Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP2856

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
24-002288-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt door het hof wegens overtreding van artikel 2 lid 3 van de Leerplichtwet 1969 (schoolverzuim) veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002288-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-400124-09

Arrest van 1 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Assen van 26 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1993] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De kantonrechter Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 18 januari 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks 22 september 2008 tot en met 3 maart 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], als jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten het [school], was ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij in de periode van 22 september 2008 tot en met 3 maart 2009 te [plaats], als jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten het [school], was ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:

overtreding van het bepaalde bij artikel 2, derde lid, van de Leerplichtwet 1969.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van 22 september 2008 tot en met 3 maart 2009 te [plaats] schuldig gemaakt aan ongeoorloofd schoolverzuim. Verdachte is zonder geldige reden thuis gebleven terwijl hij in die periode wel leerplichtig was.

Verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 10 november 2010 niet eerder voor een strafbaar feit veroordeeld.

Het hof heeft gelet op de rapportages van de Raad van de Kinderbescherming

d.d. 16 april 2009 en 11 januari 2011 en voorts gelet op hetgeen door en namens verdachte omtrent zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht.

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij in voornoemde periode liever uitsliep dan zijn school te bezoeken. Tevens heeft hij verklaard dat hij volhardend is wanneer hij iets niet wil. Het was voor zijn ouders dan ook erg moeilijk om hem te motiveren naar school te gaan.

Het hof verwijt verdachte dat hij erg gemakzuchtig is omgegaan met de op hem rustende wettelijke verplichting om onderwijs te volgen. Het volgen van onderwijs is voor een jongere erg belangrijk en het hof merkt op dat sprake is van een ernstig feit waarmee verdachte zichzelf heeft tekort gedaan. Positief is dat verdachte thans -op eigen initiatief- wel (weer) een opleiding volgt en daarvoor gemotiveerd lijkt te zijn.

Het hof acht - uit het oogpunt van vergelding - de hierna te noemen werkstraf passend. Het hof zal een deel van deze werkstraf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw een (soortgelijk) strafbaar feit te begaan. Nu verdachte thans 17 jaar oud is, ziet het hof aanleiding om de - door de advocaat-generaal gevorderde proeftijd van twee jaren - te verkorten tot één jaar.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 77a, 77m, 77n, 77x, 77y en 77z van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot dertig uren, subsidiair vijftien dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van één jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.