Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3798

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
11-08-2010
Zaaknummer
200.040.962
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen ongelijke behandeling van verschillende buitenlandse kentekenhouders doordat aan Belgische kentekenhouders wel en aan andere buitenlandse kentekenhouders mogelijk geen sanctie kan worden opgelegd. Al dan niet bestaan van de juridische mogelijkheid om sancties te effectueren is objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het verschil.

Wetsverwijzingen
Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, Straatsburg, 20-04-1959
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.040.962

8 april 2010

CJIB 121251797

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 25 maart 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] (België),

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft het CJIB verzocht om nadere informatie.

De gemachtigde van de betrokkene en de advocaat-generaal zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de informatie die van het CJIB is ontvangen. De gemachtigde van de betrokkene heeft gereageerd. De advocaat-generaal heeft van de gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 192,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 30 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 augustus 2008 om 11.25 uur op de Maalbroek te Asenray met het voertuig met het kenteken [AAB-000].

2. Namens de betrokkene wordt niet bestreden dat de gedraging is verricht, maar wordt aangevoerd dat het oneerlijk is dat inwoners van België wel een boete ontvangen voor overtredingen als de onderhavige, terwijl andere buitenlanders straffeloos verkeersovertredingen kunnen begaan. Dat er wel beschikkingen worden toegezonden aan andere buitenlanders is geen excuus, aangezien die sancties niet daadwerkelijk worden geïncasseerd.

3. Gelet op de stukken in het dossier, in het bijzonder de foto van de gedraging, en in aanmerking genomen dat de gedraging niet wordt bestreden, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Derhalve dient het hof te beoordelen of er desondanks redenen zijn een sanctie achterwege te laten.

4. In antwoord op het verzoek van het hof om informatie heeft de hoofddirecteur van het CJIB onder meer het volgende bericht:

“"Bij een constatering met flitsapparatuur moet het kenteken gekoppeld worden aan de naam en adresgegevens van de kentekenhouder om de boete op te kunnen leggen. Deze informatie moet bij een buitenlands kenteken worden verkregen bij het betreffende land.

Het verkrijgen van deze informatie vindt op dit moment nog plaats door middel van afzonderlijke rechtshulpverzoeken. De verdragsrechtelijke situatie met de meeste landen maakt in de praktijk geen efficiëntere informatie-aanvraag mogelijk, hetgeen in de praktijk het opleggen en innen van boetes in de weg kan staan.

Met België bestaan afspraken over kentekenuitwisseling. De verdragsbasis voor de uitwisseling van kentekengegevens met België is gebaseerd op het Europees verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp van 20 april 1959 juncto het verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden van 27 juni 1962 en artikel 49 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst. Op grond van dit verdrag kan aan de betrokkene een administratieve sanctie worden opgelegd en de beschikking worden verstuurd. De reden voor het niet kunnen opleggen van de sanctie (toevoeging hof: in andere gevallen) houdt derhalve niet zozeer verband met de (on)mogelijkheden van de inning als wel met het niet kunnen achterhalen van de kentekenhouder en daarmee het niet kunnen opleggen van (toevoeging hof: de) administratieve sanctie en (toevoeging hof: het) aanschrijven van de betrokkene.”

De juistheid van deze informatie heeft de gemachtigde niet betwist.

5. Het hof overweegt dat de Nederlandse regelgeving toepasselijk is op een ieder die zich in Nederland bevindt. Ongeacht de herkomst van de persoon of het voertuig, kan derhalve een sanctie worden opgelegd bij overtreding van de verkeersregels. In die zin worden buitenlanders niet anders behandeld dan Nederlanders en vindt geen ongelijke behandeling plaats van verschillende buitenlanders. Echter, zonder nadere juridische basis is het niet mogelijk voor de Nederlandse overheid om tot effectuering van sancties over te gaan ten aanzien van buitenlanders die zich niet in Nederland bevinden. Ook valt, zonder

zodanige basis ingeval geen staandehouding heeft plaatsgevonden, niet na te gaan op wiens naam het buitenlandse kenteken staat geregistreerd of op welk adres in het buitenland een persoon woonachtig is. Bedoelde juridische basis is er wel met, onder andere, België. Hoewel het juist is dat bij niet staande gehouden zijnde Belgen wel sancties opgelegd en/of geëffectueerd worden, terwijl dit bij andere buitenlanders niet altijd gebeurt, is dat geen reden om oplegging van een sanctie aan de betrokkene achterwege te laten. Het al dan niet bestaan van de juridische mogelijkheid om sancties te effectueren, is naar het oordeel van het hof namelijk een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor dat verschil. De enkele stelling van de gemachtigde dat Nederland niets doet om de huidige situatie te veranderen, vormt geen reden om te oordelen dat een sanctie hier achterwege moet blijven.

6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.