Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2031

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-10-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
24-002903-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gelet op art. 14j van het Wetboek van Strafrecht wordt verdachte, ondanks de omstandigheid dat de oproeping voor de terechtzitting in eerste aanleg (naar achteraf is gebleken) naar een onjuist adres is verzonden, niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002903-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-670085-08

Arrest van 28 oktober 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Groningen van

30 september 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

blijkens zijn opgave ter terechtzitting wonende te [woonplaats], [adres],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Groningen heeft bij voormelde beslissing de tenuitvoerlegging gelast van de gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Groningen d.d. 27 augustus 2008, in verband met de niet-naleving van de aan de straf verbonden bijzondere voorwaarde.

Gebruik van het rechtsmiddel

De veroordeelde heeft blijkens akte op 12 oktober 2009 tegen voormelde beslissing hoger beroep aangetekend.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof veroordeelde in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren, omdat hoger beroep tegen de onderhavige beslissing niet open staat.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Gebleken is dat de beslissing, waarvan beroep, is gegeven op grond van niet-naleving van een bijzondere voorwaarde. Gelet op het bepaalde in artikel 14j, eerste lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht is een dergelijke beschikking niet aan enig rechtsmiddel onderworpen.

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat veroordeelde desondanks in zijn beroep dient te worden ontvangen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat er een essentiƫle vorm is verzuimd, waardoor er geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Het verzuim bestaat hierin dat de oproeping voor de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 16 september 2009, als gevolg van het tijdelijk niet functioneren van het GBA-systeem, naar een onjuist adres is verzonden. Het door veroordeelde opgegeven nieuwe adres was nog niet in het systeem verwerkt. Dit heeft ertoe geleid dat veroordeelde, in weerwil van zijn wens, niet bij de zitting heeft kunnen zijn.

Ter onderbouwing van zijn stelling dat veroordeelde - ondanks het bepaalde in artikel 14 j Wetboek van Strafrecht - in het hoger beroep moet worden ontvangen, heeft de raadsman er onder meer op gewezen dat in civiele zaken in bepaalde gevallen doorbreking van de wettelijke uitsluiting van rechtsmiddelen mogelijk is. Volgens de raadsman dient dit in de onderhavige zaak ook te geschieden, nu er sprake is van schending van een fundamenteel beginsel van behoorlijke rechtspleging, te weten het recht om gehoord te worden.

Naar aanleiding van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof vast dat veroordeelde in eerste aanleg niet is opgeroepen op het adres dat veroordeelde voordien aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Leek had opgegeven. Wat daar ook van zij, ook in een achteraf niet rechtsgeldig gebleken oproeping is geen grond gelegen om het wettelijke, gesloten stelsel van rechtsmiddelen te doorbreken. Dat dit in het civiele recht (kennelijk) anders is, doet hier niet aan af.

Het voorgaande brengt mee, dat de veroordeelde in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. J. Hielkema buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.