Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP1800

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-01-2011
Datum publicatie
24-01-2011
Zaaknummer
24-001944-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft verdachte veroordeeld ter zake van vijf diefstallen door middel van braak, door verdachte en zijn mededader begaan. Het hof legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Het hof wijst de vordering van benadeelde partij Warmteservice Leeuwarden toe tot een bedrag van € 3000,06 en legt daarbij de schadevergoedingsmaatregel op. Het hof wijst voorts de vordering van benadeelde partij Tuinstra Machines toe tot een bedrag van € 224,-- eveneens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001944-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880150-09

Arrest van 21 januari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 28 juli 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.A. de Boer, advocaat te Sneek.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist en een maatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van respectievelijk € 3000,06 en € 224,-- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 1 april 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [ gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gelegen aan of bij de [adres] aldaar) heeft weggenomen (een) cv-ketel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 29 maart 2009, te [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan of bij de [adres] aldaar) heeft weggenomen (onder meer) een wasdroger (merk Siemens) en/of een wasmachine (merk Siemens) en/of sieraden en/of een geldkistje (met waardepapieren en/of persoonlijke bescheiden), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks 24 maart 2009 tot en met 25 maart 2009 te [plaats 3], gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gelegen aan of bij de [adres] aldaar) heeft weggenomen (onder meer) een gleufstamper (merk Wacker) en/of een laser statief (merk Sokkia) en/of een bandenzaag (merk Husqvarna), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij in of omstreeks de periode van 9 februari 2009 tot en met 10 februari 2009 te [plaats 4], (althans) in de gemeente [gemeente 4], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gelegen aan of bij de [adres] aldaar) heeft weggenomen (onder meer) een laptop (merk Asus) en/of een slijptol (merk Ferm) en/of een (aantal) (reflecterende) werkjas(sen) en/of een (aantal) slijpschij(f)(ven) (merk Tyrolit) en/of een Trekstarter (Honda), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 22 maart 2009 te [plaats 5], (althans) in de gemeente [gemeente 5], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan of bij de [adres] aldaar) heeft weggenomen een (aantal) camera('s) en/of een hoeveelheid sieraden en/of een doosje (met afbeelding van een lammetje), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 1 april 2009, te [plaats 1], in de gemeente [ gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen cv-ketels toebehorende aan het bedrijf

[benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 29 maart 2009, te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een wasdroger merk Siemens en een wasmachine merk Siemens en een geldkistje met waardepapieren of persoonlijke bescheiden toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij omstreeks 24 maart 2009 tot en met 25 maart 2009 te [plaats 3], gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een gleufstamper merk Wacker en een laser statief merk Sokkia en een bandenzaag merk Husqvarna toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij in de periode van 9 februari 2009 tot en met 10 februari 2009 te [plaats 4], in de gemeente [gemeente 4], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een slijptol merk Ferm en een reflecterende werkjas en een aantal slijpschijven merk Tyrolit en een Trekstarter Honda toebehorende aan het bedrijf [benadeelde 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

hij op 22 maart 2009 te [plaats 5], in de gemeente [gemeente 5], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een camera en een hoeveelheid sieraden en een doosje met afbeelding van een lammetje toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 5 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de maanden februari, maart en april 2009 schuldig gemaakt aan een vijftal diefstallen. Verdachte heeft telkens samen met een ander ingebroken in bedrijfspanden en woningen en daar goederen weggenomen. Door zijn handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de eigenaren van de gestolen goederen. Voorts heeft verdachte voor schade en overlast gezorgd door in de bedrijfspanden en woningen in te breken.

Voorts is gebleken dat verdachte zich ook aan 44 andere strafbare feiten schuldig heeft gemaakt. Deze strafbare feiten zijn ad informandum gevoegd en vermeld onder 1 tot en met 45 op de inleidende dagvaarding. Deze ad informandum gevoegde strafbare feiten, die bij de politie - evenals ter zitting van het hof - door verdachte zijn erkend als door hem te zijn begaan, zal het hof meewegen in de aan verdachte op te leggen straf, welke feiten daarmee zijn afgedaan. Het onder nummer 44 ad informandum vermelde feit wordt niet meegenomen nu verdachte dit feit ontkent.

Blijkens een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 8 november 2010 is verdachte eerder ter zake van strafbare feiten veroordeeld.

Het hof heeft laten meewegen dat verdachte vanaf het begin een bekennende proceshouding heeft ingenomen en hiermee inzicht in de strafwaardigheid van zijn handelen heeft getoond. Verdachte heeft het ongeoorloofde van zijn gedragingen erkend en heeft verklaard daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen.

De positieve houding en het optimisme van de verdachte met betrekking tot het veranderen van zijn leven ten goede, zoals tentoongespreid ter terechtzitting van het hof en zoals naar voren is gekomen tijdens de detentie van verdachte, worden onderschreven door het reclasseringsrapport d.d. 16 april 2010 en een brief van de Humanistisch Geestelijk Raadsvrouw, werkzaam bij P.I. De Marwei, van december 2010. Het hof wil de goede voornemens van verdachte stimuleren en zal daarom een deel van de straf voorwaardelijk opleggen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf zoals gevorderd door de advocaat-generaal een passende en noodzakelijke bestraffing is. Het hof zal daarbij het reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 63 en 310, 311, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twaalf maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres], tot een bedrag van drieduizend euro en zes cent;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieduizend euro en zes cent ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres], tot een bedrag van tweehonderd en vierentwintig euro;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdvierentwintig euro ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.W.J. Sekeris, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. E. de Witt, in tegenwoordigheid van K.J. Reinke als griffier.