Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4483

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
200.056.556
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan door belanghebbende aangevoerd is het hof van oordeel dat de vrouw wel in staat is haar voorkeur uit te spreken omtrent de persoon die tot curator moet worden benoemd in het kader van de ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 9 november 2010

Zaaknummer 200.056.556

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat mr. R.U. Klaver, kantoorhoudende te Assen,

tegen

1. [geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

2. [geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

advocaat mr. A.H. Horstman, kantoorhoudende te Sneek,

Belanghebbenden:

1. [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 1],

advocaat mr. A.H. Horstman, kantoorhoudende te Sneek,

2. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de oom,

3. [belanghebbende 3],

kantoorhoudende te [plaats].

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 23 oktober 2009 heeft de rechtbank Leeuwarden [belanghebbende 1], geboren op [1970], onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en de vader tot curator benoemd.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 21 januari 2010, heeft [appellant] verzocht de beschikking van 23 oktober 2009 te vernietigen voor zover daarbij de vader tot curator is benoemd en opnieuw beslissende tot curator te benoemen primair [appellant], subsidiair [belanghebbende 2] en meer subsidiair [belanghebbende 3]. Ter zitting heeft [appellant] zijn verzoek in zoverre gewijzigd dat hij primair heeft verzocht [belanghebbende 2] tot curator te benoemen en subsidiair [belanghebbende 3].

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 30 maart 2010, hebben de ouders het verzoek bestreden en verzocht [appellant] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn appel, althans hem dit te ontzeggen, met bekrachtiging van de bestreden beschikking.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.

Ter zitting van 16 september 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn [appellant], bijgestaan door mr. G.J. van der Veer, en de ouders, bijgestaan door hun advocaat. Voorts waren [belanghebbende 1], eveneens bijgestaan door haar advocaat, en de oom aanwezig. Mevrouw [belanghebbende 3] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Mr. Van der Veer en mr. Horstman hebben pleitaantekeningen overgelegd. Voorts heeft de vader zijn toelichting overgelegd.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. [belanghebbende 1] en [appellant] zijn op [huwelijksdag] met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk is op [geboortedatum] een drieling geboren. Medio het jaar 2008 zijn [belanghebbende 1] en [appellant] feitelijk uit elkaar gegaan. [appellant] heeft de echtelijke woning verlaten en is elders gaan wonen.

2. Op 25 oktober 2008 hebben [appellant] en [belanghebbende 1] een ernstig auto-ongeluk gehad, waarbij [belanghebbende 1] zwaargewond is geraakt. Zij heeft geruime tijd in coma gelegen. Na haar verblijf in ziekenhuizen heeft zij in een revalidatiecentrum verbleven. Sedert oktober 2009 woont zij bij haar ouders in [woonplaats].

3. [belanghebbende 1] kampt door het auto-ongeluk met blijvend hersenletsel, als gevolg waarvan zij is beperkt in haar mentale en functionele capaciteiten.

4. Naar aanleiding van het verzoek daartoe van de ouders heeft de rechtbank beslist zoals hiervoor is weergegeven onder 'Het geding in eerste aanleg'. [appellant] heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

De overwegingen

5. Niet ter discussie staat dat er voldoende grond is voor het onder curatele stellen van [belanghebbende 1] wegens een geestelijke stoornis, waardoor zij, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen. Wel verschillen [appellant] en de ouders van [belanghebbende 1] van mening over de te benoemen curator.

6. Op grond van artikel 1:383 lid 2 BW dient bij benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene te worden gevolgd, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.

7. Het hof stelt vast dat [belanghebbende 1] te kennen heeft gegeven dat haar voorkeur ernaar uitgaat dat haar vader tot curator wordt benoemd. Volgens [appellant] kan echter weinig tot geen waarde worden gehecht aan deze verklaring gezien de psychische toestand van [belanghebbende 1] als gevolg van het ongeluk. Hij is van mening dat [belanghebbende 1] niet op dergelijke ingrijpende vragen antwoord kan geven. De ouders stellen echter dat [belanghebbende 1] goed in staat is om aan te geven bij wie zij zich veilig voelt.

8. Het hof merkt allereerst op dat het het hof bevreemdt dat [appellant] [belanghebbende 1] na het ongeval wel een machtiging voor vertegenwoordiging door de heer Terlingen, letselschade expert, heeft laten ondertekenen, terwijl hij kennelijk van mening is dat zij niet in staat is aan te geven wie haar curator zou moeten zijn. Hij heeft daarbij niet aangegeven dat zij toen wél en thans niet (meer) in staat zou zijn haar mening te geven.

9. De wetgever heeft ten aanzien van de benoeming van een curator als uitgangspunt genomen dat, ook al dient een meerderjarige onder curatele te worden gesteld, deze meerderjarige in beginsel wél in staat moet worden geacht een voorkeur voor een te benoemen curator uit te spreken. Het hof is van oordeel dat [appellant] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat [belanghebbende 1] niet in staat is om aan te geven wie zij als curator wenst. Het hof overweegt daaromtrent het volgende.

10. [appellant] heeft zijn stelling dat [belanghebbende 1] niet in staat is haar wens uit te spreken onder meer gebaseerd op de conclusies die dr. A.H. van Zomeren, neuropsycholoog, in zijn rapport van 6 oktober 2009 heeft opgenomen. Het hof is met de ouders van oordeel dat dit rapport is opgesteld ter onderbouwing van het verzoek tot ondercuratelestelling en derhalve alleen iets zegt over de vraag of [belanghebbende 1] in staat is om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen. Bovendien is dit rapport bijna een jaar geleden opgesteld. Gebleken is dat er nadien vooruitgang is geboekt in de psychische toestand van [belanghebbende 1]. Het hof is dan ook van oordeel dat dit rapport reeds hierom (thans) niet (meer) leidend kan zijn bij beantwoording van de vraag of [belanghebbende 1] al dan niet in staat is haar voorkeur voor een curator uit te spreken.

11. Zowel tegenover de hulpverlening als bij haar advocaat en ter zitting bij de kantonrechter heeft [belanghebbende 1] volhard in haar wens dat de vader tot curator wordt benoemd. Ook ter zitting van het hof heeft zij die wens herhaald. Het hof constateert dat [belanghebbende 1] op vragen van het hof met betrekking tot haar voorkeur voor een curator helder antwoord heeft gegeven en daarin gedecideerd was. Ook andere vragen van het hof werden door [belanghebbende 1] duidelijk beantwoord. Indien zij het antwoord op een vraag niet wist, gaf ze dat aan. Gelet hierop en gelet op haar consistente verklaringen met betrekking tot haar wens ten aanzien van de te benoemen curator ziet het hof geen aanleiding in haar geval af te wijken van het hiervoor besproken uitgangspunt van de wetgever.

12. Op grond van het tweede lid van artikel 1:383 BW dient dan ook de uitdrukkelijke voorkeur van [belanghebbende 1] - dat de vader tot curator wordt benoemd - te worden gevolgd, tenzij zich gegronde redenen daartegen verzetten. In hetgeen [appellant] hieromtrent heeft aangevoerd ziet het hof geen redenen om te oordelen dat de vader niet geschikt is als curator. Het hof leidt uit het dossier en uit hetgeen ter zitting namens de vader naar voren is gebracht af, dat de vader in zijn rol van curator reeds de nodige zaken voor [belanghebbende 1] heeft geregeld, waaronder een inkomen en woonbegeleiding. Bovendien heeft de vader ervoor zorg gedragen dat de omgangsregeling tussen [belanghebbende 1] en de kinderen door tussenkomst van Humanitas is opgestart.

13. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er geen gegronde redenen zijn die zich verzetten tegen de benoeming van de vader tot curator. Het hof is daarom met de rechtbank van oordeel dat de vader - overeenkomstig de uitdrukkelijke voorkeur van [belanghebbende 1] - tot curator dient te worden benoemd.

Slotsom

14. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep - voor zover aan hoger beroep onderhevig - te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij [curator] tot curator is benoemd.

Deze beschikking is gegeven door mrs. B.J.J. Melssen, M.W. Zandbergen en

M.P. den Hollander en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2010 in bijzijn van de griffier.