Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4378

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
24-003243-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan diefstal.

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk.

Toewijzing vorderingen benadeelde partijen en afwijzing vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003243-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-830160-09

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 14 december 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1956] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. H.R. Eising, advocaat te Assen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft beslist op vorderingen van benadeelde partijen en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen zal toewijzen en de vordering tot ten uitvoer legging zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

830160-09

zij op of omstreeks 23 april 2009 in de gemeente [gemeente 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld en/of pasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

620215-09

zij op of omstreeks 05 maart 2009 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

605363-09 (incident 1- mutatie nr 09-014758)

zij op of omstreeks 26 februari 2009 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

605363-09 (incident 2 - mutatienr. 09-015906)

zij op of omstreeks 03 november 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

605363-09 (incident 3 - mutatienr 09-017182)

zij op of omstreeks 11 september 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

605363-09 (incident 4 - 09-017539)

zij op of omstreeks 20 februari 2009 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en/of een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

830160-09

zij op 23 april 2009 in de gemeente [gemeente 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en geld en een pasje, toebehorende aan [benadeelde 1];

2.

620215-09

zij op 5 maart 2009 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met geld, toebehorende aan [slachtoffer 1];

3.

605363-09 (incident 1- mutatie nr 09-014758)

zij op 26 februari 2009 in de gemeente [gemeente 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en geld toebehorende aan [benadeelde 2];

4.

605363-09 (incident 2 - mutatienr. 09-015906)

zij op 3 november 2008 te [plaats 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en geld toebehorende aan [slachtoffer 2];

5.

605363-09 (incident 3 - mutatienr 09-017182)

zij op 11 september 2008 in de gemeente [gemeente 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en geld toebehorende aan [slachtoffer 3];

6.

605363-09 (incident 4 - 09-017539)

zij op of omstreeks 20 februari 2009 in de gemeente [gemeente 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en een portemonnee en geld, toebehorende aan [benadeelde 3].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert telkens op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich meerdere keren schuldig gemaakt aan diefstal. Verdachte heeft aldus meermalen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de slachtoffers. Het gaat hier om feiten die schade en hinder meebrengen voor de betrokkenen.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 4 augustus 2010, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde strafbare feit. Verdachte heeft tegenover de politie erkend dit feit te hebben begaan. Dit feit is hiermee afgedaan.

Bij de strafoplegging houdt het hof voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze uit het dossier naar voren komen en ter terechtzitting van het hof door de raadsvrouw van verdachte naar voren zijn gebracht.

Het hof heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport d.d. 2 juli 2009, opgesteld door T. Roose. Hieruit blijkt dat verdachte chronische, psychische en fysieke problemen heeft. Ze is gediagnosticeerd met borderline, manische depressie en kleptomanie. Ondanks vele veroordelingen, opnames, behandelingen, toezichtsituaties en zorgoverleggen is er weinig veranderd in de situatie van verdachte.

De reclassering adviseert een voorwaardelijke straf met een proeftijd alsmede reclasseringstoezicht.

De raadsvrouw heeft in dit kader ter terechtzitting van het hof aangegeven dat haar cliënt inmiddels op vrijwillige basis in een besloten setting is opgenomen bij de GGZ in Emmen en dat zij daar behandeling ondergaat voor haar psychische problematiek.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf, te weten een gevangenisstraf een passende bestraffing is. Deze straf wordt voorwaardelijk opgelegd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. Bijzondere voorwaarden worden opgelegd om verdachte te ondersteunen in de weg naar verandering.

Voor een andere, lichtere strafmodaliteit, zoals door de raadsvrouw is verzocht, ziet het hof gelet op het strafrechtelijk verleden van verdachte, geen ruimte.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van deze benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk is verklaard en dat deze benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd.

Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort tot het bedrag dat in eerste aanleg is toegewezen.

De benadeelde partij heeft door het onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend.

Het hof zal de vordering van € 90,00 toewijzen nu deze niet van de zijde van verdachte inhoudelijk is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 90,00 die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van deze benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk is verklaard en dat deze benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd.

Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort tot het bedrag dat in eerste aanleg is toegewezen.

De benadeelde partij heeft door het onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend.

Het hof zal de vordering van € 50,00 toewijzen nu deze niet van de zijde van verdachte inhoudelijk is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 50,00 die door het onder 3 bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 6 bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend.

Het hof zal de vordering van € 100,00 toewijzen nu deze niet van de zijde van verdachte inhoudelijk is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 100,00 die door het onder 6 bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partijen [bedrijf] en [slachtoffer 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat deze benadeelde partijen zich in het geding in eerste aanleg hebben gevoegd, dat hun vorderingen zijn afgewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw hebben gevoegd.

Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vorderingen tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vorderingen beslissen.

Beslissing op de vordering TUL

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 juli 2008 is veroordeelde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op

12 september 2008. De proeftijd is eveneens ingegaan op 12 september 2008.

De officier van justitie heeft op 8 oktober 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijk opgelegde werkstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan onderhavige ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, is het hof van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van voormelde gevangenisstraf. Het hof acht - evenals de advocaat-generaal - in dit geval echter geen termen aanwezig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te bevelen en zal de vordering derhalve afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 14g, 36f, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart de aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van vijftig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijftig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van negentig euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negentig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 4 juli 2008.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. Vellinga-Schootstra, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. F. Vellinga-Schootstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.