit Amsterdam, en/of welke man aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd "Jij en [slachtoffer 5] hebben een goede vriend van ons, de zoon van het hoofd PKK leider, van een rif gegooid. Jullie worden beboet met 25.000 euro. Dit moet uiterlijk 8 augustus 2008 geregeld zijn omdat jullie de opdrachtgever zijn, en anders blazen we jullie allemaal op", en/of

- vervolgens tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gezegd "Je zal echt met geld moeten komen, ik en mijn gezin lopen nu door jullie gevaar" en/of

- wederom die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft opgebeld en gezegd "Regel dit geld nou, anders komen we bij jou. Ik zet niet alles op het spel", en/of "ik stuur vanmiddag iemand onzichtbaar bij je langs, wees maar op je hoede.",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

4C.

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2008 tot en met 9 augustus 2008, in de gemeente [gemeente 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van 3500 euro, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) listig, bedriegelijk en/of in strijd met de waarheid,

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] medegedeeld dat ze belazerd waren maar dat er een oplossing zou worden gevonden en/of

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] beloofd dat hij, verdachte, in ruil voor het afzien van het doen van aangifte, ervoor zou zorgen dat ze de uit de woning van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gestolen goederen alsmede de reeds betaalde geldsom van 9100 euro terug zouden krijgen, en/of

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gezegd dat het boek pas gesloten kon worden als ze een bedrag van 3500 euro hadden betaald aan twee Koerden, en/of

- aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gezegd dat hij, verdachte, een man was van zijn woord en dat het nooit zijn bedoeling was geweest dat er een afpersingszaak achter weg zou komen, en/of

- in bijzijn van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] een contract opgesteld met daarin ondermeer opgenomen de afspraak dat de bedreigingen met ingang van 7 augustus op zouden houden alsmede de afspraak dat het bedrag van 9100 euro aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] teruggegeven zouden worden,

waardoor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5A.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 10 september 2008, in de gemeente [gemeente 2] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2], heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag van 3750 euro en/of een bedrag van 3000 euro, in elk geval een of meer geldbedrag(en),

immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) listig, bedriegelijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan bij die [benadeelde 2] als een bonafide partij die tegen betaling van een bedrag van 3750 euro kon en zou regelen dat die [benadeelde 2] beveiligd zou worden en/of

- die [benadeelde 2] toegezegd dat tegen (een) (aan)betaling van een bedrag van 3000 euro kon en zou worden geregeld dat [naam 2] een bedrag van 120.000 euro zou betalen aan die [benadeelde 2],

waardoor die [benadeelde 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN/OF

5B.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 10 september 2008, in de gemeente [gemeente 2], en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, onder meer op een of meer openbare wegen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2], heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), tot een totaal van ongeveer 51.204,50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] (meermalen) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 2] (meermalen) de woorden heeft/hebben toegevoegd:

- "Ik heb gehoord dat het anders (als er niet betaald zou worden) niet goed gaat aflopen met jou" en/of

- "Als jij mij geen geld betaalt dan schiet ik je gezin overhoop" en/of

- "Als [slachtoffer 6] hiermee te maken heeft, dan schiet ik hem kapot" en/of

- "Jij gaat eraan, je gaat er helemaal aan. Je krijgt straf en gaat mij betalen, veel betalen, ik heb mij zo kwaad gemaakt." en/of

- "Ik stuur een stel Turken op je af" en/of

- "Jullie gaan er allemaal aan.",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

6.

hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks 1 mei 2008 tot en met 14 oktober 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer 35.750 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 2] dagelijks talloze sms-jes heeft/hebben gestuurd met bewoordingen zoals "als je niet betaalt, zal ik levenslang achter je aanzitten", "ik weet waar je bent", "je hebt levenslang" en/of "je bent al dood, ik weet alleen nog niet wanneer", en/of

- die [slachtoffer 2] op dreigende wijze de woorden heeft/hebben toegevoegd "ik trek je kop eraf", en/of

- die [slachtoffer 2] op intimerende wijze heeft/hebben laten weten op de hoogte te zijn van diverse persoonlijke dingen uit het leven van die [slachtoffer 2] zoals bijvoorbeeld de adresgegevens van de ex-vrouw en vriendin van [slachtoffer 2] en/of zakelijke gegevens van de broer van [slachtoffer 2], en/of

- voor de woning van de vriendin van [slachtoffer 2] heeft/hebben staan schreeuwen op een wijze die genoemde vriendin als ernstig bedreigend heeft ervaren, en/of

- het zoontje van [slachtoffer 2] (die tijdens een ontmoeting bij het restaurant MacDonalds door [slachtoffer 2] was meegenomen) bij de schouder heeft/hebben beetgepakt en [slachtoffer 2] daarbij op dreigende wijze de woorden heeft/hebben toegevoegd "ik hoef alleen maar te knijpen en hij is weg" en/of

- gedurende een van de ontmoetingen met [slachtoffer 2] een pistool, althans een vuurwapen, aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond, althans een pistool zichtbaar aanwezig heeft/hebben gehad;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 juli 2008 tot en met 12 juli 2008, in de gemeente [gemeente 1], en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een man, genaamd [slachtoffer 7], heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 400 euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 7], op verschillende tijdstippen, (zakelijk weergegeven) de woorden heeft/hebben toegevoegd:

- "je weet wel wie je aan de lijn hebt, ik heb geld nodig", en/of

- "je moet mij dat geld geven anders krijg jij of je zoon een kogel door de kop", en/of

- "ik heb mannen laten komen om jou koud te maken", en/of

- "je weet nog lang niet wie ik ben en daar zul je nog wel achter komen," en/of (vervolgens), (tijdens een op aandringen van verdachte en/of zijn mededader(s) gearrangeerde ontmoeting gedurende welke ontmoeting verdachte zijn jas een stukje opende en vanuit een in zijn binnenzak gestoken krant de kolf van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 7] toonde)

- "jij weet niet wie ik ben, ik heb vier man vanuit [plaats 3] laten komen en die hebben hotelkosten gemaakt", en/of

- "ik weet alles van jou en je zoon, ik weet dat je kanker hebt en dat je een stoma hebt en ik weet met wie je zoon verkering heeft gehad", en/of

- "de hotelkosten van de mannen uit [plaats 3] bedragen vierduizend euro en die moet jij vergoeden", en/of

- "je moet met geld over de brug komen" en/of

- "je mag niet eerder weg dan wanneer ik geld van jou heb gekregen",

althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 juli 2008 tot en met 12 juli 2008, in de gemeente [gemeente 1], en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 7], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk tegen die [slachtoffer 7] gezegd:

- "je moet mij dat geld geven anders krijg jij of je zoon een kogel door de kop", en/of

- "ik heb mannen laten komen om jou koud te maken", en/of

- "je weet nog lang niet wie ik ben en daar zul je nog wel achter komen,"

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 te [plaats 4] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] en/of [bedrijf 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 19.500 euro, althans één of meerdere geldbedragen, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als financieel adviseur van de firma [bedrijf 3] en/of

- de indruk gewekt in die functie bevoegd te zijn om schadebedragen namens de firma [bedrijf 3] te innen en/of

- met die [slachtoffer 8] is overeengekomen dat hij, verdachte, in ruil voor de uitbetaalde schadebedragen, ervoor zou zorgen dat de 14.000 euro aan premies zouden worden betaald aan die [slachtoffer 8] en/of [bedrijf 1]

waardoor die [slachtoffer 8] en/of [bedrijf 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

9.

hij in of omstreeks 15 februari 2008 tot en met 30 april 2008 te [plaats 4], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [bedrijf 1] te dwingen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 8] en/of [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk

- die [slachtoffer 8] gevraagd heeft om meer schadebedragen uit te betalen en/of (vervolgens) (op het moment dat die [slachtoffer 8] niet meer wilde betalen)

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd: "het kan ook anders geregeld worden met een 9 mm" en/of "op afpersing staat drie maanden, ik kan zo weer opnieuw beginnen" en/of

- zich tijdens zijn bezoeken aan die [slachtoffer 8] liet vergezellen door een paar mannen en/of

- naar die [slachtoffer 8] (meerdere) sms-berichten heeft gestuurd met (onder andere) de tekst "ik verras jullie allemaal. iedereen gaat nu mijn slechte kant zien." en/of "praat jij maar zo stoer door telefoon dat vind ik juist leuk" en/of

- die [slachtoffer 8] (meermalen) telefonisch heeft bedreigd dat hij zijn vrouw zou verkrachten waar die [slachtoffer 8] bij zou zijn.",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2008 tot en met 30 april 2008 te [plaats 4], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- tegen die [slachtoffer 8] gezegd: "het kan ook anders geregeld worden met een 9 mm" en/of "op afpersing staat drie maanden, ik kan zo weer opnieuw beginnen en/of

- naar die [slachtoffer 8] (meerdere) sms-berichten gestuurd met (onder andere) de tekst "ik verras jullie allemaal. iedereen gaat nu mijn slechte kant zien." en/of "praat jij maar zo stoer door telefoon dat vind ik juist leuk" en/of

- die [slachtoffer 8] (meermalen) telefonisch bedreigd dat hij zijn vrouw zou verkrachten waar die [slachtoffer 8] bij zou zijn.",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

10A.

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een man genaamd [slachtoffer 9] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 14 euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 9] en/of de organisatie "[bedrijf 4]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met dat oogmerk een beveiligingsmedewerker van voornoemde organisatie, te weten [slachtoffer 10], de woorden heeft toegevoegd "Als ik die 14 euro niet van hem krijg, dan maak of schiet ik hem af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, welke woorden gericht waren tegen genoemde [slachtoffer 9] en welke woorden ter kennis zijn gekomen van die [slachtoffer 9], zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

10B.

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 9]) met een tot vuist gebalde hand in het gezicht heeft geslagen, (vervolgens) heeft vastgepakt en met kracht tegen een glazen plaat heeft gegooid en/of meerdere malen tegen diverse plekken van het lichaam heeft geschopt en/of geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 9] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

10C.

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 9] de woorden toegevoegd "Nu wordt het persoonlijk en vanaf nu moet je altijd achterom kijken. Ik weet je te vinden" en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk tegen een persoon genaamd [slachtoffer 10] de woorden uitgesproken "zeg tegen [slachtoffer 9] dat ik mijn 14 euro terug wil hebben, anders neem ik mijn negen millimeter mee en schiet ik hem neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke tegen [slachtoffer 10] uitgesproken woorden voornoemde [slachtoffer 9] kennis heeft gekregen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

11.

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 11] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (terwijl hij zijn vinger tegen de borst van [slachtoffer 11] duwde) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 11] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet weggaan. Ga nu weg of ik maak je kapot. Ik sla je verrot" en/of "jou pak ik ook, dit is geen dreigement, maar een belofte", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

12.

hij op of omstreeks 09 september 2008 in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 12] (in diens hoedanigheid van fraudecontroleur bij sociale dienst van de gemeente [gemeente 1]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 12] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd "ik graaf jouw gat ook" en/of meerdere malen "als jij mij pakt, pak ik jou ook", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

13.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 13 september 2008 te [plaats 5] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van personen, bestaande uit (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer anderen en verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het verkrijgen van (omvangrijke) geldbedragen door middel van het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van oplichtingen en/of het -al dan niet met gebruikmaking van (een) vuurwapen(s)- plegen van afpersing en/of gijzeling (strafbaar gesteld in de artikelen 326 en/of 317 en/of 282a Wetboek van Strafrecht).

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Feit 2A:

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2A ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. In het bijzonder vormen de verklaringen van [slachtoffer 1] een onvoldoende sterke basis om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Feit 2B:

Verdachte is onder 2 B ten laste gelegd dat hij, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), [slachtoffer 1] in café [bedrijf 2] te [plaats 5] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd dan wel beroofd heeft gehouden. Uit de stukken, in het bijzonder uit het proces-verbaal van het verhoor bij de rechter-commissaris op 12 augustus 2010, volgt dat [slachtoffer 1] uit eigen vrije wil in het café is gebleven omdat hij zijn geld wilde krijgen. Onder die omstandigheden acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd dan wel beroofd gehouden. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken.

Feiten 4A, 4B en 4C:

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 4A en 4B heeft (mede)gepleegd, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Feit 4C levert, bezien zonder de samenhang met de feiten 4A en 4B, geen oplichting op in strafrechtelijke zin, maar veeleer de situatie dat verdachte met [slachtoffer 4] een civielrechtelijke overeenkomst is aangegaan waarvan niet vaststaat dat deze ook kon worden nagekomen. Verdachte dient daarom van feit 4C te worden vrijgesproken.

Feit 5A:

Het onder 5A ten laste gelegde brengt het hof niet tot het oordeel dat er sprake is van een strafrechtelijk verwijt in de zin van oplichting, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Daartoe overweegt het hof dat van de onder het eerste gedachtestreepje toegezegde beveiliging niet is komen vast te staan dat deze in het geheel niet geregeld is. Het onder het tweede gedachtestreepje tenlastegelegde betreft veeleer de situatie dat verdachte (met een ander of anderen) met [benadeelde 2] een civielrechtelijke overeenkomst is aangegaan, welke uiteindelijk niet tot het door [benadeelde 2] beoogde resultaat heeft geleid. Mogelijk valt dit als civielrechtelijke wanprestatie te beschouwen maar dit levert als zodanig nog geen oplichting op in strafrechtelijke zin.

Feit 6:

Op basis van de stukken en het verhandelde ter zittingen kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het feit heeft (mede)gepleegd. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het hem onder 6 ten laste gelegde.

Feit 8:

Het onder 8 ten laste gelegde brengt het hof niet tot het oordeel dat er sprake is van een strafrechtelijk verwijt in de zin van oplichting. Verdachte mocht zich presenteren als gemachtigde van de firma [bedrijf 3], zoals onder het eerste en tweede gedachtestreepje opgenomen, en de onder het derde gedachtestreepje genoemde transactie is (zo niet geheel dan toch voor een belangrijk deel) gerealiseerd. Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van oplichting in strafrechtelijke zin, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

Feit 9:

Verdachte zal van feit 9, zowel in de primaire als in de subsidiaire variant, worden vrijgesproken omdat er onvoldoende steunbewijs voorhanden is.

Feit 13:

Verdachte wordt in feit 13 - kort gezegd - verweten te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. Het hof zal verdachte van dit feit vrijspreken nu er op basis van de stukken en het verhandelde ter zittingen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het aannemen van een min of meer duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad. Van het bestaan van gemeenschappelijke regels of een gemeenschappelijke doelstelling blijkt uit het dossier onvoldoende. Slechts ter zake van de feiten 1 en 5B is sprake van medeplegen met een of meer van de in feit 13 genoemde personen. Uit deze feiten valt echter geen duidelijk en vast patroon van handelen af te leiden.

Het hof acht aldus niet bewezen hetgeen onder 2A, 2B, 4A, 4B, 4C, 5A, 6, 8, 9 primair, 9 subsidiair en 13 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Verweren

Feit 1:

De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde feit geen oplichting in strafrechtelijke zin betreft, maar dat het ten laste gelegde dient te worden beschouwd als een onrechtmatige daad op de voet van het bepaalde in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Een aantal bewijsbare elementen in de tenlastelegging - mededelingen of uitlatingen van verdachte en/of zijn mededader(s) - zijn in strijd met de waarheid zoals die op dat moment bij verdachte en zijn mededader(s) bekend was of moest zijn. Zo is aan [benadeelde 1] meegedeeld dat de zaak bijna was opgelost en is [benadeelde 1] meermalen meegedeeld dat zijn ex en haar nieuwe vriend in de gaten werden gehouden en dat verdachte en zijn mededader(s) hen bijna zover hadden dat ze gingen betalen. Verder hebben verdachte en zijn mededaders(s) meegedeeld dat [benadeelde 1] het bedrag van € 70.000,- vermeerderd met rente terug zou krijgen indien hij een bedrag van € 7.500,- zou betalen en een incasso-opdracht zou ondertekenen. Voor de mogelijke juistheid van deze uitlatingen en mededelingen biedt het dossier geen steun. Gelet hierop kan worden bewezen dat verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik hebben gemaakt van listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels.

Het verweer van de raadsman, dat geen sprake is van medeplegen, faalt. De betrokkenheid van verdachte bij dit feit kan in het bijzonder worden vastgesteld op grond van de verklaring van verdachte bij de politie (dossierparagraaf 39.15).

Feit 3:

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat in de verklaring van de getuige [getuige 1] (dossierparagraaf 26.3) voldoende steun kan worden gevonden voor de verklaringen van aangever.

Feit 5B:

De raadsman heeft voor dit feit vrijspraak bepleit omdat aangeefster wisselend en op onderdelen tegenstrijdig heeft verklaard. Het hof volgt de raadsman hierin niet. Aangaande de kern van het verwijt, dat zij gedwongen is om geldbedragen af te geven, heeft aangeefster niet wisselend of tegenstrijdig verklaard. In combinatie met de sms-berichten die door verdachte zijn verzonden is voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om tot een bewezenverklaring te komen.

Feit 7:

Naar het oordeel van het hof geven de verklaringen van getuige [getuige 2] bij de politie (dossierparagraaf 16.4) en de rechter-commissaris en de gegevens van de telefoon van verdachte voldoende steun aan de verklaring van aangever. Daarom komt het hof tot bewezenverklaring van dit feit.

Feiten 10A, 10B, 10C:

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman dat er ten aanzien van feit 10A onvoldoende steunbewijs voorhanden is. Naast de verklaringen van aangever [slachtoffer 9], afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, is er voldoende steunbewijs op grond van de verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] (bij de politie) en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] (bij de politie en de rechter-commissaris).

Voorts treft het subsidiair gevoerde verweer van de raadsman, inhoudende dat een rechtspersoon niet kan worden afgeperst, reeds hierom geen doel nu hier sprake is van een poging tot afpersing van een natuurlijk persoon. Dat [slachtoffer 9] laconiek reageerde op de uitlatingen van verdachte brengt niet mee dat van een strafbare poging tot afpersing geen sprake is. De uitlatingen van verdachte kunnen niet als absoluut ondeugdelijke poging worden beschouwd.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de bedreiging zoals ten laste gelegd in feit 10C van dien aard en onder zodanige omstandigheden is begaan, dat bij aangever [slachtoffer 9] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen.

Feit 11:

In tegenstelling tot hetgeen de raadsman heeft aangevoerd is de bedreiging naar het oordeel van het hof van dien aard en onder zodanige omstandigheden begaan, dat bij aangever [slachtoffer 11] (maar ook in het algemeen) de redelijke vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou bekomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 1 augustus 2008 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van in ieder geval 125.000 euro, hebbende verdachte en zijn mededaders toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een bonafide partij, te weten medewerkers/specialisten van een incassoburo, die tegen een aanbetaling van een bedrag van 1500 euro zouden gaan regelen dat de vordering op de ex-vriendin van die [benadeelde 1] ter hoogte van 70.000 euro zou worden geïnd en

- die [benadeelde 1] een incassodienst op papier laten zetten en

- meermalen die [benadeelde 1] meegedeeld dat de zaak bijna was opgelost en

- die [benadeelde 1] meermalen meegedeeld dat ze zijn ex en haar nieuwe vriend in de gaten hielden en/of dat ze hen bijna zover hadden dat ze gingen betalen en

- als die [benadeelde 1] aangaf niet meer te willen betalen meegedeeld "Als je nu niet meer betaalt, dan houden we ermee op en ben je het geld wat je hebt betaald kwijt" en "Ik heb er zelf ook geld ingestoken, je moet nu niet stoppen, want de zaak is bijna opgelost" en vervolgens

- tegen die [benadeelde 1] gezegd dat hij (verdachte) direkt terug zou gaan naar Turkije als die [benadeelde 1] niet zou betalen en dat als die [benadeelde 1] niet zou betalen, hij, [benadeelde 1], het zelf maar moest regelen en

- die [benadeelde 1] een schuldbekentenis op papier laten zetten waarin werd gesteld dat verdachte en [medeverdachte 1] een bedrag van 70.000 euro aan die [benadeelde 1] zouden betalen en genoemde schuldbekentenis ondertekend en

- die [benadeelde 1] meegedeeld dat hij het bedrag van 70.000 euro vermeerderd met rente terug zou krijgen indien hij een bedrag van 7.500 euro zou betalen en een incasso-opdracht zou ondertekenen en dat teneinde genoemd bedrag te innen mensen uit Roemenië zouden worden ingezet,

waardoor die [benadeelde 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode van 1 augustus 2007 tot 1 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld een man, genaamd [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, toebehorende aan genoemde [slachtoffer 3], met dat oogmerk die [slachtoffer 3] tijdens een ontmoeting in een hotel heeft bevolen dat hij, verdachte, 10.000 euro moest hebben en dat hij, verdachte, als die 10.000 euro niet binnen een bepaalde tijd betaald zou zijn, een seintje zou geven aan een zich aan de overkant van het hotel bevindende groep Turken om die [slachtoffer 3] te vermoorden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5B.

hij in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 10 september 2008, in de gemeente [gemeente 2] en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen tot een totaal van ongeveer 51.204,50 euro, toebehorende aan die [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 6], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte of zijn mededader die [benadeelde 2] de woorden heeft toegevoegd:

- "Als jij mij geen geld betaalt dan schiet ik je gezin overhoop" en

- "Als [slachtoffer 6] hiermee te maken heeft, dan schiet ik hem kapot" en

- "Jij gaat eraan, je gaat er helemaal aan. Je krijgt straf en gaat mij betalen, veel betalen, ik heb mij zo kwaad gemaakt." en

- "Ik stuur een stel Turken op je af" en

- "Jullie gaan er allemaal aan.";

7 primair.

hij in de periode van 6 juli 2008 tot en met 12 juli 2008, in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld een man, genaamd [slachtoffer 7], heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 400 euro, toebehorende aan die [slachtoffer 7], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 7], op verschillende tijdstippen, (zakelijk weergegeven) de woorden heeft toegevoegd:

- "je weet wel wie je aan de lijn hebt, ik heb geld nodig", en

- "je moet mij dat geld geven anders krijg jij of je zoon een kogel door de kop", en

- "ik heb mannen laten komen om jou koud te maken", en

- "je weet nog lang niet wie ik ben en daar zul je nog wel achter komen," en

- "jij weet niet wie ik ben, ik heb vier man vanuit [plaats 3] laten komen en die hebben hotelkosten gemaakt", en

- "ik weet alles van jou en je zoon, ik weet dat je kanker hebt en dat je een stoma hebt en ik weet met wie je zoon verkering heeft gehad", en

- "de hotelkosten van de mannen uit [plaats 3] bedragen vierduizend euro en die moet jij vergoeden", en

- "je moet met geld over de brug komen" en

- "je mag niet eerder weg dan wanneer ik geld van jou heb gekregen";

10.A

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld een man genaamd [slachtoffer 9] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 14 euro, toebehorende aan de organisatie "[bedrijf 4]", met dat oogmerk een beveiligingsmedewerker van voornoemde organisatie, te weten [slachtoffer 10], de woorden heeft toegevoegd "Als ik die 14 euro niet van hem krijg, dan maak of schiet ik hem af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, welke woorden gericht waren tegen genoemde [slachtoffer 9] en welke woorden ter kennis zijn gekomen van die [slachtoffer 9], zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

EN

10B.

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 9]) met een tot vuist gebalde hand in het gezicht heeft geslagen, (vervolgens) heeft vastgepakt en met kracht tegen een glazen plaat heeft gegooid en meerdere malen tegen diverse plekken van het lichaam heeft geschopt en geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 9] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

EN

10C.

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 9] de woorden toegevoegd "Nu wordt het persoonlijk en vanaf nu moet je altijd achterom kijken. Ik weet je te vinden" en heeft verdachte opzettelijk tegen een persoon genaamd [slachtoffer 10] de woorden uitgesproken "zeg tegen [slachtoffer 9] dat ik mijn 14 euro terug wil hebben, anders neem ik mijn negen millimeter mee en schiet ik hem neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke tegen [slachtoffer 10] uitgesproken woorden voornoemde [slachtoffer 9] kennis heeft gekregen;

11.

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 11] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte (terwijl hij zijn vinger tegen de borst van [slachtoffer 11] duwde) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 11] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet weggaan. Ga nu weg of ik maak je kapot. Ik sla je verrot" en/of "jou pak ik ook, dit is geen dreigement, maar een belofte";

12.

hij op 09 september 2008 in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 12] (in diens hoedanigheid van fraudecontroleur bij sociale dienst van de gemeente [gemeente 1]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 12] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd "ik graaf jouw gat ook" en meerdere malen "als jij mij pakt, pak ik jou ook".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld 1, 3, 5B, 7 primair, 10A, 10B, 10C, 11 en 12 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Indien cassatie wordt ingesteld, zal dit arrest op de voet van artikel 415 juncto artikel 365a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangevuld.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

* feit 1: medeplegen van oplichting;

* feit 3: poging tot afpersing;

* feit 5B: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* feit 7 primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* feit 10A: poging tot afpersing;

* feit 10B: mishandeling;

* feit 10C: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

* feit 11: bedreiging met zware mishandeling;

* feit 12: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van ruim twee jaren schuldig gemaakt aan oplichting en afpersingen, gepleegd met een ander of anderen. Verdachte en zijn mededader(s) hebben op geslepen wijze slachtoffers geld afhandig gemaakt. Zo boden verdachte en/of zijn mededader(s) zichzelf aan als bemiddelaar bij zakelijke geschillen. Via listige kunstgrepen en/of elkaar onderling versterkende leugens dan wel het opbouwen van druk, waarbij bedreiging met geweld niet werd geschuwd, werden de slachtoffers ertoe gebracht geld af te geven.

De strafwaardigheid van deze delicten vindt vooral een grondslag in het feit dat de slachtoffers, die zich mogelijk in een kwetsbare positie bevonden, zich hiertegen niet of nauwelijks konden verdedigen en geen andere uitweg zagen dan te betalen.

Daarnaast heeft verdachte tot twee keer toe getracht een ander, door te dreigen met geweld, geld afhandig te maken.

Voorts heeft verdachte zich in die periode schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van personen. Door zijn handelen heeft verdachte pijn en letsel bij het mishandelde slachtoffer veroorzaakt en diens lichamelijke integriteit aangetast. Verder heeft hij gevoelens van angst bij de bedreigde personen veroorzaakt.

Het hof heeft bij de bepaling van de straf tevens gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 december 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens afpersing is veroordeeld tot een aanzienlijke gevangenisstraf. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden dezelfde en andersoortige strafbare feiten te plegen.

Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden is. De ernst van de feiten, in samenhang met de recidive, laat oplegging van een lichtere straf niet toe.

Benadeelde partijen

[benadeelde 1] (feit 1)

Uit het onderzoek ter terechtzittingen van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat deze zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 1 bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering tot een bedrag van € 125.000,- toewijzen nu deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt, met dien verstande, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof bepaalt dat het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is nu behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in de vordering in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als over en weer deels in het ongelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding en dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

[benadeelde 2] (feit 5)

Uit het onderzoek ter terechtzittingen van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat deze zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 5B bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering tot een bedrag van € 51.204,50 toewijzen nu deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt, met dien verstande, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof bepaalt dat het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is nu behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in de vordering in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als over en weer deels in het ongelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding en dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 57, 285, 300, 312, 317 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2A, 2B, 4A, 4B en 4C, 5A, 6, 8, 9 primair, 9 subsidiair en 13 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1, 3, 5B, 7 primair, 10A, 10B, 10C, 11 en 12 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3, 5B, 7 primair, 10A, 10B, 10C, 11 en 12 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderdvijfentwintigduizend euro;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding;

veroordeelt verdachte in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdvijfentwintigduizend euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tweehonderdzestig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van eenenvijftigduizend tweehondervier euro en vijftig cent;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen van het geding;

veroordeelt verdachte in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van eenenvijftigduizend tweehondervier euro en vijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van honderd dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. G.M. Meijer-Campfens buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.