Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5063

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
200.032.036
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sanctie voor negeren inhaalverbod. Het verkeersteken dat een inhaalverbod aanduidt (bord F1) gaat ingevolge artikel 63 RVV 1990 boven de verkeersregel dat files rechts mogen worden ingehaald (artikel 13 RVV 1990). Sanctie terecht opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.032.036

2 maart 2010

CJIB 116354236

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Groningen

van 19 januari 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Groningen genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “Negeren inhaalverbod: bord F1/40”, welke gedraging zou zijn verricht op 13 maart 2008 om 08.35 uur op de Beneluxweg te Groningen met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].

2. De betrokkene ontkent niet ter plekke ingehaald te hebben, maar stelt hiermee niet de gedraging te hebben verricht. Hij voert hiertoe aan dat er op de linkerrijstrook een file stond. Hij reed op de rechterrijstrook en heeft de file rechts ingehaald, hetgeen is toegestaan. De rechterrijstrook was verderop afgezet, zodat het verkeer op deze rijstrook moest ritsen met het verkeer op de linkerbaan. De situatie was weliswaar voorzien van een bord F1 (inhaalverbod), maar hierboven was een geel bord geplaatst met twee omhoogwijzende zwarte pijlen, waarvan de rechter naar links knikt en de linker recht omhoog wijst. In dergelijke situaties wordt men aangemoedigd om het asfalt optimaal te benutten. Er waren geen borden geplaatst waaruit bleek dat het op dat moment al verboden was de rechterrijstrook te benutten. De veiligheid is niet in het geding geweest, zodat de sanctie niet in verhouding staat. De betrokkene voert voorts aan dat de interpretatie van de kantonrechter dat niet links en niet rechts mag worden ingehaald door motorvoertuigen 'onderling' onjuist is. Het woord "onderling" in de betekenis van bord F1 (het verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen) betekent naar de mening van de betrokkene dat de categorie auto's en de categorie vrachtauto's elkaar onderling niet in mogen halen. Het bord slaat bovendien slechts op links inhalen, aangezien rechts inhalen sowieso verboden is.

Voorts is de betrokkene van mening dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat de gedraging te meer klemt omdat het inhaalverbod in verband met een met wegwerkzaamheden samenhangende wegversmalling was aangebracht. Er waren ter plekke geen wegwerkzaamheden, hetgeen ook blijkt uit de verklaring van de verbalisant.

3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, naast de in de beschikking vermelde datum, tijd, plaats en het kenteken van het voertuig, onder meer het volgende in:

“Het betrof een tijdelijk ingesteld inhaalverbod.

Aantal ingehaalde voertuigen: 3

Zie proces-verbaalnummer 13-03-2008/08:35/0400.”

4. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in de bijlage met proces-verbaalnummer 13.03.2008.08.35.0400 houdt onder meer het volgende in:

“Op het moment van de gedraging was er op het gedeelte van de Beneluxweg gelegen tussen hectometerpaal N46 2.6 li en de oprit van de Europaweg hectometerpaal A7 198.9 li, rijrichting Julianaplein, een tijdelijk inhaalverbod van kracht. Dit tijdelijk inhaalverbod wordt ingesteld op het moment dat tijdens de ochtend- en avondspits er files ontstaan op de Europaweg (…). Teneinde een betere doorstroming van het verkeer te krijgen wordt het verkeer op vermelde gedeelte van de Beneluxweg naar links geleid (…). Genoemd inhaalverbod wordt ter hoogte van hectometerpaal N46 2.6 li aan weerszijden van de rijbaan van de Beneluxweg weergegeven middels borden overeenkomstig model F01 van Bijlage I RVV 1990 met daarbij een bord overeenkomstig model WIUS.1 van het NVV Bordenbesluit. Boven het voormalige Europaplein, ter hoogte van hectometerpaal A7 199.1 li, had wegbeheerder Rijkswaterstaat een aktieaanhangwagen op de rechter rijstrook geplaatst. Deze aanhangwagen was voorzien van een groot bord overeenkomstig model bord D2 met daarop de witte pijl naar links. Ongeveer 100 meter voor deze aanhangwagen, ter hoogte van hectometerpaal N46 2.0 li, lagen een drietal andreasstrips op de rechter rijstrook.

Op het moment van de gedraging reed er een langzaam rijdende file over de linker rijstrook van de Beneluxweg, daar waar het inhaalverbod gold. Ongeveer tussen 0 en 30 meter voor de op de weg gelegde andreasstrips, zag ik dat betrokkene pas naar links invoegde in de langzaam rijdende file. Daarbij werd door mij waargenomen dat betrokkene met een hogere snelheid dan de langzaam rijdende file rechts langs deze file reed en meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald.

Van het betreffende voertuig zijn door mij foto's gemaakt. (…)”

5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het proces-verbaal van aanvulling van 14 oktober 2008 houdt onder meer het volgende in:

“In de bijlage welke deel uit maakt van de kennisgeving van beschikking staat duidelijk beschreven op welke wijze betrokkene de gedraging heeft gepleegd en waar de bebording heeft gestaan. Betrokkene is vlak voor de andreasstrips pas naar links ingevoegd in de aldaar langzaam rijdende file. Op de bijgevoegde fotobijlage I staan foto's met de betreffende bebording zoals deze ook op de pleegdatum stonden. (…)

Mijn waarnemingspositie was bij de in de bijlage genoemde aktieaanhangwagen van Rijkswaterstaat welke tevens op de foto's staat afgebeeld. Van daaraf heb ik tevens de foto's gemaakt welke staan afgebeeld op fotobijlage II. Op bijgevoegde fotobijlage II is op de eerste foto duidelijk te zien dat het voertuig van betrokkene tot vlak voor de andreasstrips is gereden voordat er naar links werd ingevoegd. Ook is op deze foto te zien dat er op dat moment sprake was van een langzaam over de linker rijstrook rijdende file. (…)

Betrokkene heeft geen gevolg gegeven aan een verkeersteken welke een verbod inhoudt. Het bord in overeenstemming met model F1 van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, zegt dat het voor motorvoertuigen verboden is om elkaar onderling in te halen. (…)”

6. Allereerst overweegt het hof dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat sprake was van wegwerkzaamheden, nu hiervan uit de stukken in het geheel niet blijkt.

7. Gelet op de ambtsedige verklaring van de verbalisant, de door de verbalisant gemaakte foto's en de verklaring van de betrokkene zelf, staat vast dat er op genoemde tijd en plaats een file stond op de linkerrijstrook van de Beneluxweg en dat het verkeer van de rechterrijstrook moest invoegen in de linkerrijstrook. Voorts staat vast dat de betrokkene na het passeren van bord F1 met het daarboven geplaatste bord (waarop stond vermeld dat het verkeer op de rechterrijstrook moest invoegen in de linkerrijstrook) over de rechterrijstrook rijdend enkele auto's heeft ingehaald alvorens in te voegen in de linkerrijstrook. Ter beoordeling van het hof staat derhalve slechts de vraag of de betrokkene door zo te handelen de bestreden gedraging heeft begaan.

8. Voormelde gedraging is een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat weggebruikers verplicht zijn om gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.

Het bord F1 behelst het verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, behelst dit bord geen onderscheid naar categorie motorvoertuigen, maar is dit inhaalverbod van toepassing op alle motorvoertuigen.

9. De betrokkene beroept zich op het gestelde in artikel 13, tweede lid, van het RVV 1990, waarin is bepaald dat files aan de rechterzijde mogen worden ingehaald.

10. Het hof stelt vast dat de door de betrokkene aangehaalde verkeersregel in het onderhavige geval strijdig is met het door bord F1 gegeven verkeersteken. Artikel 63 van het RVV 1990 bepaalt dat verkeerstekens boven verkeersregels gaan, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens. Dit betekent in het onderhavige geval dat de verkeersregel dat files rechts mogen worden ingehaald, opzij wordt gezet door het ter plaatse door middel van een verkeersteken aangegeven inhaalverbod. De stelling van de betrokkene dat het inhaalverbod alleen het links inhalen betreft, volgt het hof niet nu het bord F1 blijkens de bijlage bij het RVV 1990 een verbod betreft voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen.

11. Gelet op het bovengenoemde had de betrokkene na het passeren van het bord F1 met bovenbord, op de rechterrijstrook mogen blijven rijden tot hij de gelegenheid had om in de linkerrijstrook in te voegen. Daarbij had de betrokkene echter niet de op de linkerrijstrook rijdende auto's in mogen halen. Nu niet bestreden is dat de betrokkene (na het passeren van bord F1) op de rechterrijstrook rijdend enkele op de linkerrijstrook rijdende auto's heeft ingehaald, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Derhalve dient het hof te beoordelen of er redenen zijn de sanctie te matigen.

12. Voor elke gedraging in de zin van artikel 2, eerste lid, WAHV bepaalt de bijlage bij de WAHV de te betalen geldsom. Dit tariefmatige stelsel brengt mee dat slechts in uitzonderlijke gevallen van de door de Minister van Justitie vastgestelde bedragen kan worden afgeweken. Dat de veiligheid niet in het geding zou zijn geweest, geeft het hof geen aanleiding hiervan af te wijken en het bedrag van de sanctie te matigen.

13. Gelet op het voorgaande kan de bestreden beslissing van de kantonrechter - zij het met verbetering van gronden - worden bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.