Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO3421

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
10-11-2010
Zaaknummer
24-000237-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met zijn mededader twee slachtoffers tegen het hoofd geschopt en één van hen met een boksbeugel tegen het hoofd geslagen. Volgt veroordeling wegens tweemaal medeplegen van poging tot doodslag.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en op de straf die in hoger beroep aan zijn mededader is opgelegd, veroordeelt het hof verdachte tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie (onv. deel gelijk aan voorarrest) en een onvoorwaardelijke werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000237-10

Parketnummer eerste aanleg: 19-700566-09

Arrest van 9 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 5 januari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Lok, advocaat te Assen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een maatregel en heeft voorts op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde feiten zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en dat het hof de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen en dat het hof aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft ter terechtzitting de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. Aan verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 06 september 2009, te en in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 06 september 2009 te en in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 06 september 2009 te en in de gemeente [gemeente] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het schoppen en/of stompen en/of slaan tegen het hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer];

2.

hij op of omstreeks 06 september 2009 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft getrapt en/of geschopt en/of met een boksbeugel, althans een (hard) voorwerp op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 06 september 2009 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of met een boksbeugel, althans een (hard) voorwerp op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 06 september 2009 te en in de gemeente [gemeente] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit het schoppen en/of stompen en/of slaan tegen het lichaam van die [benadeelde].

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1 primair.

hij op 6 september 2009, in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meerdere malen tegen het hoofd heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 primair.

hij op 6 september 2009 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [benadeelde] van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde] meerdere malen tegen het hoofd heeft getrapt en met een boksbeugel op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1 primair en 2 primair telkens:

medeplegen van poging tot doodslag.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot doodslag jegens [slachtoffer] en [benadeelde] door samen met zijn mededader tegen het hoofd van zowel [slachtoffer] als van [benadeelde] te trappen/schoppen, alsmede door met een boksbeugel tegen het hoofd van [benadeelde] te slaan. Dit soort gewelddadig optreden is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De ervaring leert dat, nog afgezien van de lichamelijke gevolgen voor de slachtoffers, zowel de slachtoffers van dergelijke delicten, als degenen die daarbij als toeschouwer aanwezig zijn hiervan (langdurig) psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden.

De verdachte heeft door zijn bijdrage aan deze feiten een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] en [benadeelde] en is medeverantwoordelijk voor hetgeen [slachtoffer] en [benadeelde] hebben moeten ondergaan. Het hof rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij - alhoewel hij niet betrokken was bij de aanleiding tot het treffen tussen de medeverdachte [medeverdachte] enerzijds en [slachtoffer] anderzijds die leidde tot het plegen van geweld tegen [slachtoffer] en [benadeelde] -, vervolgens een belangrijk aandeel heeft gehad in het tegen [slachtoffer] en [benadeelde] aangewende geweld.

Naar het oordeel van het hof zijn de beide pogingen tot doodslag ernstige en weerzinwekkende strafbare feiten, waarop - uit het oogpunt van normhandhaving en tevens ter vergelding van het leed dat de slachtoffers is aangedaan - in beginsel slechts een vrijheidsbenemende straf passend is.

Uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 augustus 2010 blijkt ten voordele van de verdachte dat hij niet eerder is veroordeeld ter zake van enig strafbaar feit. Evenmin heeft verdachte nieuwe strafbare feiten gepleegd.

Het hof heeft eveneens rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft voorts gelet op de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 december 2009 en 7 oktober 2010.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert in het belang van de verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest.

Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten van oordeel dat een combinatie van een voorwaardelijke jeugddetentie van hierna te noemen duur en een onvoorwaardelijke werkstraf, eveneens van hierna te noemen duur, passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat [benadeelde] zich als benadeelde partij in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 2 primair bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte (en zijn medeverdachte) kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering toewijzen nu deze niet is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 154,- zal derhalve worden toegewezen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof is van oordeel dat de hiervoor genoemde vordering tevens moet worden toegewezen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 77a, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77gg en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair en onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden;

beveelt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tweehonderd uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door honderd dagen jeugddetentie;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de hiervoor vermelde taakstraf bestaande uit werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid geheel in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren onbetaalde arbeid per dag in verzekering doorgebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderdvierenvijftig euro met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdvierenvijftig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. A.J. Rietveld buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.