Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BP2934

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
02-02-2011
Zaaknummer
WAHV 200.046.412
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zekerheidstelling. De officier van justitie kan een opgelegde sanctie ook ongedaan maken als geen zekerheid is gesteld. De kantonrechter heeft die vrijheid niet. Beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld. Beroep op gelijkheidsbeginsel faalt.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.046.412

21 januari 2010

CJIB 128955273

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 6 oktober 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

2. De gemachtigde van de betrokkene heeft erop gewezen dat in een -in zijn ogen- identieke situatie, de sanctie ongedaan is gemaakt zonder dat zekerheid is gesteld. De gemachtigde heeft daarbij gewezen op de procedure met betrekking tot de beslissing met CJIB-nummer 126562514. Uit het dossier blijkt dat in die procedure, nadat de betrokkene beroep had ingesteld bij de kantonrechter, de officier van justitie de betrokkene heeft bericht de opgelegde sanctie niet langer te willen handhaven. Het al dan niet stellen van zekerheid in de procedure bij de kantonrechter heeft geen invloed op de beoordelingsvrijheid die het bestuursorgaan, de officier van justitie, heeft. De officier van justitie kan daarom ook zonder dat zekerheid is gesteld besluiten een opgelegde sanctie ongedaan te maken. De rechter heeft deze vrijheid echter niet. Indien geen zekerheid is gesteld, kan de kantonrechter niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie. Gelet hierop faalt het beroep van de gemachtigde van de betrokkene op het gelijkheidsbeginsel.

3. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen en kan dus, net als de kantonrechter, niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.