Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2932

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
24-000582-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van twee gewelddadige diefstallen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000582-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-670490-08

Arrest van 2 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van

26 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1982] te [geboorteplaats],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie,

thans preventief gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel,

blijkens opgave ter terechtzitting buiten detentie verblijvende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. M. Baijens, advocaat te Oude Willem.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2010 en 19 oktober 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen geheel zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 27 maart 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een perceel aan de [straat]) heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die portemonnee en/of geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- een ruit in een (toegangs)deur van dat perceel heeft vernield, en/of (vervolgens) een kamer in dat perceel is binnengedrongen/gegaan, en/of

- die [benadeelde 1] bij de keel heeft (vast)gepakt (gehouden), en/of

- met CS(traan)gas in het gezicht heeft gespoten en/of

- (op/tegen het hoofd) heeft gestompt en/of geslagen, en/of

- een mes, althans een scherp/puntig voorwerp, heeft gepakt en/of (daarmee) een of meer stekende bewegingen naar, althans in de richting, van die [benadeelde 1] heeft gemaakt (waardoor/bij die [benadeelde 1] aan/bij haar hand(en) is geraakt), en/of

- tegen die [benadeelde 1] heeft gezegd: "geld, geld, waar is geld", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- (aldus) een voor die [benadeelde 1] bedreigende situatie heeft geschapen;

2.

hij op of omstreeks 27 februari 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning/perceel aan [straat]) heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die portemonnee (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- (met behulp van een ladder) op de (binnen)plaats van die/dat woning/perceel is geklommen en/of (vervolgens) een ruit van een (keuken)deur heeft vernield, althans getracht te vernielen, en/of

- een telefoon uit de hand(en) van die [benadeelde 2] heeft geslagen, en/of

- die [benadeelde 2] heeft gehaakt, althans ten val heeft gebracht/laten struikelen, en/of - (aldus) een voor die [benadeelde 2] bedreigende situatie heeft geschapen.

Verweer raadsman

Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat het feitelijk onmogelijk is dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, omdat hij zich op dat moment niet op vrije voeten bevond. Verdachte zou, blijkens een door de raadsman overgelegd overzicht, op 27 maart 2008 om 7:15 uur door de politie zijn aangehouden.

Het hof stelt vast dat de raadsman bij zijn pleitnota van 29 november 2009 een overzicht heeft gevoegd waaruit de raadsman afleidt dat zijn cliënt op 27 maart 2008 om 07:15 uur is aangehouden ter zake een gewapende overval. De betreffende mutatie vermeldt niet dat er sprake is geweest van een aanhouding. Uit het stamproces-verbaal in deze zaak blijkt ook niet dat verdachte op genoemde datum en tijdstip is aangehouden of reeds was aangehouden. De stelling van de raadsman mist dan ook feitelijke grondslag en wordt daarmee verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 27 maart 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een perceel aan de [straat] heeft weggenomen een portemonnee inhoudende een geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, en welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- een ruit in een (toegangs)deur van dat perceel heeft vernield, en vervolgens een kamer in dat perceel is binnengedrongen en

- die [benadeelde 1] bij de keel heeft vastgepakt, en

- met CS(traan)gas in het gezicht heeft gespoten en

- op het hoofd heeft geslagen, en

- een mes heeft gepakt en daarmee een of meer stekende bewegingen in de richting, van die

[benadeelde 1] heeft gemaakt waarbij die [benadeelde 1] aan haar handen is geraakt, en

- tegen die [benadeelde 1] heeft gezegd: "geld, geld, waar is geld";

2.

hij op 27 februari 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [straat] heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [benadeelde 2], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte

- een telefoon uit de hand van die [benadeelde 2] heeft geslagen, en

- die [benadeelde 2] ten val heeft gebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2.

diefstal, voorafgegaan van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid

In de onderhavige zaak en 3 soortgelijke zaken, welke tegelijkertijd op de terechtzitting in hoger beroep zijn behandeld, is op 20 juli 2010 door A.E. Grochowska, psychiater, en C.T.H.M. Salet, GZ-psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, een rapportage pro justitia uitgebracht. Dit rapport concludeert - zakelijk weergegeven - dat, in tegenstelling tot hetgeen eerdere onderzoekers hebben vastgesteld, verdachte thans niet aan de criteria voor een posttraumatische stressstoornis voldoet. Wel wordt bij verdachte een aanpassingsstoornis geconstateerd. Nu echter geen verband aangetoond kan worden tussen de psychische toestand van betrokkene en de ten laste gelegde feiten, kan enige mate van vermindering in de toerekeningsvatbaarheid niet worden vastgesteld. Betrokkene wordt derhalve als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd voor de ten laste gelegde feiten.

Het hof neemt deze bevindingen over nu deze op valide onderzoeksgegevens zijn gebaseerd. Het hof acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar en derhalve strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in korte tijd tweemaal schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Zo is hij op 27 maart 2008 de woon- en werkruimte van aangeefster [benadeelde 1] binnengedrongen, en heeft hij op een zeer gewelddadige manier de portemonnee van die [benadeelde 1] buitgemaakt. Verdachte heeft aangeefster bij de keel vastgepakt, met CS-gas in het gezicht gespoten, haar op het hoofd geslagen en met een mes stekende bewegingen in haar richting gemaakt. Hierbij is zij aan haar handen gewond geraakt. Een maand eerder, op 27 februari 2008, heeft verdachte [benadeelde 2] in diens woning ten val gebracht en hem vervolgens zijn portemonnee afhandig gemaakt.

Door het plegen van deze feiten heeft verdachte meermalen inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van een ander. Daarnaast heeft verdachte bij beide feiten niet geschuwd geweld te gebruiken, waardoor hij tevens inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangevers. Dit rekent het hof verdachte zwaar aan. Verdachte heeft zich kennelijk geen rekenschap gegeven van de vergaande en nadelige gevolgen die een dergelijk delict - gepleegd in een voor hen vertrouwde omgeving - bij slachtoffers teweeg kan brengen. Zo heeft [benadeelde 1] in haar schriftelijke slachtofferverklaring te kennen gegeven nog steeds last te ondervinden van het delict. Zij voelt zich angstig en onveilig en heeft nu moeite vertrouwen in mensen te stellen.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 20 september 2010, waaruit blijkt dat hij in het verleden meermalen is veroordeeld ter zake van soortgelijke vermogensdelicten. Hem zijn onder meer onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd, welke straffen hem er kennelijk niet van hebben weerhouden opnieuw dergelijk feiten te plegen.

Daarnaast houdt het hof rekening met de omtrent verdachte, reeds aangehaalde rapportage pro justitia, d.d. 20 juli 2010, waarin geconcludeerd wordt dat verdachte als een instabiele, antisociale en impulsieve persoon is aan te merken. Het hof onderschrijft deze duidingen, nu deze ook deels in de door verdachte gepleegde delicten tot uiting komen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het hof ziet - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - in dit kader geen aanleiding om van de beslissing van de rechtbank af te wijken, en zal derhalve een gevangenisstraf van gelijke duur opleggen.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in hoger beroep voort.

Vast staat dat de benadeelde partij rechtstreekse schade is toegebracht door het onder

1 bewezen verklaarde feit, dat aan verdachte is toe te rekenen. De benadeelde partij heeft € 2.290,- aan schadevergoeding gevorderd, bestaande uit € 1.040 aan materiële schade en € 1.250,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Nu de vordering het hof niet ongegrond of onbillijk voorkomt wordt de vordering geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening.

Gelet op het vorenstaande dient de verdachte - als de in het ongelijk gestelde partij - te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien verdachte jegens voornoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal het hof voornoemd bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in hoger beroep voort.

Vast staat dat de benadeelde partij rechtstreekse schade is toegebracht door het onder

2 bewezen verklaarde feit, dat aan verdachte is toe te rekenen. De benadeelde partij heeft € 200,- aan materiële schadevergoeding gevorderd.

Nu de vordering het hof niet ongegrond of onbillijk voorkomt wordt de vordering geheel toegewezen.

Gelet op het vorenstaande dient de verdachte - als de in het ongelijk gestelde partij - te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien verdachte jegens voornoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal het hof voornoemd bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikel 36f, 57, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend tweehonderdnegentig euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend tweehonderdnegentig euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee?ndertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier.