Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4321

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
24-002642-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van de artikelen 8, 9 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994.

Recidive.

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002642-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-620802-09

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 19 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. L.S. Slinkman, advocaat te Hoogezand.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en teruggave van het beslag, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

verdachte op of omstreeks 22 augustus 2009, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (een motorrijtuig), dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, in ieder geval hoger bleek te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht;

2.

verdachte op of omstreeks 22 augustus 2009, in de gemeente [gemeente], terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat een op verdachtes naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van het Reglement rijbewijzen, te weten de daarin onder de letters(s) a, b, c, d en/of e vermelde categorie(ën), ongeldig was verklaard en aan verdachte daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg [straat] en/of [straat] als bestuurder een motorrijtuig van die categorie of categorie?n heeft bestuurd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 22 augustus 2009, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, een motorrijtuig, dit heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

verdachte op 22 augustus 2009, in de gemeente [gemeente], terwijl verdachte wist dat een op verdachtes naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van het Reglement rijbewijzen, te weten de daarin onder de letters a, b, c, d en e vermelde categorieën, ongeldig was verklaard en aan verdachte daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig van die categorieën heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994;

2.

overtreding van artikel 9, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 22 augustus 2008 op de openbare weg een personenauto bestuurd na het gebruik van alcoholhoudende drank. Het ademalcoholgehalte van de verdachte was op dat moment beduidend hoger dan de toegestane 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, te weten 725 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Daarnaast reed verdachte terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Door aldus te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 augustus 2010 is gebleken dat verdachte veelvuldig ter zake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Hem zijn onder meer werkstraffen en gevangenisstraffen opgelegd. Deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te plegen.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze uit het dossier naar voren komen en ter terechtzitting door zijn raadsman zijn toegelicht. De raadsman heeft in dit kader naar voren gebracht dat een gevangenisstraf diep zou ingrijpen in het leven van verdachte. Verdachte heeft een eigen bedrijf en indien hij detentie moet ondergaan kan hij zijn werkzaamheden ten behoeve van dit bedrijf niet verrichten met alle consequenties van dien. De raadsman verzoekt het hof aan verdachte een werkstraf op te leggen.

Het hof is - in tegenstelling tot de raadsman - gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten in samenhang bezien met de recidive van verdachte, van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde en in eerste aanleg opgelegde vrijheidsstraf een passende en noodzakelijke bestraffing is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. Vellinga-Schootstra, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. Vellinga-Schootstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.