Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP2857

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
24-000965-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal veroordeeld tot een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000965-10

Parketnummer eerste aanleg: 18-005470-09 en 19-621307-08 (tul)

Arrest van 1 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 16 september 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, en de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen d.d. 24 november 2008, zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 11 december 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen scheermesjes, haarserum, chocolade, elvive produkten, passoa, tompoucen en/of een pincet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

zij op 11 december 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen scheermesjes, haarserum, chocolade, elvive produkten, passoa, tompoucen en een pincet, toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf]

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 11 december 2008 meerdere goederen uit het winkelbedrijf van [bedrijf] gestolen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 november 2010 blijkt dat verdachte vóór 11 december 2008 vele malen ter zake van (gekwalificeerde) diefstal is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben haar er niet van weerhouden het bewezen verklaarde feit te plegen.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken in beginsel passend en geboden.

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verdachtes minderjarige zoontje bij de tenuitvoerlegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden ondergebracht bij diens vader, hetgeen verdachte onwenselijk vindt. In verband daarmee heeft de raadsman verzocht om aan verdachte een werkstraf op te leggen, zodat zij in staat zal blijven zelf haar zoontje op te voeden en te verzorgen.

In verband met het door de raadsman aangevoerde zal het hof - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - volstaan met het opleggen van een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Tenuitvoerlegging

Het hof zal de vordering van de officier van justitie d.d. 6 juli 2009 tot tenuitvoerlegging van de 2 weken gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen d.d. 24 november 2008, afwijzen. De politierechter in de rechtbank Assen heeft reeds op 11 mei 2009 in de strafzaak onder parketnummer 19-620214-09 de tenuitvoerlegging van die gevangenisstraf gelast en aannemelijk is geworden dat verdachte die straf ook reeds heeft ondergaan.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van

24 november 2008.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Lahuis, voorzitter, mr. Anjewierden en mr. Groefsema, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.