Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5101

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-03-2010
Datum publicatie
13-05-2011
Zaaknummer
200.026.816
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Glasresteel gemonteerd aan de zijkant van een voertuig: tot 1 mei 2009 geen lading maar een op het kentekenbewijs te vermelden constructiewijzing van het voertuig (6.1 en 6.16 Voertuigreglement). Thans is het een lastdrager (1.1 sub c Regeling voertuigen).

Wetsverwijzingen
Voertuigreglement 1.1
Voertuigreglement 6.1
Voertuigreglement 6.16
Regeling voertuigen 1.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.026.816

15 maart 2010

CJIB 117159870

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage

van 3 februari 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [werkgeefster], gevestigd te [vestigingsplaats],

vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een voertuig rijden, terw. het niet overeenstemt met gegevens op/in kentekenbewijs/kentekenregister”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 april 2008 om 07.40 uur op de Rijksweg A4 te Rijpwetering met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].

2. De verbalisant die de gedraging heeft geconstateerd heeft - blijkens de bij de stukken van het geding aanwezige kopie van de aankondiging van beschikking - waargenomen dat het voertuig met het kenteken [00-AB-AB] was voorzien van een resteel dat door middel van bouten en moeren aan het voertuig was bevestigd. Deze constructie was niet op het kentekenbewijs vermeld.

3. Namens de betrokkene wordt niet ontkend dat er ten tijde van de gedraging aan de linkerzijde het voertuig met bovengenoemd kenteken een glasresteel was bevestigd, dat niet op het kentekenbewijs was vermeld. De gemachtigde voert echter aan dat het aan het voertuig bevestigde glasresteel als lading dient te worden aangemerkt, hetgeen meebrengt dat het niet op het kentekenbewijs dient te worden vermeld. Met betrekking tot het voorgaande heeft [een carrosseriebedrijf] in 1990 nader onderzoek verricht. Bij brief van 25 september 1990 heeft de RDW aan het [carosseriebedrijf] bericht dat er - blijkens het arrest van de Hoge Raad van 25 november 1986 - sprake is van lading, indien de verbinding tussen het motorvoertuig en de - in dat geval - container of laadklep geen duurzaam karakter heeft. Dit is het geval indien de container of laadklep bestemd is om te kunnen worden gewisseld en zo geconstrueerd is dat zij eenvoudig en snel ge(de)monteerd kan worden. Voorts heeft de RDW het [carosseriebedrijf] bij brief van 9 januari 1991 meegedeeld dat indien een extra opbouw van een voertuig zonder gebruikmaking van gereedschap te verwijderen is, deze opbouw door de RDW als lading wordt beschouwd. Een bevestiging door middel van vleugelmoeren is naar de mening van de RDW een acceptabele verbinding, mits deze niet wordt vervangen door een boutverbinding. Beide genoemde brieven van de RDW zijn door de gemachtigde in de procedure gebracht. Nu het glasresteel aan de bovenzijde van het voertuig door middel van vleugelmoeren aan het voertuig is bevestigd en aan de onderzijde in beugels is ingehaakt- hetgeen met foto's van het voertuig is

onderbouwd -, is de sanctie naar de mening van de gemachtigde ten onrechte aan de betrokkene opgelegd. Ten slotte merkt de gemachtigde nog op dat de verbalisant - staande aan de linkerzijde van het voertuig - niet heeft kunnen waarnemen dat het glasresteel door middel van vleugelmoeren aan bovengenoemd voertuig is bevestigd.

4. Op de door de gemachtigde in de procedure gebrachte foto's van het voertuig (bedrijfswagen) is waar te nemen, dat het glasresteel aan de linkerzijde van het voertuig is bevestigd, welke aan de onderzijde in een beugel is ingehaakt en aan bovenzijde met vleugelmoeren is vastgezet. Met de gemachtigde is het hof van oordeel dat deze vleugelmoeren niet goed waarneembaar zijn, indien men zich aan de linkerzijde van het voertuig bevindt. Door de zichtbare corrosie op de achterzijde van het glasresteel, acht het hof - anders dan de advocaat-generaal - aannemelijk dat de overgelegde foto's van het voertuig de situatie ten tijde van de gedraging weergeven.

5. Ingevolge artikel 6.1 in samenhang met artikel 6.16 van het ten tijde van de gedraging geldende en per 1 mei 2009 vervallen Voertuigreglement (hierna: VR) dienen bepaalde constructiewijzigingen van voertuigen te leiden tot wijziging van de op het kentekenbewijs van dat voertuig vermelde gegevens. Gelet hierop ziet het hof zich voor de vraag gesteld of het aan het voertuig bevestigde glasresteel als een constructiewijziging dan wel als lading dient te worden aangemerkt.

6. Blijkens artikel 1.1, onder aa, van het VR dient onder het begrip 'lading' te worden verstaan:

"alle personen, dieren, goederen, lastdragers, alsmede zonder gebruik van gereedschap van het voertuig los te nemen laad- en losinrichtingen en voertuiguitrustingen, het reservewiel daaronder niet begrepen".

7. De Nota van Toelichting (Stb. 1994, 450) bij voornoemd artikel luidt:

"het begrip lading in onderdeel aa is limitatief omschreven. (…). Omdat montage van lastdragers geschiedt met behulp van gereedschappen, maar gedeeltelijke demontage in de praktijk veelal zonder gereedschap is uit te voeren, kan de status van de constructie aanleiding geven tot verschil in uitleg. Ten einde misverstand te voorkomen, wordt expliciet vastgelegd dat de lastdrager als lading wordt beschouwd."

8. Onder het begrip 'lastdragers' wordt blijkens artikel 1.1, onder ac, VR verstaan:

"constructie, met in begrip van hulpmiddelen, die aan de bumper, op de trekhaak of op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, of driewielig motorrijtuig is aangebracht en bestemd voor het vervoer van goederen".

7. Blijkens de hierboven weergegeven definitie, wordt een glasresteel niet als lastdrager beschouwd nu deze immers - in casu - aan de zijkant van het voertuig is bevestigd. Ook kan naar het oordeel van het hof een glasresteel niet worden gebracht onder het begrip lading zoals dat limitatief in het ten tijde van de gedraging geldende Voertuigreglement is omschreven. Er is geen sprake van een laad- of losinrichting, noch van een voertuiguitrusting.

8. De door gemachtigde ingebrachte stukken zien op de periode 1990 - 1991 en derhalve op de periode voor inwerkingtreding ( d.d. 1 januari 1995) van het Voertuigreglement. In de periode van de briefwisseling tussen het [carrosseriebedrijf] en de RDW was het Wegenverkeersreglement (WVR) van kracht en daarin was noch een definitie van het begrip lading noch een definitie van het begrip lastdrager opgenomen. Het arrest van de Hoge Raad d.d. 25 november 1986 ziet ook op de periode waarin door de wetgever geen definities waren gegeven omtrent de begrippen lading en lastdrager. De in het arrest beschreven problematiek is ook van een andere aard dan in de onderhavige zaak. De Hoge Raad heeft in dat arrest uitleg gegeven over het begrip lading voor zover dat ziet op de verwisselbare container en de verwisselbare laadklep. Het arrest kan naar het oordeel van het hof de stelling van de gemachtigde niet ondersteunen nu de - ten tijde van de gedraging geldende - regelgeving in een andere uitleg voorziet.

9. Blijkens het per 1 mei 2009 in werking getreden artikel 1.1. van de Regeling voertuigen wordt thans onder het begrip 'lastdrager' verstaan:

"afneembare of uitschuifbare constructie die is bestemd voor het vervoer van goederen, met inbegrip van hulpmiddelen en die: (…)

c. uitsluitend voor het vervoer van glas of ander plaatmateriaal aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg is aangebracht".

Per 1 mei 2009 is derhalve door de wetgever duidelijkheid geschapen met betrekking tot de status van een glasresteel. Dat laat echter onverlet dat op de datum van de gedraging het glasresteel deze status nog niet had en de betrokkene zich diende te houden aan de eisen van het geldende Voertuigreglement. Het glasresteel kon ten tijde van de gedraging dan ook niet als lading worden aangemerkt. Dit brengt mee dat de aan het voertuig bevestigde constructie op het kentekenbewijs diende te zijn vermeld. Nu niet is bestreden dat deze gegevens niet op het kentekenbewijs waren vermeld, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat de betrokkene in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat het aan het voertuig bevestigde glasresteel als lading zou worden aangemerkt en derhalve niet op het kentekenbewijs diende te worden vermeld, is een omstandigheid die voor rekening en risico van de betrokkene dient te komen en is geen omstandigheid die aanleiding geeft het bedrag van de opgelegde sanctie te matigen.

10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter - zij het met verbetering van gronden - bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.