Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO3761

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
12-11-2010
Zaaknummer
200.057.315/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen verstekvonnis; ontvankelijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 2 november 2010

Zaaknummer 200.057.315/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellante],

toevoeging,

advocaat: mr. C.C.N. Brens-Cats, kantoorhoudende te Emmen,

tegen

Achmea Zorgkantoor N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Achmea,

advocaat: mr. Y. van Maarwijck, kantoorhoudende te Meppel.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 11 november 2009 door de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Emmen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 9 februari 2010 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Achmea tegen de zitting van 2 maart 2010.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"(…) het vonnis d.d. 11 november 2009 door de rechtbank te Assen, sector kanton, locatie Emmen, gewezen tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiseres, te vernietigen en opnieuw rechtdoende geïntimeerde alsnog in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door Achmea verweer gevoerd met als conclusie:

"(…) bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om de vordering van appellante in het appel af te wijzen en/of appellante in het appel in haar hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren, althans het hoger beroep ongegrond te verklaren met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep."

Voorts hebben partijen ieder een akte genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellante] heeft één grief opgeworpen.

De beoordeling

De ontvankelijkheid van [appellante] in het door haar ingestelde hoger beroep.

1. Achmea stelt dat [appellante] niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde hoger beroep. Achmea voert daartoe aan dat [appellante] in het door haar bestreden vonnis bij verstek is veroordeeld en dat op grond van het bepaalde in artikel 335 lid 1 Rv tegen een veroordeling bij verstek geen hoger beroep open staat.

2. [appellante] is van mening dat op grond van het bepaalde in artikel 335 lid 2 Rv, voor haar het rechtsmiddel van hoger beroep openstond .

3. Uit artikel 335 lid 1, eerste zin, Rv vloeit voort dat door de niet verschenen gedaagde van veroordelingen bij verstek geen hoger beroep kan worden ingesteld.

3.1. Ingevolge artikel 335 lid 2 Rv geldt daarop een uitzondering indien tegen de niet verschenen gedaagde een vonnis als bedoeld in artikel 140 lid 2 Rv is gewezen en de niet-verschenen gedaagde vooraf bij voorraad, tegen het stellen van zekerheid, aan het vonnis voldoet.

4. Het hof is van oordeel dat [appellante] geen rechten kan ontlenen aan het bepaalde in artikel 335 lid 2 Rv. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Tegen [appellante] is - anders dan artikel 335 lid 2 Rv eist - geen vonnis gewezen als bedoeld in artikel 140 lid 2 Rv, nu van een dergelijk vonnis alleen sprake is wanneer er in de betreffende procedure meerdere gedaagden zijn gedagvaard, waarvan ten minste één is verschenen en waarvan tegen de andere(n) verstek is verleend. Achmea heeft echter in de onderhavige procedure alleen [appellante] als gedaagde gedagvaard. De rechtbank heeft tegen [appellante] verstek verleend en vervolgens overeenkomstig het bepaalde in artikel 139 Rv op 19 november 2009 een (verstek-)vonnis gewezen.

5. Het hof komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat voor [appellante] tegen het vonnis van 19 november 2009 alleen het rechtsmiddel van verzet heeft opengestaan, zodat zij in het door haar tegen dat vonnis ingestelde hoger beroep niet kan worden ontvangen.

De slotsom

6. Het hof zal [appellante] niet-ontvankelijk verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep. Het hof zal voorts [appellante], als de in het ongelijk te stellen partij, veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief I, 1,5 punt ).

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het door de rechtbank Assen op 9 november 2009 gewezen

(verstek-)vonnis;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Achmea op € 263,-- aan verschotten en op € 948,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. R.Ch. Verschuur, W. Breemhaar en R.E. Weening, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 2 november 2010 in bijzijn van de griffier.