Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO6468

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
07-12-2010
Zaaknummer
24-002184-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft verdachte, wegens diefstal en het als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl verdachte wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002184-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-650733-08

Arrest van 26 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 21 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte

mr. L.J.P. Mentink, advocaat te Alkmaar.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 18 maart 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een trainingspak, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Intersport, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 18 maart 2008, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 18 maart 2008 in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een trainingspak, toebehorende aan het winkelbedrijf Intersport;

2.

hij op 18 maart 2008 in de gemeente [gemeente], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. diefstal;

2. als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 18 maart 2008 schuldig gemaakt aan diefstal van een trainingspak. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers veel hinder en schade oplevert. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het getroffen winkelbedrijf.

Voorts heeft verdachte zich op 18 maart 2008 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht, door op die datum in Nederland te verblijven, terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard en het hem derhalve niet was toegestaan hier te lande te verblijven.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 25 augustus 2010, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande en vanwege het feit dat verdachte thans is vertrokken naar het land van herkomst is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 197 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K.J. van Dijk, voorzitter, mr. W. Foppen en

mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Van Dijk voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.