Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3643

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-08-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
24-000255-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens mishandeling veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren. De werkstraf zoals deze was opgelegd door de rechter in eerste aanleg doet -gelet op het strafrechtelijke verleden van verdachte - geen recht aan de ernst van het feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000255-10

Parketnummer eerste aanleg: 17-885195-09

Arrest van 5 augustus 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 18 januari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van verdachte is bij akte beperkt ingesteld tegen de veroordeling ter zake van feit 1.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 30 uren subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep van belang - ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 13 mei 2009 te Leeuwarden, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met zijn tot vuist gebalde hand (met kracht) meermalen die [slachtoffer] tegen het hoofd en/of een of meer andere lichaamsde(e)l(en) heeft geslagen en/of die [slachtoffer] een duw heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 13 mei 2009 te Leeuwarden, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met zijn tot vuist gebalde hand (met kracht) meermalen die [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en die [slachtoffer] een duw heeft gegeven, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 13 mei 2009 schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer]. Verdachte sprak [slachtoffer], die blijkens een getuigenverklaring veel kleiner en ouder oogt dan verdachte, aan op zijn rijgedrag. Hierna volgde de mishandeling, waarbij verdachte [slachtoffer] een aantal malen met zijn vuist heeft geslagen en hem heeft geduwd. Door aldus te handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiƫle Documentatie d.d. 3 mei 2010 - meermalen is veroordeeld ter zake van geweldsdelicten. Het hof zal deze omstandigheid als strafverzwarend laten meewegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de - door de advocaat-generaal gevorderde - werkstraf van na te melden duur een passende en noodzakelijke bestraffing is. De werkstraf zoals deze was opgelegd door de rechter in eerste aanleg doet - gelet op het strafrechtelijke verleden van verdachte - geen recht aan de ernst van het feit.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Dam en mr. Wiarda beiden voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.