Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2665

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
24-000621-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het tweemaal plegen van huisvredebreuk veroordeeld tot een werkstraf. Voorts is de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van 140 uren werkstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 29 augustus 2008 gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000621-10

Parketnummer eerste aanleg: 19-621024-09 en 18-654066-07 (tul)

Arrest van 2 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 26 februari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren en de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van 140 uren werkstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 29 augustus 2008, geheel zal toewijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

verdachte op of omstreeks 10 november 2009, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], wederrechtelijk vertoevende in de woning aan de [adres], in gebruik bij [naam], in elk geval bij een ander of anderen dan verdachte, zich niet op de vordering van of vanwege genoemde rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

2.

verdachte op of omstreeks 11 november 2009, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], zich door middel van braak zich de toegang tot een woning aan de [adres] heeft verschaft, zijnde verdachte aldus die woning, die in gebruik was bij [naam], althans bij een ander of anderen dan verdachte, wederrechtelijk binnengedrongen.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

verdachte op 10 november 2009, te [plaats], wederrechtelijk vertoevende in de woning aan de [adres], in gebruik bij [naam], zich niet op de vordering van of vanwege genoemde rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

2.

verdachte op 11 november 2009, te [plaats], zich door middel van braak de toegang tot een woning aan de [adres] heeft verschaft, zijnde verdachte aldus die woning, die in gebruik was bij [naam], wederrechtelijk binnengedrongen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen;

onder 2:

in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 10 november 2009 tegen middernacht de woning van [naam], zijn ex-vriendin, binnengegaan en heeft zich - toen dat van hem werd gevorderd - niet aanstonds verwijderd. De politie moest er aan te pas komen om verdachte daar weg te krijgen. Kort daarna, het was inmiddels de volgende dag, is verdachte diezelfde woning zonder toestemming binnengedrongen. Door deze feiten heeft verdachte tweemaal het recht van die [naam] op huisvrede geschonden.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 augustus 2010 blijkt, dat verdachte vele malen ter zake van het plegen van strafbare feiten - zij het andersoortige - is veroordeeld. Daarnaast blijkt uit dat uittreksel, dat de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van de door de politierechter opgelegde werkstraf voor de duur van 40 uren, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, niet alleen passend, maar ook geboden.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 29 augustus 2008 is verdachte veroordeeld tot onder meer werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Gebleken is dat voormeld vonnis op 4 oktober 2008 onherroepelijk is geworden en dat op diezelfde datum de proeftijd is ingegaan.

De officier van justitie heeft bij zijn op 8 februari 2010 ingediende vordering gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde werkstraf, omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer

19-621024-09 (de thans bewezen verklaarde feiten).

Nu gebleken is dat verdachte de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van voormelde proeftijd, is het hof van oordeel, dat in de onderhavige strafzaak - in beginsel - de tenuitvoerlegging kan worden gelast van bedoelde werkstraf.

Uit de door de raadsman van verdachte overgelegde medische stukken blijkt, dat verdachte een zwakke lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft. De raadsman heeft ter zitting van het hof gesteld, dat verdachte ondanks die zwakke gezondheid in staat is om (naast de door de politierechter in de strafzaak opgelegde uren werkstraf) een gering aantal uren werkstraf te verrichten, maar niet de volledige 140 uren. Het hof zal rekening houden met de gezondheidstoestand van verdachte en de tenuitvoerlegging gelasten van een gedeelte van die werkstraf en wel groot 40 uren.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 57 en 138 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Groningen van 29 augustus 2008 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van veertig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Koolschijn, voorzitter, mr. Dam en mr. Greve, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Koolschijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.