Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5645

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
01-09-2010
Zaaknummer
200.040.896
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Snelheidsmeting met lasergun. Voor de uitkomst van de meting en de hoogte van de sanctie maakt het verschil vanaf welke afstand een betrokkene wordt gemeten. Geen ongeoorloofde discriminatie of schending gelijkheidsbeginsel. Gebruik statief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.040.896

17 maart 2010

CJIB 120907111

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 25 maart 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

Op 25 oktober 2009 is nog een faxbericht van de gemachtigde ontvangen.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 128,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 23 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 1 juli 2008 om 21.37 uur op de Roermondseweg te Horn.

2. Namens de betrokkene wordt aangevoerd dat de betrokkene niet te hard heeft gereden, zodat de meting met de lasergun niet juist kan zijn geweest. Omdat de verbalisant geen statief heeft gebruikt bij een meetafstand van 646 meter, terwijl het gebruik van een statief wordt geadviseerd bij metingen van grote afstand, is het zeer wel mogelijk dat de verbalisant een ander voertuig heeft gemeten dan dat van de betrokkene.

Verder wordt door de gemachtigde van de betrokkene aangevoerd dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd wegens ongeoorloofde discriminatie. In het geval dat de snelheid van een voertuig op korte afstand met een lasergun wordt gemeten, zal de uitkomst van de snelheidsmeting lager zijn dan bij een meting van grote afstand. Bestuurders van voertuigen die feitelijk met dezelfde snelheid rijden kunnen derhalve verschillende sancties opgelegd krijgen. In de visie van de gemachtigde leidt dit tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling.

3. In het zaakoverzicht van het CJIB is als verklaring van de verbalisant onder meer het volgende opgenomen:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 107 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 103 km per uur.

Toegestane snelheid: 080 km per uur.

Overschrijding met: 23 km per uur. (…)

Meetafstand: 646.2 m.

Afstand tot de rijlijn: 14.0 m. ”

4. In het aanvullend proces-verbaal d.d. 21 september 2009 verklaart verbalisant [verbalisant] onder meer het volgende:

“Op dinsdag 01 juli 2008, omstreeks 21.37 uur, zag ik, [verbalisant], een zwarte personenauto rijden over de voornoemde Roermondseweg, komende uit de richting Buggenum. Ik, [verbalisant], richtte de laserstraal van de lasersnelheidsmeter op de kentekenplaat aan de voorzijde van het voertuig en verrichtte met de lasersnelheidsmeter een snelheidsmeting. Als resultaat van deze meting las ik, [verbalisant], op de display van deze lasersnelheidsmeter af dat het gemeten voertuig ongecorrigeerd, 107 km/h had gereden tijdens voornoemde meting. (…) Tijdens de voornoemde snelheidsmeting had ik vrij zicht op dit genoemde voertuig en werd tijdens de meting niet gehinderd door enig ander object of voertuig. (…) Vanaf het moment van de voornoemde meting zag ik verder geen gelijkend zwart voertuig uit de genoemde rijrichting naderen. (…) Ik, [verbalisant], verklaar dat er bij deze meting geen statief gebruikt is. Als regelmatig en ervaren bedienaar van deze lasersnelheidsmeter weet ik dat de lasersnelheidsmeter alle metingen zelf al afkeurt indien dit apparaat onregelmatigheden in de meting waarneemt, bijvoorbeeld bij overmatig bibberen of bewegen van het apparaat. Dit gebeurt middels een foutmelding in het display van de lasergun. In onderhavige gevallen verschijnen er ook geen gegevens van snelheid en meetafstand in de display, enkel een foutcode. Bij deze meting werd geen foutmelding weergegeven hetgeen inhoudt dat ook het apparaat geen onjuistheden heeft waargenomen bij deze meting. Verder is er bij een meting slechts (1) rode (laser-)punt zichtbaar in het richt- en kijkvenster. Deze punt kan bij een meting slechts op een (1) voorwerp/voertuig gericht worden om een goede meting te kunnen verrichten.”

5. In het door de gemachtigde overgelegde afschrift uit de 'Leerstof LaserPatrol Lasersnelheidsmeter' is de volgende passage opgenomen:

“Voor selectieve snelheidsmetingen op grote afstand (300-500 m) kan het gebruik van de LaserPatrol op een statief worden aangeraden. Dit voorkomt het bibberen van de rode richtpunt en is gerieflijk bij langdurige snelheidscontroles.”

6. De door de gemachtigde geschetste mogelijkheid dat een ander voertuig dan het voertuig van de betrokkene zou zijn gemeten, acht het hof niet aannemelijk. De verbalisant verklaart uitvoerig waarom hij zeker weet dat hij de snelheid van het voertuig van de betrokkene heeft gemeten. De enkele stelling van de gemachtigde dat een ander voertuig zou zijn gemeten, leidt niet tot twijfel ten aanzien van de vaststelling van de verbalisant dat de betrokkene reed met een gecorrigeerde snelheid van 103 km/h. Derhalve is komen vast te staan dat de gedraging door de betrokkene is verricht. Dat de verbalisant geen gebruik heeft gemaakt van een statief doet hieraan niet af, mede omdat de overgelegde leerstof het gebruik van een statief slechts aanraadt in verband met het voorkomen van het bibberen van de rode richtpunt en in verband met het gebruikscomfort voor de verbalisant die de meting verricht. Het hof leidt hieruit af dat het gebruik van een statief niet zozeer is vereist in verband met de betrouwbaarheid van de meting, maar ziet op het vergemakkelijken van het verrichten van de meting. Zoals de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal ook aangeeft, zal bij overmatig bibberen van de rode richtpunt immers geen meting worden uitgevoerd.

7. Met betrekking tot het argument van de gemachtigde dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd wegens ongeoorloofde discriminatie, overweegt het hof als volgt.

8. Het hof stelt het volgende voorop (zie ook Hof Leeuwarden 22 januari 2008, LJN BD8232). Door middel van vermelding van de afstand tot de rijlijn alsmede de afstand tot het gemeten voertuig in het zaakoverzicht van het CJIB, kan de hoek worden bepaald waaronder de meting is verricht en daarmee het zogenoemde cosinuseffect dat optreedt bij snelheidsmetingen met behulp van een laserapparaat. Indien het voertuig recht van voren of van achteren wordt gemeten (en de afstand tot de rijbaan dus gelijk is aan nul) is de gemeten snelheid gelijk aan de werkelijke snelheid. Is de hoek waaronder wordt gemeten maximaal, dat wil zeggen negentig graden, dan is de gemeten snelheid ongeacht de werkelijk gereden snelheid gelijk aan nul. Teneinde de werkelijk gereden snelheid zo dicht mogelijk te benaderen is het wenselijk dat cosinuseffect te minimaliseren. Dit wordt bereikt door de hoek waaronder wordt gemeten zo klein mogelijk te houden. In de praktijk wordt voorgeschreven dat de afstand tot de rijlijn niet groter is dan een tiende van de afstand tot het gemeten voertuig. Indien die verhouding 1:10 wordt gehanteerd wijkt de gemeten snelheid niet meer dan 0,5% af van de werkelijk gereden snelheid. Naarmate de hoek waaronder wordt gemeten groter is, wordt de gemeten snelheid in verhouding tot de werkelijk gereden snelheid lager, hetgeen dus in het voordeel van de betrokkene is.

9. Het voorgaande brengt mee dat de stelling van de gemachtigde, inhoudende dat het voor de uitkomst van de meting en de hoogte van de sanctie verschil maakt vanaf welke afstand de betrokkene wordt gemeten, juist is. Voor zover daarbij wordt gemeten conform de voorschriften, in het bijzonder met inachtneming van de 1:10 verhouding is het verschil in meting zodanig gering (maximaal 0,5%) dat geen sprake is van ongeoorloofde discriminatie. Voor zover een beroep wordt gedaan op het verschil in meting bij het niet in acht nemen van de 1:10 verhouding is in wezen een beroep gedaan op schending van het gelijkheidsbeginsel. De omstandigheid dat een betrokkene in een dergelijk geval mogelijk een lagere sanctie wordt opgelegd dan bij een juiste meting zou zijn geschied, brengt niet met zich, dat andere weggebruikers aanspraak zouden kunnen maken op eenzelfde voordeel.

10. Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

11. Het hof merkt nog op, dat de door de gemachtigde overgelegde kopie van pagina 22 uit de gebruikershandleiding van de UltraLyte Compact Gebruikershandleiding een onjuistheid bevat in de vierde rij in de kolom onder "600 m", nu daar een waarde (0,87) staat vermeld, die als enige niet vier cijfers achter de komma bevat en een waarde, die niet- zoals te verwachten - tussen de 0,9950 en 1,000 ligt.

12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van proceskosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.