Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2612

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
24-000044-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ter zake mishandeling.

Het hof heeft door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000044-10

Parketnummer eerste aanleg: 19-605673-09

Arrest van 29 oktober 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 6 januari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1953] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Borsch, advocaat te Assen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van dertig uren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 18 juli 2009 te Assen, althans in de gemeente Assen opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten [slachtoffer], heeft geduwd en/of heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zijn zoon, [slachtoffer] heeft mishandeld.

Het hof stelt vast dat er met de aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van zijn moeder voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Uit de inhoud van deze bewijsmiddelen heeft het hof echter - mede gelet op de overige inhoud van het dossier en op hetgeen ter zitting naar voren is gekomen - niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. Rietveld is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.