Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BP5780

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2010
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
200.055.798
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie ter zake van “op kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft”. De pijlen in het sorteervak vóór de rotonde bepalen de te volgen rijrichting op en na de rotonde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.055.798

8 november 2010

CJIB 128620373

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 28 december 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “op een kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 februari 2009 om 08.14 uur op de Kardinaal de Jongweg te Utrecht.

2. De betrokkene meent dat hij geen overtreding heeft begaan. Hij wijst daartoe op de inrichting van de betreffende rotonde. De rijstrook waar de betrokkene op reed wordt bij de afslag met de Sartreweg door een verdrijvingsvlak opgedeeld in een strook voor rechtdoorgaand verkeer en een strook voor rechtsafslaand verkeer. De betrokkene heeft de rijstrook gewoon gevolgd, heeft daarmee gedaan wat de voorsorteerpijl aangeeft, en is bij die splitsing rechts afgeslagen. Hij is daarbij dus niet van rijstrook gewisseld, heeft (dus) geen wegmarkering overschreven en heeft zich ook overigens netjes aan de verkeersregels gehouden.

De betrokkene merkt voorts op dat hij zich heeft gedragen zoals hij zich op vele andere rotondes gedraagt. In dat verband vergelijkt de betrokkene de onderhavige rotonde met een aantal andere rotondes in Utrecht. Bij die rotondes is duidelijk wat er van een bestuurder wordt verwacht. Dat is in dit geval niet zo. Gelet op de inconsequente wijze van inrichten van deze rotondes is de betrokkene van mening dat het een en ander hem niet kan worden tegengeworpen, aangezien redelijkerwijs niet van hem kan worden verwacht dat hij weet hoe hij zich op deze rotonde dient te gedragen. Overigens heeft de kantonrechter ook blijk gegeven het een en ander niet goed te weten, zo stelt de betrokkene, nu die vragen van de betrokkene - met betrekking tot het van rijstrook wisselen op een rotonde - niet heeft beantwoord.

Verder bestrijdt de betrokkene de aanvullende verklaring van de verbalisant op een aantal punten. Zo is het verwijt dat de betrokkene een file omzeilde naar zijn mening niet terecht. Die file - op de meest rechter rijstrook - werd nu juist veroorzaakt door de onduidelijke verkeerssituatie op de rotonde. Evenmin heeft hij een gevaarlijke situatie voor fietsers gecreëerd. Op de betreffende afrit is immers een verkeerslicht aanwezig om het oversteken van fietsers te regelen. Dat verkeerslicht is hij gepasseerd terwijl het groen licht uitstraalde. Er is dus helemaal geen sprake van dat hij gevaar of hinder zou hebben veroorzaakt.

3. De onder 1. genoemde gedraging is een overtreding van het voorschrift van artikel 62 in verbinding met het destijds geldende artikel 78 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

4. Artikel 62 RVV 1990 luidt:

“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”

5. Artikel 78 RVV 1990 luidde ten tijde van de gedraging:

“Bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft.”

6. De Nota van Toelichting bij het destijds geldende artikel 78 RVV 1990 luidt, voor zover van belang:

“Met de nieuwe tekst wordt bereikt dat de bestuurder die van voorsorteerstrook wisselt daarop kan worden aangesproken zelfs al is ter plaatse geen doorgetrokken streep toegepast. In dergelijke gevallen kan van de bestuurder immers niet worden gezegd dat hij bij het volgen van een bepaalde richting van de voorsorteerstrook gebruik heeft gemaakt omdat hij deze pas op een later moment is gaan berijden. Hiermee wordt een rustig verkeersbeeld bevorderd. Op kruispunten met voorsorteerstroken moeten bestuurders van de voorsorteerstrook die op hun richting betrekking heeft gebruik maken. Het ergerlijke rijstrook wisselen kan hiermee worden beperkt.”

7. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

8. De verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - naast de in de beschikking genoemde gedragingsgegevens - onder meer het volgende in:

“Kruising Kardinaal de Jongweg/Sartreweg.

Mate gevaar/hinder: Ik zag dat betrokkene het juist voorgesorteerde verkeer op het voorsorteervak met de rijstrookpijl in de richting van rechts, in de richting van de Berekuil middels het voorsorteervak met de rijstrookpijl in de richting van rechtdoor, in de richting van de Bildtse Rading, inhaalde en op deze wijze voordrong.

Ambtshalve is het mij bekend dat deze juist voorgesorteerde weggebruikers zich ergeren aan dit weggedrag. Ik zag dat deze gedraging plaatsvond op de kruising na het voorsorteervak.”

9. Voorts heeft de verbalisant, op verzoek van de officier van justitie, een aanvullend proces-verbaal, d.d. 24 oktober 2009, ingediend. Daarin verklaart de verbalisant als volgt, voor zover hier van belang:

“Op 17 februari 200, omstreeks 08.14 uur constateerde ik dat meneer [betrokkene] een overtreding beging op de kruising van wegen, de Kardinaal de Jongweg/Sartreweg te Utrecht.

Ik zag namelijk dat meneer [betrokkene] met zijn personenauto reed over het middelste voorsorteervak waarin een pijl voor rechtdoor staat zodat je die weg dient te volgen in de richting van de Bildtse Rading te Utrecht. Dit deed de heer [betrokkene] niet want ik zag namelijk dat hij op voornoemde kruising rechtsaf de Sartreweg te Utrecht opreed in de richting van de Berekuil te Utrecht. Hierbij passeerde hij al het stilstaande verkeer wat in het voorsorteervak voor rechtsaf stond te wachten voor het rood uitstralende verkeerslicht.

(…)

De Kardinaal de Jongweg met de kruising Sartreweg te Utrecht, bestaat uit drie rijstroken. In de meest linker rijstrook wordt middels een pijl op het wegdek aangegeven dat men rechtdoor dan wel linksaf dient te rijden. In de middelste rijstrook wordt middels een pijl op het wegdek aangegeven dat men alleen rechtdoor mag rijden en in het voorsorteervak voor rechtsaf is op het wegdek middels een pijl aangegeven dat men alleen rechtsaf mag rijden. Tevens staan op voornoemde kruising verkeerslichten waarbij er een apart verkeerslicht alleen voor rechts afslaand verkeer is.

Daar er 's morgens veel verkeer stad uitwaarts rijdt en daarbij op voornoemde kruising rechtsaf wil in de richting van de Berekuil, komt het zeer regelmatig voor dat men aldaar in een file rijdt.

Meneer [betrokkene] is een plaatselijk bekende en rijdt daar dagelijks en weet dat het altijd druk is. Door deze overtreding te begaan omzeilt meneer [betrokkene] daar de file, wat irritaties bij de overige weggebruikers oplevert en meneer [betrokkene] een gevaarlijke situatie creëert door rechtsaf te slaan alwaar op dat moment de fietsers groen licht hebben om de kruising over te steken. De fietsers verwachten dat niet en schrikken daarvan.”

10. Het hof heeft zich, naar aanleiding van de aanvullende verklaring van de verbalisant, georiënteerd met behulp van topografische gegevens van GoogleMaps. De pleeglocatie betreft het Kardinaal Alfrinkplein, een rotonde met drie rijstroken. Bij elke afslag bestaat de rotonde tijdelijk uit vier rijstroken, aangezien de buitenste rijstrook ertoe dwingt de eerstvolgende afslag te nemen. De toerit naar de rotonde waar de betrokkene gebruik van heeft gemaakt, de Kardinaal de Jongweg, bestaat blijkens de op het wegdek aangebrachte dwangpijlen uit drie voorsorteerstroken. Het linker voorsorteervak is bestemd voor het linksafslaand verkeer, dat wil zeggen voor verkeer dat vanaf de rotonde de Sartreweg wil volgen in de richting van de Aartsbisschop Romerostraat, en voor rechtdoorgaand verkeer, in de richting van de Bildtse Rading. Het middelste voorsorteervak is eveneens bestemd voor rechtdoorgaand verkeer en het rechter voorsorteervak is bestemd voor rechtsafslaand verkeer. Het verkeer dat via laatstgenoemd voorsorteervak rijdt wordt via de buitenste rijstrook direct rechtsaf geleid, naar de Sartreweg. De rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer splitst zich bij de afslag op de rotonde naar rechts in een rijstrook voor rechtdoor en een rijstrook naar rechts, die zich naast de eerdergenoemde buitenste (meest rechter) rijstrook bevindt. Op deze splitsing zijn geen wegmarkeringen aangebracht.

11. De aanwezigheid van voornoemde voorsorteerstroken op de Kardinaal de Jongweg naar het Kardinaal Alfrinkplein brengt mee dat bestuurders op die rotonde de richting moeten volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevonden aangeeft. Het is niet zo dat - zoals de betrokkene kennelijk meent - de pijlen in het middelste voorsorteervak enkel indiceren dat bestuurders de betreffende rijstrook moeten volgen.

12. De betrokkene bestrijdt niet dat hij, voordat hij de rotonde opreed, in het middelste voorsorteervak stond opgesteld. Dit betreft het voorsorteervak dat (enkel) is bestemd voor verkeer dat rechtdoor over de rotonde rijdt. Daarnaast staat vast dat de betrokkene vervolgens niet rechtdoor over de rotonde is gereden, in de richting van de Bildtse Rading, maar meteen van de Kardinaal de Jongweg (rechts) is afgeslagen, de Sartreweg op. Derhalve heeft de betrokkene op de rotonde niet de rijrichting gevolgd die het voorsorteervak, waarop hij stond opgesteld, aangeeft. Daarmee is reeds komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daar doet niet af dat de wegmarkering het toeliet om een andere richting te volgen dan de richting die het voorsorteervak aangeeft en de betrokkene - dientengevolge - niet is gewisseld van rijstrook. Die omstandigheden zijn niet bepalend voor de vraag of de gedraging is verricht. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter er dan ook terecht van afgezien die omstandigheid in zijn beoordeling te betrekken.

13. Het hof ziet geen aanleiding tot matiging van de sanctie over te gaan. Voorop staat dat van een bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde oplettend is op de voor hem geldende verkeerstekens en dat hij op juiste wijze anticipeert op een naderende verkeerssituatie. Dat de betrokkene kennelijk niet wist wat er van hem werd verwacht op deze rotonde, ondanks de voor hem bestemde pijlen op het wegdek in het voorsorteervak, dient reeds daarom voor zijn eigen rekening en risico te blijven. Dat geldt temeer nu de betrokkene - zoals hij in de loop van de procedure heeft laten blijken - deze rotonde vaak is gepasseerd en dus mag worden geacht bekend te zijn ter plaatse. De enkele omstandigheid dat andere rotondes in de nabijheid op een afwijkende wijze zijn ingericht, maakt dat niet anders.

14. Voorts is niet van belang of de betrokkene het overige verkeer heeft gehinderd of gevaar heeft veroorzaakt voor fietsers die wilden oversteken. Het bepaalde in artikel 78 RVV 1990 betreft immers een absoluut gebod. Dit artikel, noch enige andere bepaling van het RVV 1990, bevat een uitzondering op de aldaar gegeven verplichting, in het bijzonder niet de uitzondering dat de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht. Dat brengt mee dat een in strijd met die bepaling verrichte gedraging op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie rechtvaardigt, ook indien het overige verkeer niet is gehinderd of in gevaar is gebracht. Gelet hierop heeft het hof de verklaring van de verbalisant dat de betrokkene fietsers in gevaar bracht en overig verkeer heeft gehinderd - wat daar verder ook van zij - niet in zijn beoordeling betrokken. Ook hetgeen de betrokkene in dat verband heeft aangevoerd, zal het hof (voor het overige) onbesproken laten.

15. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.