Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2935

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
24-002511-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002511-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-605566-08

Arrest van 2 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 3 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1982] te [geboorteplaats],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel,

blijkens opgave ter terechtzitting buiten detentie verblijvende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. M. Baijens, advocaat te Oude Willem.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde en heeft de verdachte wegens het onder 2 ten laste gelegde misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 28 oktober 2009, 15 januari 2010 en 19 oktober 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

In de pleitnota heeft de raadsman opgenomen dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Een motivering voor deze stelling is door de raadsman niet gegeven. Het hof zal bij gebrek aan motivering de stelling van de raadsman verwerpen en verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep van belang, ten laste gelegd, dat:

2.

hij in of omstreeks tussen 6 juli 2007 en 29 juli 2007 te [plaats], gemeente[gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij tussen 6 juli 2007 en 29 juli 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

In de onderhavige zaak en 3 soortgelijke zaken, welke tegelijkertijd op de terechtzitting in hoger beroep zijn behandeld, is op 20 juli 2010 door A.E. Grochowska, psychiater, en C.T.H.M. Salet, GZ-psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, een rapportage pro justitia uitgebracht. Dit rapport concludeert - zakelijk weergegeven - dat, in tegenstelling tot hetgeen eerdere onderzoekers hebben vastgesteld, verdachte thans niet aan de criteria voor een posttraumatische stressstoornis voldoet. Wel wordt bij verdachte een aanpassingsstoornis geconstateerd. Nu echter geen verband aangetoond kan worden tussen de psychische toestand van betrokkene en de ten laste gelegde feiten, kan enige mate van vermindering in de toerekeningsvatbaarheid niet worden vastgesteld. Betrokkene wordt derhalve als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd voor de ten laste gelegde feiten.

Het hof neemt deze bevindingen over nu deze op valide onderzoeksgegevens zijn gebaseerd. Het hof acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar en derhalve strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Tussen 6 juli 2007 en 29 juli 2007 heeft verdachte, die destijds werkzaam was is de viswinkel van familie De [slachtoffer 1], enige tijd op de woning van die familie gepast omdat zij wegens vakantie afwezig waren. In die periode heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van een geldbedrag, hetgeen aan [slachtoffer 1] toebehoorde. Door aldus te handelen heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van aangever, maar heeft hij ook het vertrouwen dat aangever kennelijk in hem had gesteld, beschaamd.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 20 september 2010, waaruit blijkt dat hij in het verleden meermalen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Hem zijn onder meer onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd, welke straffen hem er kennelijk niet van hebben weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en de beslissing van de politierechter in eerste aanleg - oplegging van een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 tenlastegelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één week;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier.