Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3957

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
13-08-2010
Zaaknummer
200.046.888/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtsmiddel herroeping staat niet open tegen vonnis faillietverklaring.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 382
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2011/198
NJF 2010/441

Uitspraak

Arrest d.d. 10 augustus 2010

Zaaknummer 200.046.888/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [appellant],

wonende te [woonplaats],

2. [appellant],

wonende te [woonplaats],

3. [naam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisers tot herroeping,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. W.H.R. van Boetzelaer, kantoorhoudende te Heerenveen,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van Estland NSCB Hoiu-Laenuühistu,

gevestigd te Tallin, Estland,

verweerder,

hierna te noemen: NSCB,

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Het procesverloop van het geding tot herroeping

Bij exploot van 28 augustus 2009 hebben [appellanten] NSCB gedagvaard tot herroeping van het arrest van dit hof van 2 april 2009, tussen partijen gewezen, en wel tegen de zitting van 3 november 2009.

De inhoud van het genoemde arrest van 2 april 2009 wordt hier overgenomen:

De conclusie van de dagvaarding, tevens houdende de gronden voor de vordering tot herroeping, luidt:

"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het geding te heropenen en NSCB HLÜ niet ontvankelijk te verklaren in het ingestelde hoger beroep, althans het hoger beroep af te wijzen, een en ander onder veroordeling van NCSB HLÜ in de kosten van deze procedure."

Bij memorie van antwoord is door NSCB verweer gevoerd met als conclusie:

"primair: de gevorderde herleving van het faillissement af te wijzen,

subsidiair: te oordelen om de zaak opnieuw en in volle omvang te beoordelen teneinde tot een juiste beoordeling van het faillissementsverzoek in eerste aanleg te komen,

meer subsidiair: de gevorderde herleving van het faillissement af te wijzen nu [appellanten] zelf het inleidend verzoek tot faillietverklaring wilde beperken tot het faillissement van de Nederlandse vestiging,

met veroordeling van appellanten in de kosten van het geding."

Tenslotte hebben [appellanten] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

Met betrekking tot de feiten

1. Bij vonnis van de rechtbank van 27 januari 2009 is NSCB op verzoek van [appellanten] in staat van faillissement verklaard.

2. Bij arrest van het hof van 2 april 2009 in de zaak met nummer 200.025.083, is, voor zover hier van belang, het genoemde vonnis van de rechtbank vernietigd, heeft het hof de Nederlandse rechter onbevoegd verklaard om van het inleidend verzoek van [appellanten] kennis te nemen en afgewezen het gewijzigd verzoek van [appellanten] tot faillietverklaring van NSCB.

3. De vordering van [appellanten] in de onderhavige procedure strekt tot herroeping van het hiervoor genoemde arrest van 2 april 2009.

Met betrekking tot de ontvankelijkheid

4. Het genoemde arrest van 2 april 2009 een beslissing is op een verzoek tot faillietverklaring. Tegen een dergelijke beslissing staat het rechtsmiddel van herroeping niet open (HR 1 oktober 2004, LJN AQ8179 en HR 9 december 1983 (LJN AG4709). [appellanten] zullen derhalve in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Hierbij kan het hof in het midden laten of door [appellanten] met de namens hen uitgebrachte dagvaarding de juiste rechtsingang is gekozen.

5. [appellanten]zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding (salaris advocaat, 1 punt tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun vordering tot herroeping van het arrest van het hof van 2 april 2009, gewezen onder nummer 200.025.083;

veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van NCSB op € 313,-- aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

Aldus gewezen door mrs. Verschuur, Streppel en Hofstee en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.