Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO1420

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-10-2010
Datum publicatie
22-10-2010
Zaaknummer
200.006.786/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot leveren en plaatsen geluidsinstallatie in kerk. Opschortingsrecht. Verzuim. Ter hand stelling.algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 19 oktober 2010

Zaaknummer 200.006.786/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Gereformeerde Gemeente Tricht-Geldermalsen,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna te noemen: de kerk,

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. B. Romkes, kantoorhoudende te Groningen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 16 maart 2010 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Het hof heeft in genoemd tussenarrest overwogen dat [geïntimeerde] dient te bewijzen dat hij in verband met de ondeugdelijkheid van de kabelgoot genoodzaakt was meerwerk te verrichten. Het hof heeft [geïntimeerde], gelet op het geringe financiële belang, in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag of hij tot bewijslevering wenst te worden toegelaten.

Vervolgens heeft [geïntimeerde] een akte genomen en de kerk een antwoordakte.

Ten slotte hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

Voorts ten aanzien van grief 1 in het incidenteel appel

1. [geïntimeerde] heeft bij akte te kennen gegeven dat hij ter vermijding van onnodige kosten afziet van het voorbrengen van getuigen. [geïntimeerde] heeft ter levering van het benodigde bewijs een brief van [naam] Elektro van 8 oktober 2002 in het geding gebracht, met de volgende inhoud:

"Betreft: Bekabeling t.b.v. geluidsinstallatie kerkgebouw Ger. Gem. te [vestigingsplaats].

Omschrijving:

Leveren en monteren van een 220V voedingspunt t.b.v. sfeermicrofoon

Bedraden van een loze leiding t.b.v. sfeermicrofoon (deze is door u nadien afgekeurd)

Bekabelen mantelbuis vanaf beheerderruimte naar consistorie door de door u aangeleverde kabels totaal 8 stuks.

Wij kunnen geen garantie verlenen daar dit waarschijnlijk zeer moeizaam zal verlopen. Dit is alreeds bij u bekend.

Vanuit de kosterplaats is door ons geen loze leiding naar de beheerderruimte gemaakt daar dit bij ons niet bekend is derhalve is het mogelijk om alsnog een kabel te trekken via mantelbuizen van de besturing.

Offerte:

Wij bieden aan de hierboven genoemde werkzaamheden te zullen uitvoeren in aangenomen werk voor de somma van € 485,-- (vierhonderdvijfentachtigeuro) excl. B.T.W.

Bij akkoordbevinding gelieve U een exemplaar van deze offerte getekend aan ons te retourneren.

[geïntimeerde] stelt zich op het standpunt dat uit deze brief blijkt dat hij de acht kabels wel aan [naam] Elektro (de installateur) heeft geleverd voordat alle kabels door de mantelbuis zouden worden getrokken. [geïntimeerde] merkt op dat de installateur aankondigt dat dit moeizaam zal gaan. Volgens [geïntimeerde] is dat een gevolg van het feit dat het totaal aantal kabels dat door de buis getrokken moest worden te groot was.

2. De kerk betwist dat [geïntimeerde] het verlangde bewijs middels genoemde brief heeft bijgebracht.

3. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

De brief van [naam] Elektro bevat een offerte. Het in het geding gebrachte exemplaar van de brief is niet voor akkoord door [geïntimeerde] ondertekend. [geïntimeerde] heeft ook niet gesteld dat hij de offerte heeft geaccepteerd en dat is het hof evenmin anderszins gebleken.

Uit de brief blijkt naar het oordeel van het hof niet dat [geïntimeerde] de acht kabels aan de installateur heeft geleverd vóórdat de installateur de overige kabels door de mantelbuis heeft getrokken.

Ook blijkt uit de brief niet dat de mantelbuis ondeugdelijk was.

Weliswaar maakt de installateur in zijn brief melding van het feit dat het trekken van de acht kabels door de mantelbuis erg moeizaam zal verlopen en dat dit al bij [geïntimeerde] bekend is, maar uit de brief blijkt niet wat daarvan de oorzaak is. Anders dan [geïntimeerde] stelt, volgt uit de brief niet dat de oorzaak was gelegen in ondeugdelijkheid van de mantelbuis. Integendeel, de brief laat evenzeer ruimte voor de juistheid van de stelling van de kerk, namelijk dat het trekken van de acht kabels van [geïntimeerde] door de mantelbuis moeizaam was omdat de andere kabels op dat moment reeds waren aangebracht.

Grief 1 in het incidenteel appel faalt.

Slotsom

4. Het gedeeltelijk slagen van grief 4 in het principaal appel brengt mee dat het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd voorzover de kerk daarbij in het dictum sub 1 is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 20.885,38.

Anders dan de rechtbank acht het hof het bedrag van de offerte van 25 juni 2002 niet in zijn geheel toewijsbaar. Daarop komt in mindering een bedrag van

€ 3.400,-- excl BTW, derhalve € 4.046,-- incl. BTW, zodat terzake van deze post een bedrag van € 26.980,11 incl. BTW toewijsbaar is. De post 'extra werk sfeermicrofoon' komt naar het oordeel van het hof niet voor toewijzing in aanmerking. Van de vordering van [geïntimeerde] zijn mitsdien de volgende posten toewijsbaar:

1. terzake van offerte d.d. 25 juni 2002 een bedrag van € 26.980,11 incl. BTW

2. draadloze microfoon € 948,62 " "

3. terzake van bekabeling € 4.194,40 " "

Totaal € 32.123,13 " "

Te verminderen met reeds gedane betalingen € 15.695,49 " "

Resteert door de kerk te voldoen € 16.427,64 incl. BTW

Het hof zal derhalve, in zoverre opnieuw rechtdoende, de kerk veroordelen tot betaling van laatstgenoemd bedrag aan [geïntimeerde].

Voor het overige zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd.

De kerk zal als de in het principaal appel grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het pricipaal appel. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] wat betreft het geliquideerde salaris van de advocaat begroot op € 3.474,-- (3 punten, tarief III).

[geïntimeerde] zal als de in het incidenteel appel in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van de kerk wat betreft het geliquideerde salaris voor de advocaat begroot op € 948,-- (de helft van 3 punten, tarief I).

De beslissing

Het gerechtshof:

in het incidenteel appel

wijst de vorderingen in het incidenteel appel af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van incidenteel appel en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van de kerk op nihil aan verschotten en op € 948,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling in het incidenteel appel uitvoerbaar bij voorraad;

in het principaal appel

vernietigt het vonnis van de Rechtbank Assen van 27 februari 2008 voorzover de kerk daarbij in het dictum sub 1 is veroordeeld tot betaling van een bedrag van

€ 20.885,38;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt de kerk om aan [geïntimeerde] binnen 14 dagen na betekening van dit arrest tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 16.427,64 incl. BTW, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;

veroordeelt de kerk in de kosten van principaal appel en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] op € 625,-- aan verschotten en op € 3.474,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.M.A. Wind en F.M.J. Verstijlen, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 19 oktober 2010 in bijzijn van de griffier.