Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5512

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-08-2010
Datum publicatie
30-08-2010
Zaaknummer
24-000425-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van overtreding van de artikelen 8 en 9 van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand en een werkstraf van 100 uren. Voorts wordt verdachte ter zake van onverzekerd rijden veroordeeld tot een werkstraf van 14 uren. Tot slot wordt verdachtes bestelauto verbeurdverklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000425-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-754230-09

Arrest van 27 augustus 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 februari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven en een overtreding veroordeeld tot straffen en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde misdrijven zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 15 maanden. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de onder 3 ten laste gelegde overtreding zal veroordelen tot hechtenis voor de duur van 1 week. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de in beslag genomen bestelauto zal verbeurdverklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 6 maart 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, (bestelauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 940 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op of omstreeks 6 maart 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B en/of E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [straat], als bestuurder een motorrijtuig (bestelauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

3.

hij op of omstreeks 06 maart 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motor-rijtuigen was gesloten en in stand gehouden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 6 maart 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, (bestelauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 940 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op 6 maart 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B en E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [straat], als bestuurder een motorrijtuig (bestelauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

3.

hij op 06 maart 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994;

onder 2:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

en de overtreding:

onder 3:

als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 6 maart 2009 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 door een auto te besturen terwijl hij (veel) meer alcohol had genuttigd dan voor de bestuurder van een voertuig is toegestaan. Daarnaast was verdachte niet in het bezit van een geldig rijbewijs en was de auto waarin hij reed niet verzekerd. Door aldus te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justiti?le documentatie d.d. 26 mei 2010, waaruit blijkt dat verdachte reeds meer-malen ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter zitting van het hof is gebleken.

De ernst van de bewezen verklaarde misdrijven, in samenhang bezien met verdachtes justiti?le verleden, rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof acht het echter niet in het belang van de samenleving als verdachte zijn baan kwijtraakt. Gelet hierop zal worden volstaan met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een werkstraf van na te melden omvang. Verder zal de in beslag genomen bestelauto worden verbeurdverklaard en zal ter zake van de bewezen verklaarde overtreding een werkstraf in plaats van de gevorderde hechtenis worden opgelegd. Een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt niet nodig geacht, nu verdachte niet in het bezit is van een geldig rijbewijs en derhalve ook zonder ontzegging niet mag rijden.

Verbeurdverklaring

De door het hof verbeurd te verklaren auto is daarvoor vatbaar. De bewezen verklaarde feiten zijn immers met behulp van deze auto begaan, terwijl uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de auto toebehoort aan verdachte. Het hof heeft rekening gehouden met de draagkracht van verdachte zoals daarvan ter zitting van het hof is gebleken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motor-rijtuigen en de artikelen 8, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] ter zake van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde misdrijven tot gevangenisstraf voor de duur van ??n maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte ter zake van deze feiten tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

veroordeelt verdachte voornoemd ter zake van de onder 3 bewezen verklaarde over-treding tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast;

verklaart verbeurd:

- een bestelauto, [kenteken], Seat Inca, kleur groen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier.