Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN4505

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-08-2010
Datum publicatie
20-08-2010
Zaaknummer
200.011.040/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Kort geding. Spoedeisend belang loonbetaling in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0660

Uitspraak

Arrest d.d. 17 augustus 2010

Zaaknummer 200.011.040/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,

voor wie heeft gepleit Rechtsanwalt U. Rademacher, kantoorhoudende te Bunde (BRD),

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P. van der Sluis, kantoorhoudende te Leeuwarden, voor wie heeft gepleit mr. E.Tj. van Dalen, advocaat, kantoorhoudende te Groningen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kortgedingvonnis uitgesproken op 26 juni 2008 door de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 23 juli 2008 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd kortgedingvonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van

6 augustus 2008.

De conclusie van de memorie van grieven, tevens houdende een incidentele vordering (met producties), luidt:

"(…) bij vonnis, voor zover uitvoerbaar bij voorraad,

1. het tussen partijen op 26 juni 2008 door de Rechtbank Assen, sector kanton, gewezen

vonnis, rol-/zaak-nr. 229597 \ VV EXPL 08-27, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende,

geïntimeerde in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans aan eiseres haar

vorderingen zal worden ontzegd, en

alsmede geïntimeerde in de kosten van het geding te veroordelen;

2. bij wijze als incidentele vordering de tenuitvoerlegging van de tussen partijen door de

Rechtbank Assen, sector kanton, op 26 juni 2008 gewezen vonnis, rol-/zaak-nr. 229597

\ VV EXPL 08-27, te schorsen tot aan de rechtskracht van een vonnis."

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd, met als conclusie:

"(…) bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, het vonnis van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Assen, sector kanton, locatie Assen, in kort geding op 26 juni 2008 tussen partijen gewezen eventueel onder verbetering of aanvullende gronden te bekrachtigen met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep."

Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten onder overlegging door de advocaat van [appellante] van een pleitnota. Ter gelegenheid van de pleitzitting heeft [appellante] de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis waarvan beroep ingetrokken en heeft [geïntimeerde] haar vordering tot doorbetaling van loon uitdrukkelijk beperkt tot 10 juli 2008.

Tot slot heeft [appellante] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellante] heeft zes grieven opgeworpen.

De beoordeling

De feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of niet voldoende weersproken, dan wel op grond van de overgelegde niet bestreden producties staat in dit geding het volgende vast.

1.1 [geïntimeerde] is op 1 september 2007, voor de duur van één jaar, in dienst getreden van [appellante] in de functie van tandartsassistente. Het bruto-maandsalaris bedroeg € 2.461,--. Daarnaast ontving [geïntimeerde] een reiskostenvergoeding van € 0,19 per km op basis van de werkelijke afstand van haar woonwerkverkeer.

1.2 Op 20 maart 2008 heeft tussen partijen een gesprek plaatsgevonden, waarin [appellante] [geïntimeerde] heeft aangesproken op de uitvoering van haar werkzaamheden. De volgende dag, 21 maart 2008, heeft [geïntimeerde] zich ziek gemeld.

1.3 Sedert de maand april 2008 heeft [geïntimeerde] geen salaris meer van [appellante] ontvangen.

1.4 Bij brief van 7 juli 2008 heeft [appellante] [geïntimeerde] op staande voet ontslagen. [geïntimeerde] heeft deze brief op 10 juli 2008 ontvangen. Zij heeft zich bij dit ontslag neergelegd.

De vordering en de beslissing in eerste aanleg

2. [geïntimeerde] heeft in kort geding gevorderd [appellante] 1) te veroordelen tot betaling van het loon over de maand april ad € 2.461,-- bruto, alsmede het restant van de reiskosten ad € 271,20 alsmede de wettelijke verhoging vanaf 4 mei 2008, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2008 en de incassokosten ad € 450,--, 2) te gelasten tot doorbetaling van loon en afdracht van emolumenten vanaf mei 2008, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, op straffe van een dwangsom van € 100,-- voor iedere dag dat [appellante] hiermee na betekening in gebreke is, 3) te gelasten binnen 2 dagen na het betekenen van het vonnis zorg te dragen voor de betaling van het verschuldigde, zulks onder toezending van de salarisspecificaties vanaf januari 2008, en 4) te veroordelen in de kosten van de procedure.

2.1 Na door [appellante] gevoerd verweer heeft de kantonrechter bij kortgedingvonnis van 26 juni 2008 de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen, met uitzondering van de medegevorderde restant-reiskosten en incassokosten en de sub 2) gevorderde dwangsom bij vertraging in de betaling van het loon. [appellante] is voorts veroordeeld in de proceskosten.

Het geding in hoger beroep

3. Grief I strekt ten betoge dat de kantonrechter de feiten onjuist, dan wel onvolledig heeft vastgesteld.

Nu het hof de feiten zelfstandig heeft vastgesteld, ontbeert de grief belang.

Om die reden faalt de grief.

4. In de grieven II tot en met VI keert [appellante] zich tegen hetgeen de kantonrechter heeft overwogen ter toewijzing van de vordering in kort geding.

5. Ten pleidooie heeft [appellante] nog een nieuwe grief opgeworpen, met welke grief [appellante] haar eerdere stellingen met betrekking tot het ontbreken van spoedeisend belang van [geïntimeerde] bij de vordering heeft uitgebreid in die zin dat de trage wijze van procederen in hoger beroep door [geïntimeerde] - de memorie van antwoord is eerst ruim een jaar na de memorie van grieven genomen - het gebrek aan spoedeisendheid van de zaak onderstreept.

5.1 Weliswaar heeft [geïntimeerde] bezwaar gemaakt dat deze nieuwe grief in het appel wordt betrokken, doch het hof gaat aan dat bezwaar voorbij.

In beginsel zal de rechter niet behoren te letten op grieven die in een later stadium dan in de memorie van grieven worden aangevoerd, maar onder omstandigheden kunnen op deze strakke regel, de zogenoemde twee-conclusie-regel, uitzonde-ringen worden aanvaard (HR 19 juni 2009, NJ 2010, 154). Een uitzondering is naar het oordeel van het hof in dit geval gerechtvaardigd omdat de grief geen nieuw onderwerp (te weten het spoedeisend belang) aan de orde stelt, dit aspect van dat onderwerp niet reeds bij memorie van grieven aan de orde kon worden gesteld en omdat het hof al - ambtshalve - de spoedeisendheid in zijn beoordeling van de zaak dient te betrekken.

6. De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

7. De eis van spoedeisend belang is relevant in verband met de absolute competentie van de kortgedingrechter en dient in zoverre ook in hoger beroep - desnoods ambtshalve - aan de orde te worden gesteld.

Hierbij gaat het echter niet om het spoedeisend belang bij de behandeling op zichzelf, maar om het spoedeisend belang bij de gevorderde voorlopige voorziening in eerste aanleg, respectievelijk voor - het zich in casu niet voordoende - geval die voorziening in eerste aanleg is geweigerd, waarbij dat laatste ex nunc dient te worden beoordeeld.

In de aard van de door [geïntimeerde] gevorderde voorlopige voorziening (loonvordering c.a.) lag het spoedeisend belang in eerste aanleg besloten, waarmee de competentie van de appelrechter is gegeven.

8. Het hof leest in de grieven van [appellante] en in de daarop gegeven toelichting geen andere relevante stellingen of verweren dan die welke reeds in eerste aanleg zijn aangevoerd en door de kantonrechter gemotiveerd zijn verworpen.

Het hof onderschrijft hetgeen de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en maakt die motivering tot de zijne.

9. De grieven zijn derhalve tevergeefs voorgedragen.

10. De beslissing van de kantonrechter omtrent de omvang van de vordering zal evenwel niet in stand kunnen blijven, nu als gevolg van de beperking van de vordering de verplichting van [appellante] tot het doorbetalen van loon eindigt per 10 juli 2008.

De slotsom

11. Het kortgedingvonnis van 26 juni 2008 dient te worden vernietigd, behoudens voor wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten.

Opnieuw rechtdoende zal het hof de vordering van [geïntimeerde] toewijzen als hierna te vermelden.

[appellante] zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (voor wat betreft het salaris van de advocaat begroot op 3 procespunten volgens tarief I).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het kortgedingvonnis van 26 juni 2008 waarvan beroep, behoudens voor wat betreft de daarin genomen beslissing omtrent de proceskosten,

en, opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellante] om binnen twee dagen na betekening van dit arrest aan [geïntimeerde] te betalen het salaris ad € 2.461,-- bruto per maand vanaf de maand april 2008 tot 10 juli 2008, vermeerderd met de wettelijke verhoging ad 10% en met de wettelijke rente over het salaris van de maand april 2008 vanaf 13 mei 2008 tot de voldoening, zulks onder toezending door [appellante] aan [geïntimeerde] van de salarisspecificaties vanaf januari 2008;

bekrachtigt het kortgedingvonnis van 26 juni 2008 voor het overige;

wijst af het meer of anders gevorderde;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] op € 254,-- aan verschotten en op € 1.896,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Mollema, De Hek en Zondag, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 17 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.