Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4925

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
24-002277-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Algehele vrijspraak. Het hof is, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit kan worden afgeleid dat verdachte zich bewust is geweest van de inhoud van het pakketje, dat later cocaïne bleek te bevatten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002277-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-754857-08

Arrest van 17 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 7 september 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 22 december 2007, te [plaats], (in elk geval) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), in elk geval alleen, opzettelijk heeft vervoerd, en/in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal van (in totaal) ongeveer 53 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof is, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit kan worden afgeleid dat verdachte zich die dag (tot het moment van aanhouding) bewust is geweest van de inhoud van het pakketje, dat later cocaïne bleek te bevatten.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.