Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP1223

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
200.015.684
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De raad heeft zich, anders dan door het hof gevraagd, niet uitgelaten omtrent de onpartijdigheid en deskundigheid van de beeldend therapeut van de minderjarige. In het licht van hetgeen de raadsman van de vader naar voren heeft gebracht wordt de raad gevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 13 januari 2011

Zaaknummer 200.015.684

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[naam],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. R. Kaya, kantoorhoudende te Enschede,

tegen

[naam],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. R. Tamourt. kantoorhoudende te Heerenveen.

De inhoud van de tussenbeschikking van 15 juni 2010 wordt hierbij overgenomen.

Het verdere procesverloop

Na voormelde tussenbeschikking is ter griffie van het hof ingekomen een rapport van 28 september 2010 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

Ter zitting van 22 december 2010 is de zaak opnieuw behandeld. Verschenen zijn de vader en de moeder, beiden bijgestaan door hun advocaat. Namens de raad is de heer W. Kelderhuis verschenen.

De beoordeling

1. Het hof heeft de raad bij tussenbeschikking van 15 juni 2010 verzocht om nader onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden van proefcontacten tussen de vader en [kind] en het hof te rapporteren en te adviseren vóór 1 september 2010 en zich daarbij tevens uit te laten over de onpartijdigheid en deskundigheid van de beeldend therapeut van [kind].

2. De raad heeft het hof geadviseerd af te zien van het opleggen van proefcontacten tussen [kind] en de vader.

3. Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep geconstateerd dat de raad zich niet heeft uitgelaten omtrent de onpartijdigheid en deskundigheid van de beeldend therapeut van [kind].

4. Mr. Kaya heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de beeldend therapeut van [kind], mevrouw Wüst, geen BIG-geregistreerde deskundige is en werkzaam is als vrijwilligster in dezelfde branche als waar de moeder werkzaam is.

5. Mede in het licht van hetgeen mr. Kaya ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot mevrouw Wüst heeft opgemerkt, acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om thans een beslissing te kunnen geven. Het hof draagt de raad op om zich alsnog binnen twee weken, uiterlijk vóór 27 januari 2011, uit te laten omtrent de onpartijdigheid en deskundigheid van mevrouw Wüst. Daarnaast wenst het hof van de raad te vernemen of het advies van de raad - zoals opgenomen in het raadsrapport van 28 september 2010 - naar aanleiding van deze nadere informatie nog is gewijzigd.

6. Partijen zullen vervolgens gelijktijdig in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken na ontvangst van de informatie van de raad, uiterlijk vóór

10 februari 2011, schriftelijk te reageren op de informatie en het advies van de raad.

7. Het hof zal na ontvangst van deze informatie zonder nadere mondelinge behandeling een beslissing geven.

Slotsom

8. Op grond van het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

alvorens verder te beslissen:

draagt de raad op het hof te rapporteren en te adviseren vóór 27 januari 2011, als bedoeld in rechtsoverweging 5;

stelt partijen in de gelegenheid om op de informatie en het advies van de raad te reageren vóór 10 februari 2011, als bedoeld in rechtsoverweging 6;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H. Garos, voorzitter, G.M. van der Meer en R. Feunekes, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 januari 2011 in bijzijn van de griffier.