Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3998

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-08-2010
Datum publicatie
13-08-2010
Zaaknummer
200.048.576
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In deze zaak wordt op basis van de brief van de Belastingdienst de fiscale bijtelling van de auto als DGA salaris aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 12 augustus 2010

Zaaknummer 200.048.576

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.P. Schrale-Oranje, kantoorhoudende te Roden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. J. Borsch, kantoorhoudende te Assen.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 26 augustus 2009 heeft de rechtbank Assen het verzoek van de man tot wijziging van de beschikking van 19 december 2007 van de rechtbank Assen afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 16 november 2009, heeft de man verzocht de beschikking van 26 augustus 2009 te vernietigen en opnieuw beslissende de door hem aan de vrouw te betalen partneralimentatie op nihil te stellen.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 29 december 2009, heeft de vrouw het verzoek bestreden en verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.

Ter zitting van 5 juli 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de man en de vrouw, beiden bijgestaan door hun advocaat. Mr. Schrale-Oranje heeft een pleitnotitie overgelegd.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. Het huwelijk tussen partijen is op 28 december 2007 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 19 december 2007 in de registers van de burgerlijke stand.

2. Partijen zijn op 29 oktober 2007 een echtscheidingsconvenant overeengekomen. De inhoud van dat convenant maakt onlosmakelijk deel uit van de hiervoor genoemde echtscheidingsbeschikking.

3. Bij het echtscheidingsconvenant zijn partijen onder meer overeengekomen dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud van

€ 700,-- per maand dient te voldoen. Door indexering bedroeg deze bijdrage in 2009 € 727,30 per maand.

4. Naar aanleiding van het verzoek van de man tot nihilstelling van de door hem aan de vrouw te betalen bijdrage heeft de rechtbank beslist, zoals hiervoor is weergegeven onder 'Het geding in eerste aanleg'. De man heeft tegen die beslissing hoger beroep ingesteld.

Het geschil

5. Het geschil tussen partijen betreft de hoogte van het inkomen van de man en wel op het punt van de fiscale bijtelling van de auto.

De overwegingen

De ingangsdatum

6. In zaken waarin wijziging wordt verzocht van een vastgestelde alimentatie¬bijdrage is het gebruikelijk dat deze wijziging eerst ingaat op de datum waarop het inleidend verzoek ter griffie van de rechtbank is ingediend. In de onderhavige zaak is dit op 27 april 2009 geschied. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die aanleiding geven af te wijken van hetgeen gebruikelijk is.

Ten aanzien van de periode van 27 april 2009 tot 1 januari 2010

7. Partijen verschillen van mening over de vraag of de fiscale bijtelling voor de auto van de onderneming al dan niet buiten de berekening van de draagkracht van de man moet worden gehouden. De man stelt zich op het standpunt dat de fiscale bijtelling niet als inkomen uit arbeid moet worden aangemerkt, omdat dit bedrag slechts een fictie ten behoeve van de belastingheffing is. De vrouw betwist dit en is van mening dat de man een DGA-inkomen van € 1.500,-- per maand heeft. Dat hij dit bedrag geheel aanwendt als fiscale bijtelling voor de auto is zijn eigen keuze, aldus de vrouw.

8. De man heeft een rapport inzake een afgelegd bedrijfsbezoek bij Nebo Holding B.V. van 17 maart 2009 van de Belastingdienst overgelegd. In dat rapport staat - voor zover hier van belang - onder 4.2. het volgende:

Gezien de werkzaamheden van maximaal 10 uur per week (= 25%) van de DGA en op basis van de gegevens die ons door [appellant] tijdens het gesprek heeft

overhandigd, lijkt het ons gerechtvaardigd en stellen wij het loon van de DGA op 25% van het loon dat in deze branche gebruikelijk is, maar met een minimum van de fiscale bijtelling van de personenauto van de DGA. Het loon van de DGA in 2009 wordt derhalve gesteld op 25% van het jaarsalaris van de DGA zijnde

€ 72.000,-- = € 18.000,-- op jaarbasis. Indien dit geschiedt dan dient het loon in 2009 van de DGA vooralsnog gesteld te worden op een maandloon van € 1.500,-- (25% van € 6.000,--) en een jaarloon van € 18.000,--. In de navolgende jaren zullen de werkzaamheden van de DGA opnieuw getoetst worden en een besluit over het DGA loon genomen moeten worden, indien wederom wordt afgeweken van de gebruikelijke loonregeling.

In het licht van het vorenstaande is het hof met de vrouw en anders dan de man van oordeel dat het jaarinkomen van de man over 2009 (fictief) moet worden gesteld op € 18.000,--. Voorts is het hof op grond van het vorenstaande van oordeel dat in afwijking van de Trema richtlijnen in deze de fiscale bijtelling van de auto niet in mindering moet worden gebracht op dat jaarinkomen.

9. Het hof zal met het oog op de goede procesorde voorbijgaan aan hetgeen de vrouw over de woonlasten van de man heeft opgemerkt, nu zij haar stelling hieromtrent eerst ter zitting van het hof heeft geponeerd en niet in het kader van een incidenteel appel als grief heeft opgeworpen.

10. Gelet op het voorgaande en gelet op de overige niet-betwiste bedragen, zoals die zijn opgenomen in de aan de bestreden beschikking gehechte draagkrachtberekening, wordt de draagkracht van de man aan de hand van de tarieven van januari 2009 als volgt berekend.

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 18.000

Bruto uitkeringen uit arbeidsongeschiktheidsverzekeringen € 45.972 +

Bruto inkomsten € 63.972

Eigenwoningforfait € 1.810

Rente en kosten van (hypothecaire) schulden € 13.253 -

Belastbare inkomsten uit eigen woning € 11.443 -

Belastbaar inkomen uit werk en woning € 52.529

- € 5.989 schijf 33,5%

- € 5.985 schijf 42,00%

- € 8.569 schijf 42,00%

Inkomensheffing box 1 € 20.543

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 63.972

Inkomensheffing box 1 € 20.543

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 3.293 -

Verschuldigde inkomensheffing € 17.250 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 46.722

Besteedbaar inkomen per maand € 3.893

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 899

Hypotheekrente (aftrekbaar) € 1.104

Hypotheekrente (niet aftrekbaar) € 347 +

Hypotheekafl. / premie levensverzekering € 99 +

Forfait overige eigenaarslasten € 95 +

Af: 'gemiddelde basishuur' € 202 -

Woonlasten € 1.443 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 89

Verplicht eigen risico € 13 +

Door uitk.instantie ingeh. bijdrage ZVW € 132 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 43 -

Ziektekosten € 191 +

Aflossing schulden € 300 +

Draagkrachtloos inkomen € 2.833 -

Draagkrachtruimte € 1.060

11. Van de draagkrachtruimte is 60%, derhalve € 636,-- per maand, beschikbaar voor alimentatie ten behoeve van de vrouw. De man is derhalve, in aanmerking nemende het fiscale voordeel, in staat een bijdrage van € 1.096,-- per maand te voldoen. Gelet hierop zijn de gewijzigde omstandigheden van de man niet van dien aard dat hij thans niet meer (geheel) de alimentatieverplichting jegens de vrouw kan nakomen. Het verzoek van de man dient derhalve voor de periode van 27 april 2009 tot 1 januari 2010 te worden afgewezen.

Ten aanzien van de periode vanaf 1 januari 2010

12. Vanaf 1 januari 2010 dient het salaris van de man in beginsel ook op een bedrag van € 18.000,-- bruto per jaar te worden bepaald. De man heeft echter gesteld dat de Belastingdienst het DGA-salaris van de man voor het jaar 2010 op nihil heeft gesteld. De man heeft verzuimd de betreffende beschikking over te leggen.

13. Het hof zal de beslissing ten aanzien van de periode na 1 januari 2010 aanhouden teneinde de man in de gelegenheid te stellen de beschikking van de Belastingdienst, waarin het DGA-salaris van de man op nihil is gesteld, aan het hof over te leggen. De vrouw zal vervolgens een termijn van twee worden gegeven om haar standpunt ten aanzien van het door de man overgelegde stuk aan het hof kenbaar te maken. Het hof zal de zaak daarna zonder nadere behandeling afdoen.

Slotsom

14. Op grond van het voorgaande zal worden beslist zoals hierna wordt vermeldt.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor de periode van 27 april 2009 tot

1 januari 2010;

houdt de behandeling van de zaak ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw voor de periode vanaf 1 januari 2010 aan;

bepaalt dat de man binnen twee weken na de datum van deze beschikking het in rechtsoverweging 15 genoemde document aan het hof en de wederpartij dient over te leggen;

stelt de vrouw in de gelegenheid om binnen twee weken na overlegging van het stuk door de man haar reactie op dat document aan het hof kenbaar te maken;

bepaalt dat het hof de zaak daarna zonder nadere behandeling ter terechtzitting zal afdoen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven door mrs. Idsardi, voorzitter, Melssen en Hulsebosch, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.