Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5088

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-03-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
200.013.715
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kantonrechter beslist tijdig op het door de betrokkene zelf in gestelde beroep, maar niet op het daarnaast door de gemachtigde ingestelde beroep: niet 6:2 Awb maar 6:20 Awb van toepassing.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:2
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Algemene wet bestuursrecht 6:20
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.013.715

8 maart 2010

CJIB 96742258

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit

door de kantonrechter van de rechtbank Maastricht

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, wonende te Beegden.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de kantonrechter in het beroep van betrokkene. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 17 november 2009 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht een bewijsstuk van de machtiging te overleggen. Bij brief van 7 december 2009 heeft de gemachtigde een kopie van de machtiging toegezonden.

Beoordeling

1. Het hof zal allereerst vaststellen hoe de procedure inzake de aan de betrokkene opgelegde sanctie is verlopen.

2. Blijkens de gedingstukken is de inleidende beschikking op 23 augustus 2006 aan de betrokkene toegezonden. Hiertegen heeft de betrokkene op 27 september 2006 beroep ingesteld. De beschikking van de officier van justitie, waarin dit beroep ongegrond is verklaard, is op 16 november 2006 aan de betrokkene toegezonden.

De betrokkene heeft op 29 december 2006 tegen deze beschikking beroep ingesteld bij de kantonrechter. Bij brief van 9 januari 2007, verzonden op 11 januari 2007, heeft de CVOM de ontvangst van dit beroepschrift aan de betrokkene bevestigd en de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting tot het stellen van zekerheid. Bij brief van 24 januari 2007, verzonden op 25 januari 2007, heeft de officier van justitie de betrokkene nogmaals gewezen op deze verplichting. Bij brief van 13 augustus 2007 heeft de griffier van de rechtbank aan de betrokkene medegedeeld dat het door haar ingestelde beroep zal worden behandeld ter zitting van 11 oktober 2007 en dat de betrokkene daar desgewenst kan verschijnen voor het geven van een nadere toelichting. Voorts is de betrokkene erop gewezen dat zij zich kan doen bijstaan of doen vertegenwoordigen door een advocaat of een daartoe schriftelijk door haar gemachtigde. De betrokkene is niet ter zitting van de kantonrechter verschenen. De kantonrechter heeft bij uitspraak van 25 oktober 2007 het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De uitspraak van de kantonrechter is op 29 oktober 2007 aan de betrokkene toegezonden en is daarmee op de voorgeschreven wijze aan de betrokkene bekend gemaakt.

Betrokkene heeft tegen deze beslissing geen hoger beroep ingesteld.

3. Bij brief van 14 juli 2008 stelt de gemachtigde beroep in bij het gerechtshof ter zake het niet tijdig nemen van een beslissing door de kantonrechter. Hij voert daartoe aan dat hij op 19 december 2006 als gemachtigde beroep heeft ingesteld bij de kantonrechter, waarop nimmer enig bericht is ontvangen van de CVOM of de kantonrechter. De gemachtigde voegt bij zijn hoger beroepschrift een schrijven van 14 mei 2007 aan de kantonrechter, waarbij hij een kopie overlegt van het op 19 december 2006 ingediende beroepschrift. Voorts voegt hij emailberichten bij van 24 juli 2007, 30 oktober 2007 en 13 februari 2008 aan de CVOM, waarin hij verklaart nog niets te hebben vernomen omtrent het door hem op 19 december 2006 ingediende beroepschrift en verzoekt het dossier alsnog door te zenden.

4. Beroep tegen een beslissing van de officier van justitie kan slechts tot één beslissing leiden. Op het beroep van de gemachtigde namens zijn cliënt is geen beslissing genomen; wél op het door betrokkene zelf ingediende beroep.

Het hof stelt vervolgens vast dat het door de betrokkene ingediende beroep op de kantonrechter van 29 december 2006 door de CVOM is ontvangen en dat in de door de betrokkene met de CVOM en de kantonrechter gevoerde correspondentie niet wordt gesproken over een gemachtigde.

Kennelijk is als gevolg van een onvolledige communicatie tussen de betrokkene en zijn gemachtigde niet duidelijk geworden dat én de betrokkene zelf beroep had ingesteld én dat de kantonrechter op dat beroep op 25 oktober 2007 heeft beslist.

5. Aan de gemachtigde kan worden toegegeven dat de afhandeling van het door hem - namens zijn cliënt - ingediende beroep niet correct is geweest. Ook de communicatie tussen gemachtigde en zijn cliënt over de voortgang van de procedure kan echter - voor zover dat uit het dossier blijkt - niet optimaal genoemd worden.

Door de gemachtigde zijn stukken overgelegd waaruit voldoende aannemelijk is geworden dat de gemachtigde namens zijn cliënt beroep heeft ingesteld op 19 december 2006. Dat kan echter niet afdoen aan de vaststelling dat in de zaak van de betrokkene een beslissing is genomen en er geen sprake is van het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6:2 Awb. Het verweer treft reeds om die reden geen doel.

6. Ingevolge artikel 6:20 Awb wordt het in casu ingestelde beroep geacht mede te zijn gericht tegen de beslissing van de kantonrechter.

7. Het beroepschrift van de gemachtigde d.d. 14 juli 2008 voldoet niet aan het gestelde in artikel 6:5 Awb voor zover die mede is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter d.d. 25 oktober 2007. De gemachtigde zal - voor zover hij dat wenst - in de gelegenheid gesteld worden de gronden in die zin aan te vullen.

8. Nu de betrokkene - voor zover het betreft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit - niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af;

stelt de gemachtigde in de gelegenheid- binnen vier weken na de datum van verzending van dit arrest - de gronden van beroep aan te vullen.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.